Recensies boeken

A History of Violence. Living and Dying in Central America.

2 mei 2016

Auteur: Jan de Kievid

Ondanks het onderwerp klinkt de titel van het nieuwe boek van de Salvadoraanse journalist Óscar Martínez, A History of Violence. Living and Dying in Central America, vrij zakelijk. Een titel als ‘Een weg door de hel’ zou beter aangeven wat de lezer te wachten staat over armoede, machteloosheid, angst, vernedering, corruptie, machtswellust, seksisme, mensenhandel en extreme wreedheid. Martínez maakte eerder naam met The Beast, zoals de trein door Mexico wordt genoemd waaraan migranten zich vastklampen op weg naar het beloofde land, de Verenigde Staten. Om dat boek te schrijven reisde Martínez acht keer met zulke migranten mee met deze trein.

De in 1983 geboren Martínez leidt Sala Negra, de afdeling criminaliteitsonderzoek van El Faro, de in El Salvador gevestigde onafhankelijke online krant voor Midden-Amerika. Door zijn werk is hij al vaak bedreigd, maar Martínez lijkt nergens bang voor te zijn. Hij praat met slachtoffers van geweld en nabestaanden, al dan niet corrupte politici, corrupte politiemensen en politiechefs die zeggen dat ze zelf niet corrupt zijn maar hun eigen mensen niet kunnen vertrouwen. Hij maakt afspraken – op voorwaarde van anonimiteit – met kleine en grote jongens in de drugshandel. Dan weer zit hij aan tafel met integere hardwerkende openbare aanklagers en rechters, die worden gedwarsboomd door omgekochte collega’s. Hij trekt op met een huurmoordenaar die ruim vijftig mensen heeft gedood. Hij wil gaan kijken op plaatsen waarvan iedereen zegt dat hij niet levend zal terugkomen. Soms gaat hij ‘onbeschermd’, soms onder dubieuze politiebescherming.

‘Vredestijd’

Het boek van Martínez gaat over het geweld in drie landen, El Salvador, Guatemala en Honduras, en over het geweld dat migranten uit die landen tegenkomen als ze via Mexico de VS proberen te bereiken. Honduras en El Salvador hebben de hoogste moordcijfers ter wereld in ‘vredestijd’ – verhoudingsgewijs honderd keer zoveel als Nederland en twintig keer zoveel als de VS – en ook in Guatemala is het beroerd gesteld. Het is niet echt ‘vredestijd’, want in El Salvador vielen tijdens de in 1992 beëindigde burgeroorlog gemiddeld 16 doden per dag; nu zijn dat er 23. Bijna één procent van de bevolking zit daar in een gewelddadige jongeren- of drugsbende en bijna een tiende is economisch afhankelijk van deze benden.

In veertien hoofdstukken behandelt Martínez steeds een ander thema of voorbeeld, waarin hij ook laat zien hoe hij zelf aan informatie komt. De eerste vijf zijn gerangschikt onder ‘Leegte’, over gebieden waar de overheid afwezig is en de narco’s de dienst uitmaken. De volgende vijf staan onder ‘Waanzin’, die uit deze leegte voorkomt en zich uit in massamoorden en overvolle gevangenissen. We lezen hoe grote boeven, die eindelijk door de politie zijn gepakt, vaak door corrupte rechters weer worden vrijgelaten, al belanden ze af en toe toch echt in de cel.

Wetten als slangen

Martínez laat zien hoe drugsbenden vroeger nog onderhandelden en afspraken maakten over verdeling van territoria. Sinds de Mexicaanse Zetas Midden-Amerika zijn binnengedrongen, geldt alleen de taal van het geweld. In een leeg gebied in Noord-Guatemala dwingen narco’s kleine boeren hun land ver onder de prijs te verkopen aan de drugsbazen. Als ze weigeren, krijgen ze te horen: “Als je nu niet verkoopt, zal je weduwe zich later heel goedkoop moeten verkopen.” De van hun land verdreven boeren bezetten stukjes natuurgebied om te kunnen overleven. Terwijl de grote drugsbazen buiten schot blijven, treedt de overheid hard op tegen deze landbezetters, die en passant worden beschuldigd van drugshandel. Zo lijkt het alsof de overheid ‘echt’ iets doet tegen drugshandelaren. Martínez citeert met instemming de in 1980 vermoorde Salvadoraanse aartsbisschop Oscar Romeo dat de wetten hier als slangen zijn – ze bijten alleen de mensen zonder schoenen.

De vierde laatste hoofdstukken gaan over ‘Vluchten’. Dagelijks vertrekken meer dan duizend mensen uit de drie landen, ruim één procent van de bevolking, in een poging de VS te bereiken. Dat is onmogelijk zonder mensensmokkelaars die weten hoe ze de autoriteiten moeten omkopen of omzeilen. Ook deze smokkelaars moeten zich schikken naar de grillen van de Zetas die de doorgangen tussen Mexico en de VS controleren. Per migrant eisen ze belasting, en als je niet betaalt, volgen massamoorden, als waarschuwing en om te laten zien wie de baas is. Wie toch de VS bereikt, wordt daar pas vrijgelaten als de familie het tweede deel van de betaling voor de tocht heeft overgemaakt. Het tarief is zo’n 7000 dollar per persoon, vijf keer het jaarloon van een Salvadoraanse landarbeider.

