Recensies boeken

Grond zonder rust. Breuklijnen in Haïtiaanse bodem door Marcel Catsburg. Een unieke stormachtige geschiedenis

27 januari 2020

Jan de Kievid

Over Haïti berichten de media voornamelijk bij rampen en gewelduitbarstingen. Daarbij schetsen ze een land dat permanent in diepe ellende verkeert, een bodemloze put waarin buitenlandse hulp steeds weer verdwijnt. Dat is een overtrokken beeld, en ook over de achtergronden van de grote problemen op Haïti hoor je weinig. Er zijn nauwelijks Nederlandse publicaties over de unieke geschiedenis van dit land. Daarom is Grond zonder rust. Breuklijnen in Haïtiaanse bodem van Marcel Catsburg meer dan welkom.

Catsburg studeerde als taalkundige af op de taal van het land (Creool) en werkte er van 1991 tot 1996 voor de christelijke hulporganisatie Woord en Daad om verslag te doen van de strijd om het bestaan van de Haïtianen en het werk van de hulporganisatie. Thans is hij docent (internationale) strategische communicatie aan de Christelijke Hogeschool Ede, maar Catsburg is bij Haïti betrokken gebleven. De boektitel ontleende hij aan een gedicht van de Haïtiaan Jean Métellus over zijn land dat weinig vrede en rust heeft gekend, maar veel verschrikkingen, genocides en plunderingen.

Het boek bestaat uit drie delen: de (pre-)koloniale periode (tot 1804), Haïti als onafhankelijke natie (1804 tot 2010) en de periode na de grote aardbeving van 2010. Eerst schetst Catsburg de grote aardbeving van januari 2010 (https://www.lachispa.nl/artikelen-politiek-maatschappij/haiti-tien-jaar-later-si-se-pa-nou-se-kiye/), waarbij ruim 200 duizend mensen omkwamen en anderhalf miljoen inwoners dakloos raakten. Nooit eerder in de moderne geschiedenis verloor zo’n groot deel van de bevolking (toen zo’n 9 miljoen mensen) bij een natuurramp het leven. Catsburg betoogt overtuigend dat alleen de locatie van Haïti op een geologische breuklijn de omvang van de ramp niet kan verklaren. Haïti, het westelijke deel van het eiland Hispaniola, is extra kwetsbaar voor rampen door drie andere breuklijnen: een politieke, een internationale en een sociaal-culturele. Die wortelen in de koloniale periode en hebben een zelfstandige ontwikkeling ernstig belemmerd.

‘Parel van de Cariben’

De kolonisatie begon al vroeg, want in Hispaniola zette Columbus in 1492 voor het eerst voet op de – later ‘Amerikaans’ genoemde – bodem. De oorspronkelijke bewoners waren snel uitgeroeid. Al rond 1500 voerden de conquistadores zwarte Afrikanen als slaven in. Naast Spanjaarden pikten ook Fransen een stuk van dit eiland in, dat ze Saint-Domingue noemden. Na een periode met vooral avonturiers en zeerovers ontwikkelde Saint-Domingue zich in de 18e eeuw tot de ‘Parel van de Cariben’, de rijkste kolonie ter wereld. Deze op slavernij gebaseerde plantage-economie leverde driekwart van de suikerproductie van de wereld en was ook de belangrijkste koffieleverancier. In 1720 woonden er zes keer zoveel zwarte slaven als vrije blanken.

Rond 1800 vonden hier spectaculaire ontwikkelingen plaats. Terwijl eerdere slavenopstanden elders nooit hadden geleid tot een onafhankelijk land, gebeurde dat hier wel. In 1791 brak een slavenopstand uit, die ook in het Frankrijk van de revolutie van 1789 op enige sympathie kon rekenen. Na chaotische militaire en politieke ontwikkelingen schafte Frankrijk in 1794 de slavernij in de koloniën af. Dat was tegen het zere been van de witte planters en ook de vrije mulatten (nakomelingen van zwarten en blanken) voelden zich bedreigd. In 1802 voerde Napoleon de slavernij weer in, terwijl Saint-Domingue zich onder de zwarte opstandelingenleider Toussaint Louverture al vrijwel onafhankelijk van Frankrijk had gemaakt. Napoleon wilde daarvan echter niks weten. Franse militairen namen Louverture gevangen; hij stierf in 1803 in Frankrijk. Het Franse invasieleger leed uiteindelijk een vreselijke nederlaag, waarna Dessalines, Louverture’s opvolger, in 1804 onafhankelijk Haïti uitriep.

Schulden

Haïti was in naam een onafhankelijke staat, maar maakte een moeilijke start. In dertien jaar van opstanden en (burger)oorlogen waren de meeste plantages verwoest en een derde deel van de slavenbevolking omgekomen. De voormalige slaven ontnamen de Fransen hun bezit en vaak ook hun leven. Zwarte en mulattengeneraals streden om de macht. Vanuit ideeën over superieure en inferieure rassen was een door voormalige slaven geleid land in een tijd dat nog vrijwel overal slavernij bestond, voor de toenmalige grootmachten onacceptabel. Haïti voelde zich door iedereen bedreigd en dat versterkte de militarisering en autoritaire verhoudingen met talrijke staatsgrepen.

