Economie & Ondernemen

Haïti overleeft op geld van familie

14 januari 2020

Het is al decennia gebruikelijk in veel Latijns-Amerikaanse landen: een of meer gezinsleden vertrekken naar het noorden om geld te verdienen. Het geld wordt gespaard voor een huis in het geboortedorp, of het wordt gebruikt om achtergebleven familie te ondersteunen. Zo ook in Haïti, waar bijna iedereen wel familie in de Verenigde Staten, Canada of Frankrijk heeft. En die familie stuurt veel geld naar huis; tussen 2010 en 2019 betrof het een bedrag van maar liefst twintig miljard dollar. Hiermee staat Haïti nu bovenaan de top-5 van landen die remesas (overmakingen) sturen.

Het bedrag dat geëmigreerde Haïtianen overmaken is het afgelopen decennium flink gegroeid; tussen 2000 en 2009 ging het om 4,5 miljard dollar. Een toename dus van ruim 400%. Voor een belangrijk deel is dit te verklaren uit de crisissituatie waarin het land nu al tien jaar verkeert. Op 12 januari 2010 trof een zware aardbeving de hoofdstad Port-au-Prince en aangrenzende gemeenten. Er kwamen naar schatting 200.000 mensen om het leven, en anderhalf miljoen mensen raakten dakloos. Grote getallen op een bevolking van (toen) nog geen tien miljoen.

In 2015 waren de overmakingen gelijk aan 25% van het BNP. Met het vertrek van veel humanitaire en ontwikkelingsorganisaties worden de remesas steeds belangrijker voor het overleven van de bevolking.  Meer dan tien jaar geleden voorzag de geograaf, onderzoeker en schrijver George Anglade al dat deze constant groeiende geldstroom een keerpunt en het begin van een nieuwe economische cyclus zou markeren. “Tot het eind van de zeventiger jaren was de economie in Haïti gebaseerd op de kleine boeren die produceerden voor de lokale voedselvoorziening en gedeeltelijk ook voor de internationale markt (koffie). Maar de implosie van het boerenbedrijf zorgde voor een nieuwe economische cyclus, waarbij de diaspora nu de rol van de melkkoe van de boeren vervult.”

Of George Anglade zo’n grote rol voor de diaspora had voorzien als nu het geval is zullen we nooit weten. Hij en zijn vrouw waren twee van de honderdduizenden die tien jaar geleden om het leven kwamen.

Le Nouvelliste

Gerelateerde berichten

Gaat het dan economisch toch de goede kant uit met Latijns-Amerika? De regio en de OESO – Deel 2: de drie C’s, Chili, Colombia en Costa Rica

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO, of OECD in het Engels) staat bekend als de ‘club van rijke landen’. Van oudsher stimuleert zij landen in met name het Noord-Atlantisch gebied hun sociaaleconomisch beleid op elkaar af te stemmen. Vrije handel wordt door de OESO niet alleen gezien als doel maar ook als middel om de economieën van de lidstaten te laten groeien en daarmee de welvaart van de inwoners te doen toenemen. Democratie en goed bestuur zijn voorwaarden voor ontwikkeling. Sinds het einde van de Koude Oorlog breidt de organisatie zich buiten het Noord-Atlantisch gebied vooral uit in Latijns-Amerika en werd Mexico als eerste ‘voormalige Derde Wereldland’ in 1994 volwaardig lid. In dit artikel wordt ingegaan op de uitbreiding van de OESO met drie Latijns-Amerikaanse landen, Chili, Colombia en binnenkort Costa Rica.

Lees meer
agsdi-globe

Politiek & Maatschappij

agsdi-portrait

Kunst & Cultuur

agsdi-camera

Vrije tijd & Toerisme

agsdi-income

Economie & Ondernemen

agsdi-leaves

Milieu en Natuur

agsdi-learn

Onderzoek & Wetenschap

Blijf op de hoogte

Adverteren op onze website?

Dat kan! Tegen een scherp tarief plaatsen wij uw advertentie.

Ontvang onze nieuwsbrief

Schrijf u in en ontvang onze digitale nieuwsbrief met een overzicht van onze nieuwe artikelen.

Volg ons op social media

Wees als eerste op de hoogte van nieuwe artikelen en deel artikelen met uw netwerk.

Share This