Recensies boeken

Herbert S. Klein en Francisco Vidal Luna, Modern Brazil. A Social History

17 juni 2020

Auteur: Jan de Kievid

Onevenwichtig en eenzijdig boek over snel veranderd land

“In 1950 was Brazilië maar voor een derde verstedelijkt en werkte bijna driekwart van de beroepsbevolking in de weinig productieve landbouw. Aanzienlijke delen van de bevolking leden armoede en honger. De meerderheid van de bevolking was analfabeet met een lage levensverwachting en hoge geboorte-en sterftecijfers. Typisch het patroon van een derdewereldland in die tijd. Nu is Brazilië een ander land. Het is overwegend stedelijk en nog maar een tiende van de beroepsbevolking werkt in de landbouw. Het heeft nu een hele grote middenklasse en heeft hoge sociale mobiliteit en massale verandering in onderwijsdeelname meegemaakt…. De burgers hebben bijna universele toegang tot gezondheidszorg en hun levensverwachting ligt dicht bij die van de rijke landen…. Vrouwen hebben de grootste veranderingen doorgemaakt in huwelijk en familie en toegang tot de arbeidsmarkt… Ze zijn beter opgeleid dan mannen”. Dat lezen we in de conclusie van Modern Brazil. A Social History. In een eerder hoofdstuk werd al geconcludeerd dat ook de “enorme verschillen in welvaart, gezondheid en onderwijs die rond 1950 bestonden waren verminderd”.

Hoewel ook aandacht wordt besteed aan de grote inkomensverschillen, het racisme en de hoge criminaliteit, tekenen deze citaten de sfeer van het boek. Auteurs zijn de 84-jarige historicus Herbert S. Klein uit de Verenigde Staten, die al een 25-tal boeken over Latijns-Amerika en de VS publiceerde, en de tien jaar jongere Braziliaanse econoom Francisco Vidal Luna. Ze schreven al eerder samen boeken over Brazilië: over de slavernij, de transformatie van de landbouw, de militaire dictatuur van 1964 tot 1985, de economische en sociale geschiedenis sinds 1889 en de recente ontwikkelingen vanaf 1980.

Belindia

Hun nieuwe boek Modern Brazil gaat over de afgelopen zeventig jaar en is thematisch opgebouwd. Na overzichten van de situatie rond 1950 en de politieke en economische ontwikkelingen sindsdien volgen hoofdstukken over demografie, positie van vrouwen, verzorgingsstaat, leven in de stad, sociale ongelijkheid en mobiliteit, ‘raciale’ ongelijkheid en de organisaties van burgers. De auteurs werken erg veel met cijfers; het boek telt bijna tweehonderd tabellen en grafieken.

Het boek poneert twee grote stellingen, die steeds terugkomen: Brazilië is in korte tijd gemoderniseerd en steeds meer op geïndustrialiseerde rijke landen gaan lijken, en de verschillen tussen de regio’s in Brazilië zijn sterk afgenomen. Rond 1950 werd wel gesproken van Belindia omdat het ene deel van het land het ontwikkelingsniveau van België zou hebben en het andere dat van India. Toen was het gemiddelde inkomen in het zuidoosten bijna vier keer zo hoog als in het noordwesten; in 2010 was dat nog maar twee keer zoveel.

De auteurs benadrukken dat al vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw de Braziliaanse staat veel meer sociaaleconomische taken op zich nam – vaak onder autoritair bestuur – dan elders in Latijns-Amerika het geval was. Daarmee liep Brazilië in Latijns Amerika voorop met industrialisatie en volgens Klein en Vidal zelfs wat vooruit op de West-Europese verzorgingsstaten. Ze gaan er daarbij te gemakkelijk vanuit dat Brazilië sterk op de moderne westerse industriële landen is gaan lijken. Daarom vinden ze het bij de bespreking van Brazilië’s extreme inkomensongelijkheid – bijna de hoogste van Latijns Amerika en zelfs van de wereld – moeilijk “de oorzaak van dit buitengewone verschil tussen Brazilië en andere landen van dezelfde omvang, type organisatie en zelfs historische ontwikkeling te begrijpen”. Wie meent dat Brazilië inderdaad zo sterk op de rijke westerse landen lijkt, moet zich wel verbazen dat “ondanks de grootschalige industrialisatie en de modernisering van de economie” en het gestegen onderwijsniveau de ongelijkheid weinig is verminderd.