Om economisch mee te kunnen doen, had Haïti internationale erkenning nodig. Frankrijk wilde Haïti alleen erkennen als het 150 miljoen francs schadeloosstelling (nu 21 miljard dollar) zou betalen. Onder militaire dreigementen ging Haïti in 1825 akkoord. Meer landen erkenden de nieuwe staat, maar de Verenigde Staten volgden pas in 1862 toen president Lincoln probeerde de slavernij af te schaffen. Om de schuld aan Frankrijk te betalen, moest Haïti leningen afsluiten, die ook na afbetaling van de Franse schuld in 1883 nog terugbetaald moesten worden aan die nieuwe schuldeisers. Rond 1850 ging 30 procent van het overheidsbudget naar de Franse schulden en 50 procent naar de militairen.

‘Minderwaardig volk’

Aan de toch al zwakke onafhankelijkheid kwam in 1915 een einde toen een troepenmacht van de VS het land bezette. De VS-onderminister van Buitenlandse Zaken schreef over een “minderwaardig volk” dat had nagelaten “het beschavingsniveau van de Fransen” te handhaven. De VS wilden vooral de Franse en Duitse invloed op Haïti een halt toe roepen. De bezetting duurde tot 1934, maar ook daarna bleef de invloed van de VS groot. In 1957 won François Duvalier (Papa Doc) de verkiezingen. Hij vestigde een extreem repressieve en corrupte persoonlijke dictatuur, die in 1971 werd voortgezet door zijn zoon Jean-Claude (Baby Doc), beide gesteund door de VS. Toen er verzet kwam uit de bevolking en uiteindelijk de katholieke kerk, de legerleiding en de VS hem lieten vallen, moest Baby Doc in 1986 het land verlaten.

Sindsdien worstelen de Haïtianen met pogingen het land te democratiseren. Dat gaat met diep vallen en af en toe opstaan in een land waar de staat weinig diensten verleent en waar de talloze internationale hulporganisaties functioneren als een soort parallelle staat. Daarbij komt de prominente aanwezigheid van de VS, die neoliberale hervormingen opleggen, en een VN-vredesmacht. Er is een enorme braindrain. Al in 1970 waren er meer Haïtiaanse artsen in New York en Montreal dan in Haïti. Financiële steun van geëmigreerde Haïtianen aan hun familieleden zorgt voor bijna een derde van het Haïtiaanse nationaal inkomen.

Ook nu worden pogingen ondernomen om de autoritaire verhoudingen te doorbreken en het land voor iedereen tot ontwikkeling te brengen. Meest opvallend daarbij was het optreden van de onder de armen zeer populaire progressieve priester Jean-Bertrand Aristide, die tussen 1991 en 2004 driemaal – samen vijf jaar – president was en tweemaal werd afgezet. Met de grote aardbeving van 2010, waarbij de VS en hulporganisaties het land vrijwel overnamen, was Haïti in veel opzichten terug bij af. Sinds 2018 protesteren Haïtianen regelmatig tegen de armoede, corruptie en de roofzuchtige staat.

Land dat niet mocht bestaan

Catsburg verklaart de geschiedenis en de huidige situatie uit drie met elkaar samenhangende en versterkende breuklijnen: een politieke, een internationale en een sociaal-culturele. De koloniale staat was een autoritaire roofstaat en de huidige staat is dat nog steeds. Militaire en autoritaire elementen zijn versterkt door de voortdurende buitenlandse bemoeienis met een land dat eigenlijk niet mocht bestaan. Buitenlandse hulp heeft de al geringe overheidscapaciteit om de bevolking te helpen en te beschermen verder ondermijnd. De sociaal-culturele breuklijn is het meest omstreden. Volgens sommigen belemmeren uit Afrika meegenomen cultuur en vodou-rituelen vooruitgang en ontwikkeling. Terecht plaatst Catsburg daar kanttekeningen bij.
Vodou heeft mensen ook gesteund om zich te verzetten tegen slavernij en onderdrukking. De maatschappelijke ontwikkelingen hebben ook geleid tot een groot wantrouwen tussen bevolkingsgroepen en van instituties. Dat is zeker het geval, maar niet uniek voor Haïti.

Catsburg geeft niet aan welke breuklijn hij het belangrijkste vindt, maar op grond van zijn boek en vergelijking met andere Latijns-Amerikaanse en Caribische landen ben ik geneigd een element te benadrukken, dat Catsburg uitgebreid behandelt en dat alleen voor Haïti geldt. Dat is het bestaan van een door voormalige slaven of hun nakomelingen geleide staat in een wereld, waarin slavernij nog vrijwel overal in de (ex-)koloniën bestond en ook nu afstammelingen van de slaven nog steeds worden gediscrimineerd.

