Recensies boeken

Tanja Nijmeijer – Van guerrilla naar vredesproces

30 november 2021

Nico Verbeek

De autobiografie van ex-guerrillera Tanja Nijmeijer (Denekamp, 1978) valt samen met de herdenking van de ondertekening, vijf jaar geleden, van het vredesakkoord tussen de Colombiaanse regering en de guerrillabeweging FARC. In haar boek Van guerrilla naar vredesproces schrijft Nijmeijer uitgebreid over de onderhandelingen, over het akkoord en over de problematische implementatie ervan. Interessant om van een van de direct betrokkenen te horen hoe dat allemaal in z’n werk is gegaan, maar misschien is het voor de gemiddelde niet-Colombiaanse lezer iets te uitgebreid.

De meeste lezers zullen vooral geïnteresseerd zijn in het eerste deel van Nijmeijers verhaal: hoe ze ertoe is gekomen zich aan te sluiten bij de FARC en wat ze daarna allemaal heeft beleefd. Eerst is ze actief bij de stedelijke milities in Bogotá en heeft ze een baan als lerares Engels op een particuliere taalschool. Daarna trekt ze jarenlang rond in de jungle en de bergen van Colombia en leidt ze het leven van een ‘gewone’ guerrillastrijder.

Alles verandert in 2007 als haar dagboeken worden gevonden bij een inval van het leger in haar kampement en op dat moment begint het meest dramatische deel van haar leven. Dan wordt ze ook een bekende persoon, zowel in Colombia als in Europa en ook een speelbal in de propagandaoorlog tussen de critici van de guerrilla in Colombia – dat zijn er nogal wat natuurlijk – en de leiders van de FARC.

Club Nogal

De commandanten van de guerrilla willen haar aanvankelijk bestraffen voor de dingen die ze over de organisatie in haar dagboek schreef, maar ze besluiten uiteindelijk dat Nijmeijer nuttiger kan zijn als uithangbord voor de FARC – zo vaak komt het niet voor dat een Europese ervoor kiest haar leven en welzijn op het spel te zetten voor een verre revolutionaire strijd.

De FARC laat Jorge Enrique Botero, een Colombiaanse journalist die dicht bij de guerrilla staat, naar de jungle komen voor een reportage en die mag Nijmeijer uitgebreid interviewen. Botero publiceert het allemaal in zijn boek La vida no es fácil, papi – la holandesa de las FARC en daarin staat uiteraard de door de FARC geautoriseerde versie van de gebeurtenissen rondom Nijmeijer en het dagboek. Ze maakt in het boek duidelijk dat ze wel degelijk verder wil met haar guerrillastrijd. Veel keuze heeft ze op dat moment ook niet. Het was dát, flink veel berouw tonen tegenover de leiding en haar revolutionaire collega’s of anders verschijnen voor een krijgsraad. En hoe die werken weet Nijmeijer na pakweg vijf jaar guerrillabestaan maar al te goed en dus weet ze ook dat de kans dat ze daar levend uitkomt niet al te groot is.

Op 7 februari 2003 plegen stedelijke milities van de FARC een uiterst bloedige aanslag in Bogotá. In de parkeergarage van Club Nogal wordt een autobom tot ontploffing gebracht, waarbij 36 dodelijke slachtoffers vallen en meer dan 200 gewonden. Nijmeijer zelf is niet betrokken bij deze actie, maar ze is op dat moment wel actief in datzelfde stedelijke netwerk van de FARC in de hoofdstad.

Meteen na de aanslag wordt door de politie uitgebreid jacht gemaakt op de milicianos en daarom vindt het Secretariaat van de FARC het beter om Nijmeijer uit de stad weg te halen en naar de jungle te sturen. En daar zal ze blijven tot 2012, als ze van haar superieuren de taak krijgt het team van onderhandelaars in Cuba te versterken.

Verwende kinderen

Het verhaal over die vredesonderhandelingen in Cuba beslaat een behoorlijk deel van het boek en dat is interessant, maar soms wel erg gedetailleerd. Het gaat hoofdstukken lang door over vrouwenrechten, gender-commissies en de ruzies daarover binnen de FARC. Dat had wat minder gemogen, een goede redacteur had misschien wat evenwicht aangebracht.

De grote vraag die een doorsnee lezer natuurlijk beantwoord wil zien, is hoe ze ertoe kwam de wapens op te nemen en deel te nemen aan het bloedige Colombiaanse conflict. Was er geen andere manier om bij te dragen aan een rechtvaardiger Colombia? Waarom sloot ze zich aan bij een organisatie die op dat moment, begin van deze eeuw, van het losgeld van ontvoeringen leefde (van rijke maar ook niet zo rijke landgenoten), die burgers en ondernemingen afperste en die tot over de neus in de drugshandel en drugsproductie zat? Ze vertelt hier wel wat over, maar wat mij betreft komt ze toch niet met een bevredigend antwoord.

Nijmeijer begint te werken op een particuliere school in Pereira, een kleine stad in het westen van Colombia, waar ze een onderzoek wil doen voor haar studie Romaanse Talen. Ondertussen geeft ze Engelse les aan rijke, verwende kinderen die haar het leven op school zo zuur mogelijk proberen te maken. Daarna raakt ze bevriend met een vrouwelijke college op school en daar begint het ‘echte’ verhaal.