Slavernij

Klein en Vidal schrijven het in de twintigste eeuw kleiner worden van inkomensverschillen in Europa en de Verenigde Staten in een enkel zinnetje toe aan meer onderwijs, de moderne verzorgingsstaat met hoge belastingen en inkomensherverdeling via de staat. Juist de twee laatste punten maken echter duidelijk dat Brazilië eigenlijk niet bij die landen hoort. Maar tot mijn verbazing lezen we in dit verband niet dat Brazilië een veel beperktere verzorgingsstaat had en heeft, geen progressief maar juist een regressief belastingstelsel heeft zonder herverdelingspolitiek vanuit de staat. Zelfs de lange perioden zonder democratie, sterke sociaaldemocratische partijen en vrije vakbonden worden hierbij niet vermeld. De auteurs verklaren het verschil met de moderne industrielanden eerder uit de al sinds de koloniale tijd extreem ongelijke verdeling van landbezit en het erg laat, in 1888, afschaffen van de slavernij. De ex-slaven konden moeilijk land verwerven. Dat zou kunnen verklaren waarom Brazilië ook binnen Latijns-Amerika extreme inkomensongelijkheid kent, maar niet waarom het sociaaleconomische beleid zo verschilt van andere westerse industrielanden.”

Er is overigens wel iets veranderd. Vooral in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw nam de sociale mobiliteit toe en verwierven veel mensen betere posities dan hun ouders. De traditionele elites bleven echter nogal gesloten. De auteurs stellen dat in het begin van de een en twintigste eeuw de inkomensverschillen iets kleiner zijn geworden, onder andere door uitkeringen voor arme inwoners. Het is jammer dat de auteurs niet in discussie gaan met de Franse econoom Thomas Piketty die in 2018 op grond van andere berekeningen betoogde dat de verschillen in Brazilië niet waren afgenomen, maar ook niet groter geworden.

Meer onderwijs leidde voor veel Brazilianen tot meer kansen, maar die worden door het onderwijsstelsel weer negatief beïnvloed. Arme kinderen gaan naar – meestal slechte – openbare scholen voor primair en secundair onderwijs. Daardoor zijn ze onvoldoende voorbereid op het toelatingsexamen van de gratis, maar kwalitatief goede openbare universiteiten. Dus moeten ze naar de slechte en dure particuliere universiteiten, met uiteindelijk een diploma dat veel minder waard is dan van een openbare universiteit. Voor rijke kinderen geldt het omgekeerde: eerst naar dure privéscholen, dan met een toelatingsexamen naar goede openbare universiteit en vervolgens een goede baan.

Deterministisch

Er staan ook over veel andere onderwerpen interessante stukken in het boek, maar de hoofdlijn blijft dat het in Brazilië – ondanks een paar forse problemen – de goede kant opgaat. Daarbij sluiten de auteurs – zonder dat expliciet te zeggen – aan bij de moderniseringstheorie: vrijwel alle landen zullen zich uiteindelijk demografisch, economisch, sociaal, politiek en cultureel ontwikkelen van traditioneel naar modern naar het voorbeeld van de westerse landen. Dat betekent daling van het kindertal, economische groei door industrialisatie, meer onderwijs, minder armoede, groeiende middenklassen, grotere gelijkheid en democratie. Dat is een wat deterministische kijk op de geschiedenis, alsof alle landen dezelfde ontwikkeling (zullen) doormaken. In Modern Brazil wordt een sterke en nogal rechtlijnige invloed toegekend aan demografische veranderingen. Deze moderniseringstheorie heeft weinig aandacht voor tegenstellingen, conflicten, breuken, paradoxen en gelijktijdige maar tegenstrijdige tendensen. Een voorbeeld van dat laatste is dat een voorheen arm en traditioneel land wel minder arm is geworden, maar tegelijkertijd economisch veel afhankelijker van rijke landen. En vanuit dit lineaire perspectief is het voor Klein en Vidal nogal onbegrijpelijk dat Brazilië, dat in hun ogen nogal succesvol dezelfde weg is ingeslagen als de westerse landen, zo’n grote ongelijkheid kent.

Deze benaderingswijze ziet wel maatschappelijke problemen, maar dat zijn vooral uit traditionele agrarische samenlevingen geërfde belemmeringen en oneffenheden die nog moeten worden weggewerkt. Soms worden problemen of paradoxen echter nauwelijks opgemerkt. Zo worden in Modern Brazil de grote stappen vooruit van vrouwen in gezin, onderwijs en werk breed uitgemeten. Dat is zeker geen onzin, maar we lezen niet dat Brazilië met 14 procent het minste vrouwelijke parlementariërs heeft van Latijns-Amerika en een hele lage plaats op de wereldranglijst. Dat maar twee van de 22 ministers van Bolsonaro vrouw zijn, staat ook niet in het boek. Aandacht hiervoor zou het te eenzijdige vooruitgangsbeeld gecompliceerder en genuanceerder maken.

