Politiek & Maatschappij

Tula: geen oproerkraaier meer, maar een nationale held

15 december 2021

Auteur: Frank Bron

Een nieuwe blik op de slavenopstand van 1795 op Curaçao

De geschiedenis wordt meestal geschreven door of over machthebbers of winnaars. Slachtoffers komen pas aan het woord als ze zelf hun ervaringen opschrijven. Het was tot slaaf gemaakten echter veelal verboden te leren lezen en schrijven. Bovendien hadden Europese historici vaak moeite met mondelinge overlevering (‘oral history’). Daarom is veel Nederlands slavernijverleden nog steeds onderbelicht of onbekend, zoals de grote slavenopstand op Curaçao in 1795.

Voor de tentoonstelling ‘Slavernij’ heeft het Rijksmuseum haar collectie bekeken door de bril van tot slaaf gemaakten en door in de verslagen van handelaren en slavenhouders tussen de regels door te lezen. Het resultaat is onder andere vastgelegd in een boek met als titel Slavernij. Een van de uitgelichte individuen is Tula, leider van de grote slavenopstand op Curaçao in 1795. Het Rijksmuseum is er in geslaagd een interessant en leesbaar portret te maken van een tot slaaf gemaakte opstandeling, een politiek en economisch systeem en van een tijdperk.

De Franse Revolutie en de Cariben

Eind 18e eeuw waart er een geest van verandering door Europa: de leiders van de Franse Revolutie vanaf 1789 pleiten voor meer gelijkheid tussen de klassen en in verschillende landen bevrijdt men zich van het juk van despotische leiders. Daardoor geïnspireerd komen tot slaaf gemaakten op het Franse eiland Saint-Domingue, het huidige Haïti, in 1791 in opstand. Ze roepen de onafhankelijkheid uit – die overigens pas in 1804 erkend wordt – en verklaren het land vrij van slavernij. Dat voorbeeld wil Tula, die gedwongen op de Curaçaose plantage Knip werkt, in 1795 volgen. Niet alleen zijn er contacten tussen Europeanen van verschillende nationaliteiten in de Cariben, ook is er communicatie tussen (voormalige) tot slaaf gemaakten in de verschillende Europese gebiedsdelen daar, bijvoorbeeld doordat ze op handelsschepen dienen.

Vanaf 1795 valt Nederland, als de Bataafse Republiek, onder Frans bewind. Dit is Tula ter ore gekomen en hij redeneert daarom dat in Nederlandse koloniën als Curaçao Franse regels gelden. Dat betekent onder meer dat de tot slaaf gemaakten wettelijk gezien vrij zijn. De hoop van Tula en zijn tweeduizend medestrijders is bij uitzondering terug te vinden in geschreven bronnen. Daaruit blijkt een groot bewustzijn van de reikwijdte van de koloniale wereld, de politieke dynamiek en de religieuze en filosofische stemmen daarbinnen. Orale bronnen geven bovendien een inkijkje in hoe het onrecht in die tijd wordt beleefd: liederen over vrijheid en gelijkheid worden nog tot ver in de 20ste eeuw gezongen.

Verzet, marteling en veroordeling

In de koloniale periode is Curaçao voor Nederland een belangrijke handelspost. Er zijn geen grootschalige plantages: de tot slaaf gemaakten op het eiland werken vooral in en rondom de huizen van de elite, in de tuinbouw en de haven. Er is een hoog percentage aan manumissies, mensen die tegen betaling hun vrijheid kregen. Daar zijn economische redenen voor: in tijden van droogte en voedselgebrek willen slavenhouders zich graag ontdoen van de zorg voor de mensen die ze als hun bezit beschouwen. In de 18de eeuw telt Curaçao daardoor relatief veel vrije zwarte en gekleurde inwoners.In 1795 is de koloniale elite in Curaçao, net als de bevolking in de Bataafse Republiek, verdeeld in behoudende orangisten die de naar Engeland gevluchte stadhouder Willen V steunen, en Fransgezinden die de principes van vrijheid, gelijkheid en broederschap voorstaan. Hoewel de aanhangers van de revolutie niet eensgezind zijn over de plaats die vrije zwarte en gekleurde mensen in de samenleving in zouden moeten nemen, is een deel voor afschaffing van de slavernij.

