Volkwagen is bereid om 36 miljoen reales, bijna 5,6 miljoen euro, aan compensatie en donaties te betalen vanwege haar rol tijdens de militaire dictatuur in Brazilië in de periode 1964 – 1985.
Een overheidscommissie concludeerde na onderzoek dat bedrijven als Volkswagen de militaire overheid actief ondersteunde bij het identificeren en vervolgen van ‘subversieven’ en vakbondsactivisten onder haar werknemers.
Veel van die aldus gekenmerkte arbeiders werden ontslagen, vastgezet of lastig gevallen door de politie en konden vervolgens geen werk meer vinden.
Het bedrijf gaf woensdag aan dat het een overeenkomst met de Braziliaanse staat en aanklagers in São Paulo ondertekend had. Daarin is onder meer een betaling opgenomen van 16,8 miljoen reales aan een vereniging van voormalige werknemers en nabestaanden van de Braziliaanse vestiging van het Duitse bedrijf. Het restant zal aan andere mensenrechten gerelateerde doelen geschonken worden.
De Braziliaanse aanklagers meldden in een verklaring dat met de overeenkomst een einde gekomen is aan drie verschillende onderzoeken die sinds 2015 liepen.
Hiltrud Werner, hoofd integriteit en juridische zaken in de raad van bestuur van moederbedrijf Volkswagen AG, toonde zich tevreden: “Het is belangrijk om verantwoordelijk met dit negatieve hoofdstuk in Brazilië’s geschiedenis om te gaan en openheid te promoten”, verklaarde zij in een Portugeestalige verklaring.
Geschiedkundige Christopher Kopper van de Universiteit van Bielefeld, namens VW betrokken bij het onderzoek, noemde de overeenkomst ‘historisch’. “Het zou de eerste keer zijn dat een Duits bedrijf verantwoordelijkheid aanvaardt voor schendingen van de rechten van haar eigen werknemers sinds het einde van het Nationaal Socialisme”, verklaarde hij aan diverse Duitse media.
Toch plaatste het bedrijf een duidelijke kanttekening bij de overeenkomst. Hoewel Koppers onderzoek ook volgens Volkswagen aantoonde dat er in de genoemde periode inderdaad samengewerkt werd tussen haar eigen veiligheidsdiensten en de Braziliaanse militaire overheid, was er geen hard bewijs gevonden dat deze samenwerking institutioneel was. Dat wil zoveel zeggen als dat er individuele fouten gemaakt zijn, maar dat daar geen bedrijfsbeleid aan ten grondslag lag.