Politiek & Maatschappij

Salvador Allende en Gabriel Boric

11 april 2022

Auteur: Jan de Kievid

Na een halve eeuw weer een linkse president in Chili

Een halve eeuw na Salvador Allende heeft Chili met Gabriel Boric weer een uitgesproken linkse president. Beiden gelden als bruggenbouwers. Allende’s parlementaire weg naar het socialisme begon tijdens de Koude Oorlog, een tijd van linkse bewondering voor Cuba en gewapende strijd. Dat alles speelt nu veel minder. Ook zijn politieke partijen nu minder dominant. Absoluut anders is de feministische en ecologische oriëntatie van Boric’s regering. Allende’s regering had geen meerderheid in het parlement en Boric heeft die evenmin. Pas na goedkeuring per referendum van een nieuwe grondwet kan Boric links beleid gaan voeren, met opnieuw sterke rechtse tegenstand.

Salvador Allende met ministers

Met woorden van Salvador Allende uit 1973 over het “openen van de brede wegen, waarlangs de vrije mens loopt om een betere samenleving op te bouwen” eindigde Gabriel Boric 11 maart 2022 zijn eerste toespraak als president. Allende leidde vanaf 1970 als president de linkse coalitie Unidad Popular (UP) die een democratische weg naar het socialisme probeerde vorm te geven. Zijn streven werd 11 september 1973 door een militaire staatsgreep in bloed gesmoord. Boric start met de meest linkse Chileense regering na die van Allende. Daarom worden ze vaak samen genoemd. Dat is begrijpelijk, want er zijn belangrijke overeenkomsten, maar ook grote verschillen tussen 1970 en 2022.

Gemeenschappelijk bij Allende en Boric is hun streven naar een sociaal rechtvaardige samenleving. Daarvoor zijn grote veranderingen nodig en moeten de structurele ongelijkheid en economische afhankelijkheid worden doorbroken “ten gunste van een beter leven voor allen”, zoals Allende het uitdrukte.

Beide presidentschappen hadden een lange voorgeschiedenis. Bij Allende bestond die uit jarenlange organisatie in vakbonden en linkse partijen – vooral socialisten en communisten – en verkiezingsstrijd, die Allende in 1958 bijna won. Boric kwam naar voren als een van de leiders van het grote studentenverzet in 2011. Op de vleugels van de sociale uitbarsting en massale protesten tegen ongelijkheid vanaf oktober 2019 kon hij de verkiezingen winnen.

Geen ideologische scherpslijpers

In 1970 en 2021/22 waren er grote overwinningsfeesten van mensen die een perspectief zagen, een hoop op een betere toekomst. Dit enthousiasme was vooral bij Boric opmerkelijk. De vreugde over iets institutioneels als verkiezingen barstte uit terwijl het vertrouwen in parlement, partijen en president tot een dieptepunt was gedaald. Zowel bij Allende als Boric werd gezegd dat een ‘nieuw tijdperk’ aanbrak, deels ook een politieke generatiewisseling.

Allende gold als een politicus die tegenstellingen in en buiten zijn eigen Socialistische Partij (PS) kon overbruggen, coalities smeden en compromissen sluiten. Hij was geen ideologische scherpslijper. In dit opzicht lijkt Boric op hem. Beiden hebben ook gedurfd tegen hun eigen partij in te gaan. Hoewel het congres van Allende’s PS in 1967 uitsprak dat het “revolutionair geweld… de enige weg is die leidt naar het grijpen van de politieke macht”, werkte Allende onverstoorbaar verder aan de parlementaire weg naar het socialisme.

Massaal protest in 2019

Toen partijen na de sociale explosie eind 2019 een politieke ‘oplossing’ zochten met een Akkoord over een volksstemming over wel of geen nieuwe grondwet, wilden veel radicaal-linkse partijen, zoals de communistische (PC), daar niet aan meedoen. Ze zagen zo’n akkoord, met ook rechtse partijen, als ‘verraad’ aan de opstandelingen. Boric werkte wél mee aan dat akkoord. Hij kreeg veel bozige kritiek, maar zijn tekenen van dat akkoord maakte het voor centrumlinkse partijen makkelijker om hem in de tweede ronde van de presidentsverkiezingen meteen te steunen. Zonder die stemmen had hij niet gewonnen.

Zowel in 1970 als 2022 konden de linkse presidenten niet steunen op een parlementaire meerderheid. Dat maakte en maakt het realiseren van grote maatschappelijke veranderingen moeilijk. Allende en Boric wonnen wel de verkiezingen, maar kwamen niet echt ‘aan de macht’. Als presidenten waren/zijn ze hoofd van de uitvoerende macht, maar kunnen daarbinnen rekenen op tegenwerking van een deel van de ambtenaren. Ook veel leden van de rechterlijke macht, militairen en politie zijn niet enthousiast, terwijl media overwegend in rechtse handen zijn en grote ondernemers liever een heel andere regering hadden gezien.