Het is in deze context van verzet en solidariteit onder individuen uit verschillende groepen, vrij en onvrij, lokaal en internationaal, zwart, gekleurd en wit, dat Tula op 17 augustus 1795 het initiatief neemt om samen met anderen het werk neer te leggen op landgoed Knip. Hij stelt dat mede gezien de situatie in Nederland en op Saint-Domingue, de slavernij ook op Curaçao ten einde is. Omdat landgoedeigenaar Casper van Uytrecht geen gehoor geeft aan deze stellingname, besluiten Tula en zijn medestanders om hun pleidooi aan het gouvernement van Curaçao voor te leggen. In de dagen daarna trekken ze van plantage naar plantage richting Willemstad. Op elke plantage sluiten zich meer mensen aan, tot er in totaal tweeduizend mensen meedoen, 15 procent van alle tot slaaf gemaakten op het eiland. De opstand duurt vijf weken.

In die weken vinden er meerdere confrontaties plaats met koloniale soldaten. De opstandelingen hebben gebrek aan voedsel en voorzieningen. De overheid looft hoge beloningen uit voor de tip die tot arrestatie van de verzetsleiders leidt – en verbiedt zelfs het dragen van stokken door tot slaaf gemaakten. Onder deze omstandigheden wordt Tula uiteindelijk vanuit eigen kring verraden. Nadat hij op een paard ‘ter bezichtiging’ is rondgereden, moet hij terecht staan. Samen met de andere leiders van de opstand, onder wie Bastiaan Carpatta, Louis Mercier en Pedro Waccaaw, wordt hij veroordeeld tot afschuwelijke martelingen en de dood. Tula wordt geradbraakt, zijn gezicht wordt geblakerd, en zijn hoofd wordt afgeslagen met een bijl en op een staak tentoongesteld. De procureur verklaart dat deze straffen reeds afgeschaft zijn in Nederland en “andere geciviliseerde landen”, maar dat hij ze desalniettemin oplegt. Bang voor de bedreiging van de status quo wil de koloniale elite een afschrikwekkend voorbeeld stellen, net als bij eerdere opstanden.

Oproerkraaiers of vriendelijke groep?

In het geval van Tula hebben we gelukkig meer archiefstukken dan alleen de documenten van het gerechtelijk proces tegen hem. Tijdens het verzet heeft een garnizoenskapitein zijn reflecties over de opstand opgeschreven en zijn er onderhandelingen geweest met een door de overheid gestuurde geestelijke bemiddelaar. Kapitein baron van Westerholt schetst de in zijn ogen vijandelijke houding van de ‘oproerkraaiers’. Maar uit het verslag van pater Jacobus Schinck blijkt dat hij moeite heeft om zijn wereldbeeld, waarin slavernij gerechtvaardigd was, te verenigen met de manier waarop hij door Tula en zijn medestrijders wordt ontvangen en aangesproken. Zwaar ontdaan verzoekt hij daarna het eiland te mogen verlaten om “de gerustheid van mijn gemoed weder te vinden”.

Pater Schinck’s ontmoeting met Tula vindt plaats op 19 augustus, twee dagen na het begin van de opstand. Tula had die dag samen met 1200 medestanders een eerste confrontatie met koloniale soldaten gewonnen en brengt de nacht door op landgoed Porto Marie. De franciscaner pater heeft de opdracht hen te overtuigen zich over te geven. Voor de opstandelingen is dat, zeker na de eerste succesvolle slag, onacceptabel en er ontstaat enige beroering. Toch blijft de groep vriendelijk – zo krijgt de pater van een van hen diens hele voorraad ‘snuyf’ (tabak). Tula legt vervolgens geduldig hun standpunt uit en verwijst onder meer naar veranderende regelgeving in Europa en op Saint-Domingue:

“Wij zijn al te zeer mishandelt, wij zoeken niemand kwaad te doen, maar zoeken onze vrijheid, de fransche negers hebben hunne vrijdom bekoomen, Holland is ingenomen door de franschen, vervolgens moeten wij ook hier vrij zijn.”

