Recensies boeken

Erfgoed

22 januari 2022

Jan de Kievid

De omslag van de roman Erfgoed van Miguel Bonnefoy is treffend. We zien er een papagaai en een klein vliegtuig, met op achtergrond de Chileense hoofdstad Santiago en het Andesgebergte. Dat past goed bij deze familiekroniek, waarin de mateloze vogelverzamelaarster Thérèse en haar dochter Margot, een fervent vliegenier in vredes- en oorlogstijd, hoofdrollen vervullen. Ze behoren tot de tweede en derde generatie van een Franse familie in Chili. De man van de eerste generatie kwam daar alleen, berooid en toevallig tegen 1880 terecht, terwijl zijn achterkleinzoon bijna een eeuw later op de vlucht voor dictator Pinochet op zijn beurt alleen naar Frankrijk terugkeerde.

Erfgoed is de derde roman van Miguel Bonnefoy, die in 1986 in Parijs werd geboren als zoon van een Chileense romanschrijver en een Venezolaanse diplomate. De jonge Miguel woonde met zijn ouders in Venezuela en Portugal, maar volgde zijn opleidingen vooral in Frankrijk. “Vandaag de dag is het een nederige trots om me franco-venezolaans of venezolaans-frans te voelen, hoewel er ook een Chileens deel in me zit.” Bonnefoy schrijft in het Frans en is een succesvol schrijver, genomineerd voor en bekroond met literaire prijzen. Erfgoed is zijn eerste in het Nederlands vertaalde roman.

De migrantenfamilie Lonsonier in Erfgoed telde in alle generaties bijzondere mensen. Met zijn reis van Frankrijk naar Chili gaf de eerste Lasonier in Chili “blijk van een even bewonderenswaardige moed als zijn zoon Lazare die naar Frankrijk zou trekken om te vechten, van een even voorbeeldige branie als Margot, die boven het Kanaal zou vliegen, van een even trotse vastberadenheid als Ilario Da, die onder marteling zou zwijgen”.

Buurjongens

De eerste twee generaties Lonsoniers trouwden in Chili met dochters van andere Franse immigranten. Margot van de derde generatie sloot diepe vriendschap met Ilario, wiens grootvader van joods-Oekraïense afkomst was. Het ging de Lonsoniers al snel economisch goed en ze vestigden zich in een mooi huis in het centrum van Santiago. Maar er was ook veel leed. De drie zoons van de tweede generatie, Lazare, Robert en Charles, trokken in 1914 naar Frankrijk om in de loopgraven tegen de Duitsers te vechten. Alleen Lazare overleefde de slachting; aan het front kwam hij te staan tegenover zijn buurjongen uit Santiago, die als Duitse migrant aan Duitse zijde vocht. Die Duitser overleefde het niet en Lazare keerde gewond en getraumatiseerd in Chili terug. Zijn moeder kon zoveel verdriet niet aan en pleegde uiteindelijk zelfmoord.

Het drama leek zich te herhalen in de Tweede Wereldoorlog, toen de Duitsers Frankrijk binnenvielen. Margot, de dochter van Lazare en Thérèse, was gefascineerd of zelfs bezeten door vliegtuigen. Met haar kameraard Ilario bouwde ze zelf een eenvoudige toestel, waarmee ze over de Andes wilde vliegen. Dat kwam niet van de grond, maar Margot en Ilario verwierven wel een vliegbrevet. In 1940 vertrokken ze samen naar Engeland om vanuit de lucht te Duitsers te bestrijden. Dat moest Ilario’ met de dood bekopen, toen hij in een gewaagde manoeuvre boven het Kanaal Margots leven redde.

Uit het hiernamaals

Net als haar vader Lazare een kwart eeuw eerder kwam Margot getraumatiseerd in Chili terug. Daar wachtte haar een bijzondere verrassing. De al meer dan dertig jaar dode Duitse soldaat/vroegere buurjongen van haar vader “was uit het hiernamaals aan komen waaien in een legeruniform”. Die zei “Je hebt nog een maand” tegen de negenenveertigjarige Lazare, die daaraan een opmerkelijk levenslust ontleende. Na een maand overleed Lazare tijdens een laatste liefdesnacht met zijn vrouw Thérèse. Tegelijkertijd bedreef Margot de liefde met de tijdelijk uit het hiernamaals gekomen Duits-Chileense soldaat en negen maanden later werd een zoontje geboren. Margot noemde hem Ilario Da, naar haar boven het Kanaal omgekomen kameraad. Over zijn merkwaardige vader zweeg ze. Toen Ilario Da vroeg wie zijn vader was, antwoordde Margot: “Dat ben ik.”

Ilario werd een linkse student in het politieke klimaat van de jaren zestig, waarin de socialistische kandidaat Salvador Allende in 1970 de presidentsverkiezingen won. Het socialistische experiment duurde slechts drie jaar. Op 11 september maakten de militairen onder leiding van Pinochet daaraan met geweld een einde. Ook Ilario Da werd opgepakt, verhoord en verschrikkelijk gemarteld. Gelukkig had Margot haar zoon als Fransman ingeschreven, waardoor ze de Franse ambassade kon bewegen iets voor hem te doen. Meer dood dan levend werd Ilario Da vrijgelaten. Zijn moeder slaagde erin hem met een door haarzelf in elkaar gezet vliegtuigje over de Andes naar Argentinië te brengen, maar stapte in Buenos Aires niet met haar zoon op de boot naar Frankrijk: “Ik kan niet leven op een continent waar ik al een keer ben doodgegaan.”

