Column Colombia

In memoriam en een beschouwing over de dood

7 februari 2021

Nico Verbeek

Dood door corona-virus, dat is niets nieuws. In Colombia stierven op dezelfde dag de minister van Defensie, Carlos Holmes Trujillo, en de leider van de grootste vakbond, Julio Roberto Gómez. Twee figuren die tegengestelde politieke posities vertegenwoordigen, het zou zomaar het bewijs kunnen zijn voor de stelling dat het corona-virus, in zijn verwoestende werking ‘niets en niemand discrimineert’ – de dood maakt geen onderscheid. Wat ze verder nog gemeen hebben, was hun leeftijd: beiden stierven op de leeftijd van 69 jaar.

Opmerkelijk waren ook de reacties op het overlijden van deze personen, met name op die van de minister. President Iván Duque was vol lof over de menselijke en staatkundige kwaliteiten van de overledene en hij verklaarde in een gevoelige toespraak dat hij een vriend had verloren en een medestrijder die veel voor hem had betekend. Tegelijk werden de sociale netwerken overspoeld met reacties: met blijken van medeleven maar meer nog met berichten met nauwelijks verholen uitingen van vreugde.

Iemand dood wensen, alleen vanwege een politiek standpunt, zonder de persoon persoonlijk te kennen is een nieuw element in de hedendaagse cultuur van polarisatie. De politieke uitersten hebben sinds enige tijd elke nuance en gezond verstand verloren en een gemeenschappelijk basis van humanisme of ethiek ontbreekt. In Amerika zijn de Trumpisten alle grenzen van het menselijk fatsoen al lang voorbij – Republikeinse medestanders van de oud-president roepen openlijk op tot het vermoorden van tegenstanders uit de Democratische Partij – maar ook in Colombia vervagen steeds meer alle ethische normen.

De lokale Colombiaanse variant van het Trumpisme, de aanhangers van ex-president Alvaro Uribe,  staan ook bekend om hun hardvochtige en genadeloze reacties en commentaren op Twitter en andere forums, waarbij iedereen die durft af te wijken van het rechtse gedachtengoed er flink van langs krijgt. Bij de dood van schrijver Gabriel García Márquez, boegbeeld van politiek links en vriend van Fidel Castro, publiceerde de ultra-uribista María Fernando Cabal een aantal berichten op haar Twitter-account waarin ze de net overleden nobelprijswinnaar ‘een prettige tijd in de hel, samen met zijn kameraad Fidel’ wenste.

Niets dan goeds over de doden dus? Toch ook weer niet. Carlos Holmes Trujillo was volgens mij een slechte minister: hij was nog niet zo lang bezig op het ministerie van Defensie, maar erg goed ging het hem daar niet af, gezien de cijfers van veiligheid en geweld. Ook toonde hij zich ongevoelig voor het almaar stijgend aantal moorden op sociale leiders op het platteland en ook de gedemobiliseerde oud-strijders van de guerrilla van de FARC lijken vogelvrij verklaard te zijn. Maar ik ken de man verder niet, dus ik kan moeilijk oordelen over zijn persoonlijke kwaliteiten.

Het aangekondigde In Memoriam is dus niet voor de minister, maar voor iemand anders. Voor iemand die ik wel goed heb gekend, al vijfentwintig jaar, precies de tijd dat ik in Colombia woon, en het lief & leed deel met de familie van mijn Colombiaanse vrouw. Het is mijn zwager Santiago, al heb ik het gevoel dat die nogal afstandelijke ‘titel’ van zwager weinig recht doet aan de relatie van vriendschap die ik met hem had. Hij overleed drie weken geleden (het lijkt al een eeuwigheid) aan een pijnlijke en schrijnende ziekte die hij meer dan drie jaar met een bovenmenselijke moedigheid wist te dragen.