Die collega neemt haar mee naar de sloppenwijken van Bogotá, wijst haar op de grote sociale ongelijkheid in Colombia en legt uit dat de Colombiaanse elites alleen geïnteresseerd zijn in hun eigen belangen. Ook maakt ze haar duidelijk dat alles de schuld is van het verfoeilijke Amerikaanse imperialisme dat overal achter zit. Ze komt daarna terecht in de kring van milicianos van de FARC in Pereira en die overtuigen haar ervan dat alleen gewapenderhand de zaken veranderd kunnen worden in Colombia.

Drie maaltijden per dag

Ze schrijft in het boek wel een paar keer dat haar kijk op de oorlog in Colombia verandert als ze in het kader van de vredesbesprekingen in contact komt met slachtoffers van deze oorlog, slachtoffers vooral van de acties van ‘haar’ FARC. Het verhaal van een moeder die twee zonen verloor bij de aanslag op El Nogal, maakt indruk op haar.

Toch zegt ze niet ronduit dat ze een fout heeft gemaakt en ook houdt ze in het midden of ze, mocht ze haar leven over kunnen doen, dezelfde beslissingen zou nemen. Natuurlijk is dat ook niet meer dan een filosofische oefening en een vraag die eigenlijk geen enkel mens echt kan beantwoorden. Maar ze vraagt zich nergens af of je een maatschappij wel kan en mag veranderen door geweld te gebruiken en op welk moment dat wel of niet geoorloofd zou kunnen zijn. En dat terwijl over de legitimiteit van de gewapende strijd in de loop der tijd toch heel wat is gezegd en geschreven, want een dergelijk dilemma is natuurlijk niet nieuw.

Tanja Nijmeijer sluit zich aan bij een guerrillagroepering die op het moment dat ze dat doet haar legitimiteit al lang heeft verloren en onnoemelijk veel leed onder de bevolking heeft aangericht, vooral onder het arme deel ervan. Het feit dat een buitenlandse de wapens tegen Colombianen opneemt, kon in Colombia zelf natuurlijk op weinig sympathie rekenen. Ze heeft ook niet het ‘excuus’ van veel andere collega’s die bij de guerrilla gaan omdat ze dan tenminste drie maaltijden per dag krijgen, een sterk argument in een land waar rond de 40 procent van de bevolking in armoede leeft. Feit blijft dat Nijmeijer ondanks haar ‘goede bedoelingen’ heeft bijgedragen aan het vergroten van het leed van de arme Colombianen, precies de mensen die ze eigenlijk wilde helpen.

Niet veilig

Nijmeijer heeft onlangs haar lidmaatschap van de politieke beweging FARC opgezegd en woont met haar vriend (ook ex-FARC) in de buurt van Cali, in een van de ‘zones’ die door de Colombiaanse regering ter beschikking zijn gesteld voor de gedemobiliseerde militanten van de guerrilla. Al bijna driehonderd guerrillastrijders zijn na het neerleggen van de wapens vermoord en Nijmeijer bekent dat ze zich niet altijd veilig voelt.

In de laatste hoofdstukken beschrijft ze de moeilijkheden die de ex-guerrillero’s ondervinden bij de implementatie van het vredesakkoord. Het helpt niet dat de huidige regering van de rechtse president Iván Duque een verklaard tegenstander is van het vredesakkoord en dat vele beloften niet worden nagekomen.

En met dat argument zijn een aantal van de belangrijkste commandanten, onder andere Iván Márquez, de leider van de onderhandelingen zelf, weer teruggegaan ‘de bergen in’ en hebben ze de wapens weer opgenomen. Een vicieuze cirkel…

Tanja Nijmeijer. Van guerrilla naar vredesproces, Uitgeverij Hollands Diep, ISBN 9789048851812, 394 pag., €22,99

Gerelateerde berichten

Het derde land

Het derde land

Haar debuut Nacht in Caracas was een groot succes. Nu heeft Karina Sainz Borgo, geboren in Venezuela en sinds 2006 woonachtig in Spanje, opnieuw een geweldige roman geschreven. Het derde land schetst de Latijns-Amerikaanse samenleving in al haar facetten, gruwelijk en tegelijk veerkrachtig en liefdevol, in prachtig proza.

Lees meer
Mijn documenten

Mijn documenten

“Mijn vader was een computer, mijn moeder een schrijfmachine. Ik was een leeg schrift en nu ben ik een boek.” Dit is een typerende zin uit Mijn documenten van de Chileense schrijver Alejandro Zambra (1975). In het verhaal heeft de vader van de verteller een kantoorbaan met elektrische typmachine, de moeder is creatief en houdt van zingen.

Lees meer
De christus van Elqui

De christus van Elqui

Er is een gezegde: ‘Klein dorp, grote hel’. Dat geldt zeker voor de gemeenschap in de roman De christus van Elqui van de Chileense schrijver Hernan Rivera Letelier (1950). Onderling geroddel en sociale controle houden – samen met de feodale machtsverhoudingen tussen bazen en arme mijnwerkers – de sociale verhoudingen in hun oneerlijke, ijzeren greep.

Lees meer
agsdi-globe

Politiek & Maatschappij

agsdi-portrait

Kunst & Cultuur

agsdi-camera

Vrije tijd & Toerisme

agsdi-income

Economie & Ondernemen

agsdi-leaves

Milieu en Natuur

agsdi-learn

Onderzoek & Wetenschap

Blijf op de hoogte

Adverteren op onze website?

Dat kan! Tegen een scherp tarief plaatsen wij uw advertentie.

Ontvang onze nieuwsbrief

Schrijf u in en ontvang onze digitale nieuwsbrief met een overzicht van onze nieuwe artikelen.

Volg ons op social media

Wees als eerste op de hoogte van nieuwe artikelen en deel artikelen met uw netwerk.

Share This