Het boek van Bonnefoy is door veel recensenten en lezers hogelijk geprezen als prachtig familieverhaal, aansprekend beschreven in een mengsel van Europese en Latijns-Amerikaanse literaire stijlen. Iemand schreef dat Bonnefoy in het Frans schrijft, maar in het Spaans denkt. Delen van het boek, en niet alleen de terugkeer van de Duits-Chileense soldaat, sluiten aan bij de magisch-realistische traditie in de Latijns-Amerikaanse literatuur. Bonnefoy zou een tweede Márquez kunnen worden. Het wordt als een grote prestatie gezien dat Bonnefoy aan de hand van deze familie in slechts tweehonderd pagina’s een eeuw Chileense en wereldgeschiedenis heeft geschetst.

Gekke situaties

Andere recensenten en lezers zijn minder enthousiast. Het magisch realisme is een nogal zwakke nabootsing van het werk van de grote meesters op dit gebied. Sommige karakters blijven te vlak en onuitgewerkt. Bonnefoy moet nog veel leren om zijn eigen stem of geluid te vinden. Ik heb het boek uiteindelijk gefascineerd gelezen, maar herken de opmerkingen van die critici. Bonnefoy schrijft prettig en concreet, met gevoel voor humor en voorliefde voor gekke situaties. Maar in de eerste helft van het boek, waar de verschillende familielijnen worden uitgezet, raakte ik niet betrokken of benieuwd hoe het verder zou gaan.

In de tweede helft werd het spannender en aangrijpender, door de strijd op leven en dood van Margot en Ilario boven het Kanaal en doordat eerdere verhaallijnen bij elkaar komen. Maar vervolgens voelde ik me bijna verstikken in meer dan twintig pagina’s gedetailleerde beschrijvingen van repressie en martelingen onder de dictatuur van Pinochet. Ik las in een bespreking dat die pagina’s vooral gebaseerd zijn op de ervaringen van Bonnefoy’s vader in de martelcentra. Natuurlijk moet het martelen aan bod komen, maar dit is nogal buitensporig in een boek dat verder nergens zo lang bij een onderwerp stilstaat. Minder was hier beter geweest. Bonnefoy heeft andere gebeurtenissen kort, helder en krachtig neergezet, maar misschien was dat hier voor hem te moeilijk.

Dat de Chileense en wereldgeschiedenis wordt geschetst, is sterk overdreven. Ik heb ook niet begrepen dat Bonnefoy dat zou pretenderen. Van de wereldgeschiedenis zien we slechts brokjes van de twee wereldoorlogen en van de Chileense geschiedenis komt af en toe iets nauwelijks toegelicht langs. Er staat weinig over de sociaaleconomische ontwikkeling, de overwinning van Allende komt wat uit de lucht vallen en wat er misging met zijn Chileense weg naar het socialisme wordt ook niet duidelijk. Bonnefoy noemt allerlei historische gebeurtenissen en personen die zonder nadere toelichting de meeste niet-Chileense en/of niet Franse lezers niets zullen zeggen, zoals de Salpeteroorlog, Santa Maria de Iquique, Jean Jaurès en De Tijger. Die hadden ieder in een halve zin makkelijk toegelicht kunnen worden of toegevoegd in de Nederlandse vertaling. Dat is allemaal heel anders dan in het beroemde boek Het huis met de geesten van Isabel Allende, waar de familiegeschiedenis juist wel duidelijk in de Chileense geschiedenis wordt geplaatst.

Als we het boek bevrijden van grote pretenties, is het boeiend om de wederwaardigheden van vier generaties Fransen in Chili – en af en toe in Europa – te lezen.

Miguel Bonnefoy, Erfgoed. Amsterdam: De Bezige Bij, 2021, ISBN 9789403136615, 207 pag., 22,99. Vertaling uit het Frans: Liesbeth van Nes

Gerelateerde berichten

Het derde land

Het derde land

Haar debuut Nacht in Caracas was een groot succes. Nu heeft Karina Sainz Borgo, geboren in Venezuela en sinds 2006 woonachtig in Spanje, opnieuw een geweldige roman geschreven. Het derde land schetst de Latijns-Amerikaanse samenleving in al haar facetten, gruwelijk en tegelijk veerkrachtig en liefdevol, in prachtig proza.

Lees meer
Mijn documenten

Mijn documenten

“Mijn vader was een computer, mijn moeder een schrijfmachine. Ik was een leeg schrift en nu ben ik een boek.” Dit is een typerende zin uit Mijn documenten van de Chileense schrijver Alejandro Zambra (1975). In het verhaal heeft de vader van de verteller een kantoorbaan met elektrische typmachine, de moeder is creatief en houdt van zingen.

Lees meer
De christus van Elqui

De christus van Elqui

Er is een gezegde: ‘Klein dorp, grote hel’. Dat geldt zeker voor de gemeenschap in de roman De christus van Elqui van de Chileense schrijver Hernan Rivera Letelier (1950). Onderling geroddel en sociale controle houden – samen met de feodale machtsverhoudingen tussen bazen en arme mijnwerkers – de sociale verhoudingen in hun oneerlijke, ijzeren greep.

Lees meer
agsdi-globe

Politiek & Maatschappij

agsdi-portrait

Kunst & Cultuur

agsdi-camera

Vrije tijd & Toerisme

agsdi-income

Economie & Ondernemen

agsdi-leaves

Milieu en Natuur

agsdi-learn

Onderzoek & Wetenschap

Blijf op de hoogte

Adverteren op onze website?

Dat kan! Tegen een scherp tarief plaatsen wij uw advertentie.

Ontvang onze nieuwsbrief

Schrijf u in en ontvang onze digitale nieuwsbrief met een overzicht van onze nieuwe artikelen.

Volg ons op social media

Wees als eerste op de hoogte van nieuwe artikelen en deel artikelen met uw netwerk.

Share This