Schinck gaat niet in op Tula’s argumenten over de Bataafse Republiek en zegt dat de verzetsstrijders niet als marrons zouden kunnen overleven. Daarmee geeft hij te kennen dat het koloniale gezag niet van plan is de slavernij af te schaffen, noch accepteert dat Tula en zijn medestanders zich afscheiden van de koloniale samenleving. Daarop zet Tula zijn morele argumentatie zwaarder aan en spreekt hij Schinck op zijn vakgebied aan:

“Heer Pater koomen alle menschen niet voort uit een vader Adam en Eva? (…) Heb ik kwalijk gedaan dat ik 22 van mijn medebroeders verlost hebbe uit de boeijens, waar in zij onregtvaardig geworpen waren? (…) Heer Pater de fransche vrijheid heeft ons gediend tot torment; als jemand van ons gestraft wierd, wierd hem telkens tegengeworpen, gij zoekt ook uw vrijheid? Eens werd ik vastgebonden, ik riep zonder ophouden genaade voor een armen slaaf, tot ten laasten losgemaakt zijnde, golfde ’t bloed uit mijne mond, ik wierp mij op mijn knien, en riep tot God: ‘O Goddelijke Majesteit! O Suijverste Geest! Is ’t dan Uwen wil dat wij zoo mishandelt worden!’ Ach Pater men draagt meer zorg voor een beest, als een beest een been breekt ’t word geneezen.”

Een breder gedeeld burgerschap zou in de beleving van Schinck en vele anderen, echter ontaarden in terreur. Bovendien geloven ook veel aanhangers van de Franse Revolutie in een soort ‘beschavingshiërarchie’; het idee dat Afrikaanse tot slaaf gemaakten wel aanspraak konden maken op dezelfde rechten, maar daar nog niet klaar voor zijn. Ze zijn nog te weinig ‘verlicht’.

Fluistertoon

Naast de genoemde schriftelijke informatie zijn er ook orale bronnen die ons dicht bij de beleving van mensen uit Tula’s tijd brengen. Zo is er een opname waarin de stem van Ma Chichi te horen is. Ze wordt in 1958 op Curaçao geïnterviewd door pater Brenneker. Vanuit zijn interesse in de Afro-Curaçaose mondelinge geschiedenis nam Brenneker tientallen gesprekken met ouderen op. Dankzij deze opnamen zijn hun stemmen vandaag de dag nog te beluisteren. Ma Chichi was een van de geïnterviewden, was ten tijde van het interview 105 jaar oud en werd dus tien jaar voor de afschaffing van de slavernij in 1863 geboren.

Uit de fluistertoon waarop Ma Chichi spreekt als pater Brenneker het thema slavernij aansnijdt, kun je opmaken dat dit onderwerp gevoelig ligt. Maar haar toon wordt aanmerkelijk krachtiger wanneer ze zegt te zijn opgevoed als gelijkwaardig mens. Haar oma, die rond de eeuwwisseling geboren moet zijn, rond de tijd van Tula’s opstand dus, heeft haar geleerd dat ze niet minder was dan witte mensen. Haar oma stelde zich nooit onderdanig op. Pater Brenneker vraagt of Ma Chichi nog een lied uit die tijd kan zingen. Vanwege haar gevorderde leeftijd moet ze in haar geheugen zoeken naar een lied, maar dan reciteert ze:

Geen juk meer. De onderdrukking is voorbij. (…) Ik was geen borden.
Ik was geen kommen. Ik veeg het huis niet.
Ik ben de slaaf van de meester niet. Ik ben de slaaf van de meester niet.