Succesverhaal?

Problematisch is ook dat de auteurs suggereren dat Brazilië’s snelle ontwikkeling erg uniek en bijzonder is, een soort van de rest van Latijns-Amerika afwijkende weg naar succes. Veel gepresenteerde cijfers lijken dat te bevestigen. Maar die cijfers gaan alleen over Brazilië, zelden wordt een vergelijking in de tijd met andere landen gemaakt. Als je dat wel doet, blijkt Brazilië helemaal niet zo bijzonder. Sinds 1950 zit Brazilië met de veranderingen in bevolkingsgroei, geboortecijfers, zuigelingensterfte, levensverwachting en economische groei vrijwel op het Latijns-Amerikaanse gemiddelde en slechts een beetje – maar niet opvallend – hoger of sneller bij urbanisatie, industrialisatie en alfabetisering.

Dat pleit er niet voor om Brazilië als een soort uitzonderlijk geval of succesverhaal te beschouwen. Kees Koonings keerde zich al in 2012 in zijn oratie als hoogleraar Brazilië Studies tegen het idee dat het Braziliaans ontwikkelingsmodel een soort nieuw paradigma zou vormen. Dat zou anno 2020 nog minder moeten gelden, want met de door Koonings in 2012 genoemde succesfactoren als economische ontwikkeling, armoedebestrijding en democratische stabiliteit is het nu veel slechter gesteld dan toen. Klein en Vidal Luna noemen de huidige economische problemen en de verkiezing van Bolsonaro wel, maar zien daarin geen reden hun rechtlijnige beeld van de Braziliaanse ontwikkeling bij te stellen. In hun conclusie wordt aan deze problemen zelfs geen woord gewijd. En dan is dit boek nog net van voor de coronacrisis, die door de president niet echt serieus wordt genomen.

Problematisch is ook dat de auteurs suggereren dat Brazilië’s snelle ontwikkeling erg uniek en bijzonder is, een soort van de rest van Latijns-Amerika afwijkende weg naar succes. Veel gepresenteerde cijfers lijken dat te bevestigen. Maar die cijfers gaan alleen over Brazilië, zelden wordt een vergelijking in de tijd met andere landen gemaakt. Als je dat wel doet, blijkt Brazilië helemaal niet zo bijzonder. Sinds 1950 zit Brazilië met de veranderingen in bevolkingsgroei, geboortecijfers, zuigelingensterfte, levensverwachting en economische groei vrijwel op het Latijns-Amerikaanse gemiddelde en slechts een beetje – maar niet opvallend – hoger of sneller bij urbanisatie, industrialisatie en alfabetisering.

Verhalen nodig

Op een paar beroemdheden na komen mensen in het boek alleen voor als behorend tot statistische categorieën, niet als wezens die – binnen bepaalde omstandigheden – hun eigen geschiedenis maken. Of en wanneer Brazilianen pessimistisch of optimistisch waren, tevreden of boos, opstandig of gezagsgetrouw, verdrietig of blij, wie ze liefhebben of juist haten, of ze conflicten uitvechten of vermijden, daar lees je niets over. Er staan nergens citaten of beschrijvingen van ‘gewone’ Brazilianen die vertellen wat ze van iets vinden, over wat vroeger beter of slechter was, hoe ze naar de toekomst kijken, waarom ze van de katholieke kerk naar evangelische kerken zijn overgestapt of van Lula naar Bolsonaro. Welke hindernissen hebben emanciperende vrouwen in hun familie moeten overwinnen? De Franse politicoloog Pierre Rosanvallon merkte op: “Om een land te regeren heb je statistiek nodig. Om een land te begrijpen heb je verhalen nodig. Je moet weten wat mensen doormaken en hun leven kennen.” Niet alleen zulke verhalen, maar ook de opvattingen uit de jaarlijkse bevolkingsenquêtes in achttien Latijns-Amerikaanse landen in de Latinobarómetro hadden hiervoor uitstekend materiaal geleverd. Dan had deze nu wat steriele beschrijving een levendige sociale geschiedenis kunnen worden.

De nadruk op kwantitatieve gegevens stelt ook grenzen aan de verklaringsmogelijkheden. Het is prima om te weten in welke mate mannen en vrouwen, stedelingen en plattelanders, rijken en armen zijn verdeeld over de sterk ingekrompen katholieke kerk en de oprukkende evangelische kerken, maar de vraag wordt zelfs niet gesteld waarom mensen voor bepaalde kerken hebben gekozen. Ook lezen we niets over de blijvende betekenis van religie in het land, wat een beetje strijdig is met de impliciet door de auteurs aangehangen moderniseringstheorie, maar juist daarom extra interessant.