Vrouwen afwezig

Catsburg heeft een belangrijk en interessant boek geschreven. Daarbij maakt hij bijvoorbeeld goed gebruik van 18e– eeuwse reisverslagen, waarin de slavernij wordt beschreven en beoordeeld. Het boek is meestal goed leesbaar en de lezer komt veel over de geschiedenis van Haïti te weten. Ook de beschouwingen over de drie breuklijnen zijn zeer verhelderend. Toch zijn er twee zwakke punten, een inhoudelijk en een meer praktisch. Het eerste is dat essentiële basisinformatie over het huidige Haïti ontbreekt en dat het land te weinig in een vergelijkende context wordt geplaatst. Zelfs het huidige inwonertal wordt niet genoemd.
We lezen veel over ellende en de zeer slecht functionerende staat, maar nergens dat Haïti op punten als levensverwachting, alfabetisme, reëel inkomen, democratie en corruptie ver onder het Latijns-Amerikaanse en Caribische gemiddelde zit. Op deze punten lijkt Haïti eerder op een gemiddeld Afrikaans land. Soms nog lager: met slechts 3 procent  vrouwelijke parlementariërs staat Haïti op de 186e plaats van 191 landen. Catsburg beschrijft terecht de posities van sociaaleconomische groepen, van mensen met verschillende huidskleuren, van stedelingen en plattelanders, maar over vrouwen lezen we weinig. Dat die opvallend weinig belangrijke posities hebben bekleed, was wel een vermelding waard geweest.
Jammer is ook dat de interessante opmerkingen over de aangrenzende Dominicaanse Republiek (een voor Latijns Amerika nogal gemiddeld land) van pagina 130-131 niet verder zijn uitgewerkt. Juist een vergelijking tussen twee landen die weinig met elkaar te maken willen hebben, maar elkaar niet kunnen ontlopen, zou verhelderend kunnen werken.

Voorkennis

Dan het praktische punt. Dit boek had voor Nederlanders met meestal weinig voorkennis over Haïti toegankelijker kunnen zijn. In het boek staan veel namen van personen, die tevoren voor minstens 95 procent volstrekt onbekend waren. Als ze een tweede of derde keer voorkomen, wordt zelden herhaald wie ze waren. Omdat in dit boek van bijna vierhonderd pagina’s niet alleen een zakenregister, maar ook een personenregister ontbreekt, moet je vaak terugbladeren op zoek naar eerdere informatie over personen. Lezers zouden ook profijt hebben van een jaartallenlijstje, een lijst van de belangrijkste presidenten en/of korte gegevens – een regel of zes per persoon – over een tiental hoofdrolspelers.

Deze opmerkingen nemen niet weg dat dit boek een belangrijke aanwinst is over de unieke geschiedenis van een land, waarover veel mensen ten onrechte weinig weten. Het laat goed zien hoe een land dat met de slavenopstand en de onafhankelijkheid eigenlijk vooruitliep op de geschiedenis mede daardoor in problemen verzeild raakte. De rest van de wereld was nog lang niet toe aan een door voormalige slaven of hun nakomelingen geleid land.

Marcel Catsburg, Grond zonder rust. Breuklijnen in Haïtiaanse bodem. Soesterberg: Aspekt 2019, 394 pag. ISBN 9789463387378, € 28,95.

Gerelateerde berichten

De ziel in het bloed

De ziel in het bloed

“Niets in dat smakelijke hapje herinnert aan de verschrikking die erachter schuilt.” Tja, een hamburger kan natuurlijk tot je favoriete snacks behoren, maar deze zin uit de novelle De ziel in het bloed van de Braziliaanse schrijfster Ana Paula Maia (1977) laat weinig ruimte voor misverstand of wegkijken.

Lees meer
Schitterend Lichaam

Schitterend Lichaam

Door een gevaarlijk virus is er een einde gekomen aan de consumptie van dierenvlees: het virus zit in dieren en is dodelijk voor mensen. Maar de vraag naar vlees blijft bestaan en men vindt een radicaal alternatief. De dystopische roman Schitterend Lichaam van de Argentijnse auteur Agustina Bazterrica (1974, Buenos Aires) beschrijft een bizarre wereld waarin kannibalisme de norm is.

Lees meer
agsdi-globe

Politiek & Maatschappij

agsdi-portrait

Kunst & Cultuur

agsdi-camera

Vrije tijd & Toerisme

agsdi-income

Economie & Ondernemen

agsdi-leaves

Milieu en Natuur

agsdi-learn

Onderzoek & Wetenschap

Blijf op de hoogte

Adverteren op onze website?

Dat kan! Tegen een scherp tarief plaatsen wij uw advertentie.

Ontvang onze nieuwsbrief

Schrijf u in en ontvang onze digitale nieuwsbrief met een overzicht van onze nieuwe artikelen.

Volg ons op social media

Wees als eerste op de hoogte van nieuwe artikelen en deel artikelen met uw netwerk.

Share This