Column Colombia

Rampzalig en vertrouwd

13 april 2020

Nico Verbeek

De eerste keer dat ik met boodschappen terugkwam van de winkel in deze tijden van quarantaine, werd ik door mijn vrouw nog begroet als een moderne held – met mondkap en goed dichtgeritste jack en volbeladen met de kostbare proviand. Een paar weken later is boodschappen doen met een mondkapje op, handen wassen bij de ingang van de supermarkt en soms wat langer je beurt afwachten, alweer routine geworden. Wel moet ik sinds kort mijn cedula de ciudanía (ID-bewijs) laten zien als ik binnenkom in de supermarkt, want er geldt nu een zogenaamde pico y cédula, een variant op de pico y placa voor auto’s. Het betekent dat je, afhankelijk van het laatste nummer van je ID-kaart, op een bepaalde dag wel of niet de straat op mag om naar de winkel te gaan.

Wij zijn al twee weken in quarantaine, wat voor een land als Colombia een bijzonder soort problemen met zich meebrengt. Er leven nogal wat mensen van de zogenaamde rebusque of informeel werk en dat soort mensen opsluiten in hun huis (als ze dat al hebben) brengt de nodige problemen met zich mee. Ze moeten dagelijks de straat op om de kost te verdienen (ambulante verkopers, oud-rommel-ophalers, schoenenpoetsers) en zonder het geld dat ze op een dag ophalen, hebben ze geen inkomen. Voor dat soort mensen, uiteraard afkomstig uit de lagere sociale klassen, is het lastig binnen te blijven, want dan heb je dus de keuze tussen dood gaan van de honger of aan het virus.

Natuurlijk is de nationale regering drukdoende met verschillende noodprogramma’s en ook veel gemeentes hebben financiële en materiële hulp toegezegd aan de meest ‘kwetsbare groepen’ van de samenleving. Maar het is niet zo makkelijk om die beloften in korte tijd in daden om te zetten en het is voorspelbaar dat deze hulp niet altijd op de juiste plaats aankomt of te laat of helemaal niet. Bovendien dreigt het gevaar van fraude en corruptie en afgelopen week doken de eerste berichten op over lokale functionarissen en politici die een deel van de hulp in eigen zak hadden gestoken.

In het algemeen is het betoog over de corona-pandemie, zoals die wordt gebezigd in andere delen van de wereld, ook in Colombia gemeengoed geworden. En dus hebben de virologen en medische experts ineens het hoge woord en liggen de prioriteiten bij het verhogen van de ziekenhuiscapaciteit, het aanschaffen van medische apparaten en hulpmiddelen en staat alles in het teken van het ‘afvlakken van de curve’.

De discussie over de maatschappelijk (en ethische) gevolgen van de quarantaine en of de drastische maatregelen opwegen tegen ander menselijk leed, wordt nauwelijks gevoerd. Wat te denken van de talloze kinderen en vrouwen die opgesloten zitten in ‘huishoudens’ waar huiselijk geweld regel is en die nu niet meer kunnen vluchten naar hun gebruikelijke uitwijkplaatsen als de straat, het werk of het klaslokaal?

Ook zullen in de nabije toekomst misschien wel miljoenen Colombianen (opnieuw) terugvallen in armoede, want het lijdt geen twijfel dat de economische gevolgen van een lange periode van opsluiting vooral de minderbedeelden en kansarmen zal treffen. Al dat materiële en psychologische leed – mag dat meegenomen worden in de besluitvorming over de lockdown?

De criminelen trekken zich ondertussen niks aan van de pandemie en de mondiale opschudding. In de gemeente Bello vond, volkomen in strijd met de regels van de quarantaine, een massale optocht plaats op straat, zonder dat de politie ingreep. Want het ging om de massale begrafenisstoet ter ere van Edgar Pérez Hernández, alias El Oso (de Beer), leider van de bende Niquia Camaco, die de dag ervoor was overleden aan een hartaanval. Honderden mensen begeleidden de lijkwagen op zijn route naar begraafplaats Jardines de la Fe. Er werd met wapens in de lucht geschoten en er werd flink geklapt en gejuicht voor de narco. Op een van de spandoeken stond te lezen: ‘Oso, we houden van je, maar bedenk: diegene die vertrekt sterft nooit, alleen diegene die vergeten wordt.’

Hoewel talrijke burgers schande spraken van het absurde eerbetoon aan een crimineel, was het óók begrijpelijk dat de politieagenten die op de uitvaartstoet geattendeerd werden weinig animo hadden om de deelnemers op de bon te slingeren voor het overtreden van de quarantaine – zij moeten ook in de toekomst nog  ‘samenleven’ met de bende van Niquia Camaco en lieten daarom de zaak liever op hun beloop.

In twee weken van quarantaine kregen we dus te maken met de gebruikelijke corruptie, de arrogantie van de narcos, het probleem van de dagelijkse armoede, het huiselijk geweld – problemen die ondanks de corona-pandemie en z’n gevolgen, hier in Colombia toch weer heel vertrouwd klinken.

Gerelateerde berichten

Juan Valdez is dood, lang leve Juan Valdez!

Juan Valdez is dood, lang leve Juan Valdez!

De Nationale Federatie van Koffietelers rouwt om het verlies van zijn icoon Juan Valdez, wereldwijd het uithangbord van de Colombiaanse koffie. De man die hem verpersoonlijkte, Carlos Castañeda, stierf enkele weken geleden op 58-jarige leeftijd in de Las Vegas-kliniek in Medellín, waar hij herstelde van een hartoperatie.

Lees meer
Moeders van de Candelaria: 25 jaar op zoek naar de waarheid

Moeders van de Candelaria: 25 jaar op zoek naar de waarheid

Op 16 maart vierde Madres de La Candelaria haar 25-jarig bestaan met een bijeenkomst in Museo Casa de Memoria in Medellín. De viering heette ‘Altijd woensdag om twaalf uur’, als eerbetoon aan hun wekelijkse protest in het atrium van de Nuestra Señora de la Candelaria-kerk in Medellín. Aanwezig waren leden van de organisatie en flink wat van de mensen die hen gedurende deze tijd hebben gesteund.

Lees meer
De jungle in de Colombiaanse literatuur

De jungle in de Colombiaanse literatuur

Het is dit jaar precies honderd jaar geleden dat José Eustasio Rivera (1888 – 1928) La vorágine publiceerde, een roman waarin de Colombiaanse jungle de hoofdrol speelt en die tegenwoordig tot de canon van de Colombiaanse literatuur behoort. En dus ook verplichte lectuur op de middelbare scholen in Colombia en dat heeft het imago van de roman niet veel goed gedaan. La vorágine (vrij vertaald: De maalstroom) staat voor moeilijk, weinig toegankelijk proza, in ieder geval lectuur die een scholier niet voor z’n plezier leest.

Lees meer

Blijf op de hoogte

Adverteren op onze website?

Dat kan! Tegen een scherp tarief plaatsen wij uw advertentie.

Ontvang onze nieuwsbrief

Schrijf u in en ontvang onze digitale nieuwsbrief met een overzicht van onze nieuwe artikelen.

Volg ons op social media

Wees als eerste op de hoogte van nieuwe artikelen en deel artikelen met uw netwerk.

Share This