Workers of Labor Party?

Ook bij sommige andere geschetste veranderingen ontbreekt een poging tot verklaring. Evenmin lezen we bijvoorbeeld iets over de oorspronkelijke indiaanse bewoners, machismo, cliëntelisme en de voor Latijns-Amerika wat afwijkende omgang met seksualiteit. Het is slordig om de Arbeiderspartij (PT) van Lula soms Workers’ Party te noemen, maar ook een aantal keren Labor Party. Vreemd is ook dat Brazilië-deskundigen schrijven dat de PT een grote meerderheid in het parlement had terwijl die partij alle vier keren dat ze de presidentsverkiezingen won maar ongeveer 20 procent van de stemmen (en zetels) in het parlement verwierf.

Er staat zeker over verschillende onderwerpen veel interessants in dit boek. Maar als geheel is het onevenwichtig. Door de sterke nadruk op cijfers is het een nogal steriele sociale geschiedenis zonder zichtbare mensen, waarin voor moeilijk kwantitatief te onderzoeken verschijnselen weinig plaats is. Ook het moderniseringsperspectief, het idee dat Brazilië sterk op eerdere moderne industrielanden is gaan lijken en de presentatie van Brazilië als een nogal uniek succesverhaal leiden tot een wat eenzijdige selectie, waarbij afwijkende ontwikkelingen te weinig aandacht krijgen.

Op grond van de tekst van de uitgever over ‘a sweeping narrative of social change’ had ik gehoopt dit boek van harte te kunnen aanbevelen. Mogelijk zou het geschikt zijn voor zowel meer ingewijden als voor wie nog vrij weinig weet van Brazilië. Voor die laatste groep is het geen goede introductie door het teveel aan cijfers – met nogal gespecialiseerde en gedetailleerde commentaren daarop – en de eenzijdige benadering. Voor kenners is het handig als een soort statistisch zakboek over veranderingen, met uitgebreide toelichting. Maar dan moet je ook de beperkingen daarvan beseffen en inzien wat niet wordt behandeld. Ondanks een aantal interessante stukken maakt dit boek ook voor deze groep z’n hoge pretenties niet waar. Bovendien is de periode-Bolsonaro, die het land toch behoorlijk op z’n kop gezet heeft en waarschijnlijk blijvend zal beïnvloeden, nauwelijks meegenomen.

Herbert S. Klein en Francisco Vidal Luna, Modern Brazil. A Social History. Cambridge; Cambridge University Press 2020, 419 pag. (met uitgebreide literatuurlijst en register). ISBN 978-1-108-73329-8, € 33,90

 

Gerelateerde berichten

Een beschamende vertoning

Een beschamende vertoning

Paulina Flores (1988) debuteert met de verhalenbundel Een beschamende vertoning. De Chileense schrijver voert eenzame personages op, die terugkijken naar een verleden en het in het heden niet altijd makkelijk hebben. In het titelverhaal staan een vader en dochters Simona (9) en Pía (6) centraal. Samen doorkruisen ze de stad, op zoek naar een nieuwe baan voor de vader.

Lees meer
Development in Latin America. Toward a New Future

Development in Latin America. Toward a New Future

In haar nieuwe boek Development in Latin America. Toward a New Future betoogt de Argentijnse sociologe Maristellla Svampa dat het dominante neo-extractivistische economische model (zoveel mogelijk grondstoffen delven voor de exportopbrengsten) meer problemen veroorzaakt dan het oplost. Het verwoest het milieu, verdrijft inheemse groepen van hun leefgebied, versterkt de ongelijkheid, leidt tot autoritair populisme en ondermijnt de democratie. Veel regeringen van de linkse golf zijn ook onderdeel geworden van Commodities consensus. Ideeën en strijd van inheemse groepen, milieubewegingen en feministen kunnen een alternatieven bieden.

Lees meer
agsdi-globe

Politiek & Maatschappij

agsdi-portrait

Kunst & Cultuur

agsdi-camera

Vrije tijd & Toerisme

agsdi-income

Economie & Ondernemen

agsdi-leaves

Milieu en Natuur

agsdi-learn

Onderzoek & Wetenschap

Blijf op de hoogte

Adverteren op onze website?

Dat kan! Tegen een scherp tarief plaatsen wij uw advertentie.

Ontvang onze nieuwsbrief

Schrijf u in en ontvang onze digitale nieuwsbrief met een overzicht van onze nieuwe artikelen.

Volg ons op social media

Wees als eerste op de hoogte van nieuwe artikelen en deel artikelen met uw netwerk.

Share This