Tula’s erfenis

Pas langzaam is er op Curaçao bredere erkenning gekomen voor de betekenis van de opstand in 1795. Nog in 1970 was er veel protest nadat de Nederlandse beeldhouwster Toos Hagenaars een standbeeld van Tula gemaakt had. Hij werd toen nog gezien als ‘schurk’ en de slavernij kon beter vergeten worden volgens veel eilanders. Hagenaars nam het beeld daarom mee naar Nederland waar het in Winschoten te zien is.

Sinds 1989 staat in het Curaçaose Park van de Vrijheidsstrijd een standbeeld van Tula op de plek waar hij onthoofd is. Maar pas op 17 augustus 2010 maakte de regering van Curaçao bekend dat Tula en zijn medestrijders in 1795 geen oproerkraaiers meer genoemd zullen worden, maar helden. Op 2 juli 2018 tenslotte, opende koning Willem-Alexander Curaçao’s tweede pier voor cruiseschepen en onthulde daarbij een gedenkbord met de naam van de pier: Tula.

Het bovenstaande is een bewerking van het hoofdstuk Tula in het boek Slavernij van het Rijksmuseum. Dat hoofdstuk is geschreven door Valika Smeulders, hoofd geschiedenis van het museum.

Lees ook onze recensie van Tula. Verloren vrijheid van Jeroen Leinders

 Dit artikel is een bijdrage aan de Special Slavernij, najaar 2021

 

Slavernij. Publicatie naar aanleiding van de tentoonstelling Slavernij in het Rijksmuseum in Amsterdam. Uitgave Rijksmuseum en Atlas contact, Amsterdam/Antwerpen, ISBN 978 90 450 4245 9, 350 pagina’s.

Gerelateerde berichten

Weg met Pinochet!

Weg met Pinochet!

Op 5 oktober 1988 spraken de Chilenen zich in een volksstemming uit tegen het aanblijven van generaal Pinochet als president. Daarmee eindigde de dictatuur, maar werd Chili nog geen volwaardige democratie. Chispa-redacteur Jan de Kievid maakte als internationaal waarnemer die spannende verkiezing mee. Nu binnenkort mogelijk weer een grote stap in democratische richting wordt gezet, vertelt hij zijn verhaal van de enerverende gebeurtenissen eind 1988.

Lees meer
Bootvluchtelingen uit Haïti verdronken bij Puerto Rico

Bootvluchtelingen uit Haïti verdronken bij Puerto Rico

Donderdag 12 mei ontdekte een helikopter van de Puerto Ricaanse grenswacht op zee een gekapseisde boot. Tot nu toe konden 38 mensen gered worden en zijn elf lichamen geborgen. Maar volgens de opvarenden, op twee na allemaal Haïtianen, waren er tussen de 60 en 75 personen aan boord, wat betekent dat er nog veel mensen vermist worden. Dit jaar is het aantal Haïtianen dat hun land verlaat verdubbeld volgens Amerikaanse autoriteiten. Het bendegeweld en de economische crisis zijn de belangrijkste oorzaken.

Lees meer
agsdi-globe

Politiek & Maatschappij

agsdi-portrait

Kunst & Cultuur

agsdi-camera

Vrije tijd & Toerisme

agsdi-income

Economie & Ondernemen

agsdi-leaves

Milieu en Natuur

agsdi-learn

Onderzoek & Wetenschap

Blijf op de hoogte

Adverteren op onze website?

Dat kan! Tegen een scherp tarief plaatsen wij uw advertentie.

Ontvang onze nieuwsbrief

Schrijf u in en ontvang onze digitale nieuwsbrief met een overzicht van onze nieuwe artikelen.

Volg ons op social media

Wees als eerste op de hoogte van nieuwe artikelen en deel artikelen met uw netwerk.

Share This