Gedeporteerd

Martínez en Jon Lee Anderson, een bekende VS-journalist die wereldwijd conflicten heeft verslagen en een voorwoord schreef, richten zich met deze Engelse uitgave vooral tot het publiek in de Verenigde Staten. De mensen daar moeten beseffen dat dit geen ver van hun bedverhalen zijn, maar dat het gaat “over de levens van mensen die elke morgen uw koffie serveren, uw gras maaien of uw waterleiding repareren.” Dat ze in de VS zijn, heeft te maken met door de VS gesteunde burgeroorlogen in Midden-Amerika. Door die oorlogen vluchtten mensen naar de VS. Een deel van hen raakte in Los Angeles betrokken bij gangs en stichtte er eigen gangs, waarvan La Mara Salvatrucha en Barrio 18 de bekendste zijn. Toen die veel problemen gaven, deporteerden de VS vierduizend criminele bendeleden naar hun herkomstlanden. Daar sloten werkloze ex-guerrillastrijders en voormalige regeringssoldaten zich bij hen aan. De gangs zetten hun criminele activiteiten voort en groeiden enorm in deze doorvoerlanden van drugs van Colombia naar de VS.

Verbijsterend

Door het moedige onderzoekswerk en de schrijfstijl van Martínez geeft het boek een indringende inkijk in de geweldsproblemen in Midden-Amerika. Sommige verbijsterende verhalen laten je niet makkelijk meer los. Dat geldt ook voor mij, maar het blijft te veel een verzameling afgrijselijke verhalen. Ik zou na lezen van zo’n boek ook graag beter begrijpen waarom het zo dramatisch uit de hand is gelopen, en dat is het helaas niet het geval. Natuurlijk zijn armoede, oorlog, ongelijkheid en drugshandel een gevaarlijke mix. Maar die hoeven niet altijd zulke extreme effecten te hebben. Waarom worden in Nicaragua, ook op de route tussen Colombia en de VS en even arm en corrupt als El Salvador, Guatemala en Honduras bijna tien keer minder moorden gepleegd dan in El Salvador en Honduras? Een poging zulke vragen te beantwoorden (niet de pretentie van Martínez) zou verhelderend kunnen zijn.

Of de oproep in beide voorwoorden aan de bewoners van de VS veel uithaalt, betwijfel ik. De VS komt in de verhalen zelf maar sporadisch ter sprake, veel verbanden worden er niet gelegd en zeker niet uitgewerkt. Dat biedt een lezer uit de VS helaas de mogelijkheid om te denken dat de mensen uit Midden-Amerika zijn bevangen door ‘waanzin’, als mensen uit een vreemde wereld, waarmee hij zelf niets te maken heeft.

Ook Martínez weet geen oplossing voor de enorme problemen. Maar hij gelooft wel dat het helpt als mensen begrijpen wat er aan de hand. “De crisis zal worden opgelost als mensen het begrijpen, en wordt erger als ze dat niet doen. Zo eenvoudig is het. En zo ingewikkeld is het.” Of het ‘zo eenvoudig’ is, betwijfel ik, maar met zo ‘ingewikkeld’ heeft Martínez – alweer helaas – volkomen gelijk.

Óscar Martínez, A History of Violence. Living and Dying in Central America. Londen-New York: Verso, 2016, 257 pag. Vertaald door John B. Washington en Daniela Ugaz. ISBN 978-1-78478-168-2.  

Voor nieuwe artikelen van Óscar Martínez: http://www.elfaro.net/

Gerelateerde berichten

Het derde land

Het derde land

Haar debuut Nacht in Caracas was een groot succes. Nu heeft Karina Sainz Borgo, geboren in Venezuela en sinds 2006 woonachtig in Spanje, opnieuw een geweldige roman geschreven. Het derde land schetst de Latijns-Amerikaanse samenleving in al haar facetten, gruwelijk en tegelijk veerkrachtig en liefdevol, in prachtig proza.

Lees meer
Mijn documenten

Mijn documenten

“Mijn vader was een computer, mijn moeder een schrijfmachine. Ik was een leeg schrift en nu ben ik een boek.” Dit is een typerende zin uit Mijn documenten van de Chileense schrijver Alejandro Zambra (1975). In het verhaal heeft de vader van de verteller een kantoorbaan met elektrische typmachine, de moeder is creatief en houdt van zingen.

Lees meer
De christus van Elqui

De christus van Elqui

Er is een gezegde: ‘Klein dorp, grote hel’. Dat geldt zeker voor de gemeenschap in de roman De christus van Elqui van de Chileense schrijver Hernan Rivera Letelier (1950). Onderling geroddel en sociale controle houden – samen met de feodale machtsverhoudingen tussen bazen en arme mijnwerkers – de sociale verhoudingen in hun oneerlijke, ijzeren greep.

Lees meer
agsdi-globe

Politiek & Maatschappij

agsdi-portrait

Kunst & Cultuur

agsdi-camera

Vrije tijd & Toerisme

agsdi-income

Economie & Ondernemen

agsdi-leaves

Milieu en Natuur

agsdi-learn

Onderzoek & Wetenschap

Blijf op de hoogte

Adverteren op onze website?

Dat kan! Tegen een scherp tarief plaatsen wij uw advertentie.

Ontvang onze nieuwsbrief

Schrijf u in en ontvang onze digitale nieuwsbrief met een overzicht van onze nieuwe artikelen.

Volg ons op social media

Wees als eerste op de hoogte van nieuwe artikelen en deel artikelen met uw netwerk.

Share This