Roman van de Braziliaanse schrijver Chico Buarque
Broers zijn mannen die uit dezelfde vader en moeder zijn geboren. Of moeten we die definitie ruimer zien? En wat is familie? Dit zijn de vragen die de Braziliaanse bossanovazanger, muzikant en schrijver Chico Buarque (1944) opwerpt in Mijn Duitse broer, een semi-autobiografische roman. Het boek verscheen in 2014 in Brazilië onder de titel O irmão alemão.
Hoofdpersoon Ciccio (Francisco de Hollander) groeit als tiener op in São Paulo, in de jaren zestig van de vorige eeuw. Bij toeval stuit hij op een brief van zijn vader. Ciccio ontdekt – net als Buarque zelf – dat hij een halfbroer in Duitsland heeft, van wiens bestaan hij niet wist. De broer heet Sergio Ernst.
Wat is er aan de hand? Zijn vader Sergio de Hollander (dezelfde naam als de vader van Chico Buarque) werkte in 1929-1930 in Berlijn als buitenlandcorrespondent voor een Braziliaanse krant. Het is de tijd waarin het nationaalsocialisme in Duitsland opkomt. Tijdens zijn verblijf daar verwekte hij een kind bij een Duitse vrouw, Anne Ernst, voordat hij trouwde met Assunta, Ciccio’s moeder. Ciccio is van zijn stuk gebracht, maar zijn nieuwsgierigheid is geprikkeld.
Afdankertjes
Sergio de Hollander is een blanke intellectueel en allesbehalve een doorsnee man. Zijn huis puilt uit van de boeken, gerangschikt volgens een onnavolgbaar principe. Als zelfbenoemd bibliofiel wil hij “het beste libro del mondo” schrijven. Logisch dus dat vaders “geheugen voor literatuur altijd excellenter geweest dan zijn geheugen voor zijn eigen bestaan”. Met zijn hypochondere karakter is Sergio een veeleisende vader. Ciccio lijkt het nooit goed te kunnen doen en is daarom altijd op zijn hoede voor zijn vader. De afwezige zoon in Duitsland lijkt favoriet bij zijn vader, zo voelt Ciccio.
Ciccio heeft een oudere broer Domingos, bijgenaamd Mimmo. Die is knapper dan Ciccio en met zijn 1.85m een stuk langer. Mimmo verslijt de ene vriendin na de andere. Na de daad gedraagt hij zich expres lomp om de dame in kwestie weg te jagen. “Iemand van weinig voorspel en nog minder naspel”, in de woorden van Ciccio, die niet te beroerd is om met de afdankertjes van zijn broer in bed te duiken.
Ciccio denkt terug aan zijn jeugd, toen hij een auto stal met zijn vriend Thelonious. De jongens zijn zeventien jaar en hebben de onvolwassen ongevoeligheid van tieners. Maar Ciccio heeft ook een serieuze kant. Hij bespreekt literatuur met meiden, neemt intellectuele boeken mee naar school om te provoceren en indruk te maken op zijn klasgenoten, bijvoorbeeld Das Kapital van Karl Marx.
Droom of fantasie
En passant komt ook de dictatoriale periode van de Braziliaanse geschiedenis binnendruppelen, met repressie, vervolgingen en arrestaties, martelingen in Ciccio’s naaste omgeving. Ondertussen start Ciccio een speurtocht naar zijn broer. Wat is er van zijn broer geworden? Lijken ze fysiek op elkaar? Hij filosofeert maar fantaseert ook over hoe het levenspad van zijn broer gelopen is. Ciccio verzint van alles over zijn Duitse broer tegen zijn vrienden. De zoektocht is aanleiding om ook zijn eigen leven onder de loep te nemen.
De tekst van Buarque is een woordenstroom van gedachten, observaties of gebeurtenissen, scènes lopen soms schijnbaar naadloos in elkaar over, dus ontspannen achterover leunen is er niet bij. De volle bladspiegel – veel woorden op een pagina, eindeloze alinea’s – leest niet altijd even lekker weg. Natuurlijk laat Buarque met opzet de lezer wat bungelen. Regelmatig gebruikt hij zinsconstructies als “hij zou dit.. en hij zou dat”.
Is het nu gebeurd, of is het verbeelding van Ciccio, vraag je je af. En die geeft zelf ook toe dat hij fantaseert. De Duitse broer “was iets wat zich in het vage domein van mijn fantasie afspeelde”. Wat is feit, en wat is fictie? Is dit een droom? Of een fantasie? De term autofictie duikt op in andere recensies. Buarque speelt bewust met de geschiedenis, die hij ombouwt tot fictie.
Stempel
Wat in ieder geval echt is, zijn de fotokopieën van originele brieven in het boek. Indrukwekkend en heftig om te lezen, met name daarin de afsluiting ‘Heil Hitler’ te lezen. De afzender is een Duitse instantie, die zich richt tot vader Sergio de Hollander over de Duitse zoon.
Aan het einde geeft Buarque een korte toelichting over de ware toedracht. Dat schept wat enige helderheid, verandert niets aan de rommelige leeservaring. Waar Buarque het best is in geslaagd, is het weergeven van familieverhoudingen, de plek van het kind in die familie en hoe een kind zijn ouders observeert.
Lees ook onze recensie van Buarques roman Herinneringen aan Rio
Chico Buarque, Mijn Duitse broer, Amsterdam, 2016, ISBN 9789023492696, 240 pag., €22,90, vertaling: Piet Jansen