Hij stierf op 62-jarige leeftijd en dat wordt in onze dagen als relatief jong beschouwd. En inderdaad, dat vond iedereen die hem een warm hart toedroeg – en dat waren eigenlijk alle mensen die hem hadden gekend – natuurlijk ook. Maar niet zozeer door die leeftijd, door dat getal, want de jaren die hij had geleefd, waren goed en intens geweest en misschien had hij wat intensiteit en energie betreft wel het dubbele aantal jaren geleefd. Nee, de enige reden om die leeftijd jong of prematuur te noemen was dat we allemaal stiekem maar een wens hadden en dat was dat hij nog wat jaartjes langer bij ons was gebleven.

Voor mij persoonlijk gold hetzelfde, ik beschouw het als een geluk hem gekend te hebben, niet alleen door zijn prachtige persoonlijkheid, zijn geweldige humor, de manier waarop hij met iedereen omging, maar ook omdat ik dankzij hem de wereld van de planten & palmen heb leren kennen (hij had een plantenkwekerij) en de kunst van het kweken van anturio’s, bromelias, bonzai en bifloras – en nog een hele hoop dingen natuurlijk – van en met hem heb geleerd.

Zijn laatste levensles was de manier waarop hij met zijn ziekte en naderend sterven omging, beiden accepteerde hij en nooit beklaagde zich om het lot dat hij toegewezen had gekregen. Een paar weken voor zijn dood, toen hij wist dat alle medische mogelijkheden waren uitgeput, nam hij op een persoonlijke manier afscheid, in een audio op de familie-Whatsapp, waarin hij zijn levenscredo uitdrukte.

“De situatie is heel moeilijk. We moeten de realiteit accepteren, de zaken zullen nu relatief snel gebeuren, het is niet anders, we moeten geduld hebben en rust en vertrouwen bewaren. We moeten deze harde realiteit accepteren, want het is onderdeel van het leven. Ik heb helemaal niks te vragen aan mijn God, ik kan alleen maar dankbaar zijn. Ik heb altijd gelukkig geleefd en ik heb in het leven kunnen doen wat ik wilde doen en me bezighouden met het werk en de dingen waarvan ik hield. Ik ben dankbaar voor iedereen die me gezelschap heeft gehouden in al die jaren, mijn vrouw, dochter en familie en ik denk dat ik rustig en vredig zal vertrekken uit het leven…”

Santiago, het was een genoegen en waar plezier je gekend te hebben.

Gerelateerde berichten

Tijdschrift Semana wordt oud papier

Tijdschrift Semana wordt oud papier

Afgelopen week vierde ik mijn zilveren migratie-jubileum, het was precies 25 jaar geleden dat ik in Medellín aankwam en dus woon ik al bijna de helft van mijn leven in Colombia. Voor mijn vertrek uit Nederland besloot ik me te ontdoen van de meeste materiële bezittingen en onder andere een flinke boekencollectie heb ik toen verkocht of weggegeven.

Lees meer
Geen gewone wielrenner

Geen gewone wielrenner

Rigoberto Urán zal de Colombiaanse sportgeschiedenis ingaan als de wielrenner die een keer als tweede eindigde in de Tour de France, twee keer tweede werd in de Giro d’Italia en als enige Colombiaanse wielrenner die een zilveren medaille wist te winnen op de wegwedstrijd van de Olympische Spelen.

Lees meer
Terug naar de Comunas van Medellín

Terug naar de Comunas van Medellín

In juni 1991 vloog een helikopter van de regering van het departement Antioquia naar een finca in de buurt van Medellín om Pablo Escobar op te halen en hem naar La Catedral te brengen, de luxueuze gevangenis waar hij het iets meer dan een jaar zou volhouden. Dat jaar was een van de meest gewelddadige uit de geschiedenis van de stad: volgens politiecijfers kwamen er dat jaar maar liefst 7081 mensen op gewelddadige wijze om het leven. Het tijdschrift Semana vroeg zich in een artikel af of in Medellín een burgeroorlog aan de gang was.

Lees meer

Blijf op de hoogte

Adverteren op onze website?

Dat kan! Tegen een scherp tarief plaatsen wij uw advertentie.

Ontvang onze nieuwsbrief

Schrijf u in en ontvang onze digitale nieuwsbrief met een overzicht van onze nieuwe artikelen.

Volg ons op social media

Wees als eerste op de hoogte van nieuwe artikelen en deel artikelen met uw netwerk.

Share This