Fidel Castro en Salvador Allende

Cuba

Maar er zijn ook grote verschillen tussen 1970 en 2022, vooral internationaal. In 1970 was het volop Koude Oorlog en de Verenigde Staten zagen sinds de Cubaanse Revolutie van 1959 overal communistisch gevaar. Twee derde van de Latijns-Amerikaanse landen kende rurale en soms stedelijke guerrillabewegingen. Toen Allende op 4 september 1970 had gewonnen, stelde president Nixon meteen alles in het werk om zijn aantreden te voorkomen. Een socialistisch Chili was niet alleen gevaarlijk binnen Latijns-Amerika, de parlementaire weg naar het socialisme kon ook als inspiratie dienen in West-Europese landen met grote communistische partijen zoals Frankrijk en Italië. Het lukte Nixon niet meteen Allende zijn presidentschap te ontnemen, maar een slecht voorbereid complot tussen extreemrechtse groepen, de CIA en sommige Chileense militairen leidde in oktober 1970 tot de moord op de grondwetsgetrouwe legercommandant generaal Schneider. Door paniekberichten over Allende waren er al eerder kapitaalvlucht en een run op de banken.

Bijna overal was Latijns-Amerikaans links solidair met de Cubaanse revolutie. In Chili gold dat enthousiasme vooral voor Allende’s socialistische partij (PS) en nog meer voor de MIR (Beweging van Revolutionair Links), die bijna heilig geloofde in de gewapende revolutionaire strijd met Cuba als lichtend voorbeeld. Ook Allende bewonderde de Cubaanse revolutie, maar tekende wel aan dat in uitzonderingsgevallen zoals Chili met z’n “correcte representatieve democratie” verandering mogelijk was zonder gewapende revolutie. “Cuba heeft nooit een democratie gekend… Er waren altijd dictaturen.” In Chili functioneerde echter al 120 jaar een parlement.

Tegenstrijdige strategieën

Allende en zijn medestanders – vooral de communistische partij (PC) en een deel van zijn eigen PS – wilden de vreedzame, parlementaire weg naar het socialisme bewandelen. Maar de meerderheid van Allende’s PS en de niet aan de regering deelnemende MIR zagen een gewapende confrontatie met rechts en de bourgeoisie als onvermijdelijk. Daarom waren er binnen Allende’s regeringscoalitie en binnen een breder links, inclusief de MIR, wezenlijk tegenstrijdige opvattingen over de strategie. Daardoor kon de regering niet meer krachtig optreden.

De Koude Oorlog als tegenstelling tussen kapitalisme en socialisme is sinds ongeveer 1990 voorbij, maar in wat andere gedaante weer herrezen met de Russische inval in Oekraïne. De regering-Biden kampt met grotere zorgen dan een gekozen linkse regering in Chili. Anders dan in 1970 dreigt geen nationalisatie van Amerikaanse kopermijnen, hoogstens wat hogere winstbelasting voor bedrijven uit de Verenigde Staten. Daarom waren de reacties op de overwinning van Boric rustig vergeleken met 1970. Dus geen paniek op de beurzen, een run op de banken of een politieke moord.

Boric als studentenleider met Antonia Urrejola

Geen gewapende strijd

Latijns-Amerika kent nog nauwelijks linkse guerrillabewegingen. In de regering-Boric is gewapende strijd helemaal niet aan de orde, daarover zal de regering dus niet verdeeld raken. Dat kan wel over het doen van concessies om parlementaire meerderheden te verkrijgen. Solidariteit met Cuba kan af en toe een rimpeling opleveren. De communistische regeringspartij (PC) staat nog vrij kritiekloos achter Cuba. Boric benoemde echter een minister van Buitenlandse Zaken met een mensenrechtenagenda, Antonia Urrejola Noguera, die kritiek heeft geleverd op de links-dictatoriale regimes in Cuba, Venezuela en Nicaragua, die door de PC de hand boven het hoofd worden gehouden.

Voor Latijns-Amerikaans links was in 1970 de hoofdtegenstelling kapitalisme – socialisme. Tegenwoordig is dat eerder democratie – dictatuur. Bij Allende waren socialisme en democratie verbonden: “De weg naar het socialisme in democratie, pluralisme en vrijheid.” Dat gold minder voor het dominante deel van de toenmalige Socialistische Partij en niet voor de MIR. Die spraken laatdunkend over ‘burgerlijke’ en ‘formele’ democratie, die geen waarde op zichzelf was, maar eerder verhulling van kapitalistische uitbuiting. Door de vreselijke ervaringen onder de dictatuur zien Chileense socialisten dat nu heel anders. Democratie en mensenrechten zijn wezenlijk waardevol en moeten verdedigd worden. Boric ziet het als zijn taak “elke dag de democratie te beschermen.”

‘Libertaire ader’

Onder Allende werd voortdurend gesproken over socialisme, meestal gekoppeld aan een marxistische maatschappijanalyse en een enigszins dogmatische inhoud. Zo moesten de grote Chileense en buitenlandse bedrijven worden genationaliseerd. Bij Boric valt het woord socialisme af en toe, maar minder specifiek ingevuld, meestal als synoniem van een sociaal rechtvaardige samenleving. Volgens de bekende Chileense schrijver Ariel Dorfman heeft Boric ook een “libertaire ader”, wat Dorfman “heilzaam vindt voor ons links, door zich te verzetten tegen ieder soort autoritarisme.” Dorfman merkt op dat de generatie van Boric niet gevormd is in de strijd tegen de dictatuur, maar “als uitdaging aan democratische regeringen die de democratie niet hadden verdiept en een kleine machtige en bevoorrechte elite hadden verkozen boven de noden van de grote meerderheid van de burgers.” (El Mostrador, 11 maart 2022).

Lange en korte ervaring

Met een minder scherp omschreven ideologie stelt Boric zich bescheidener op dan Allende. Die riep trots dat Chili – na de eerste weg van de Russische Revolutie – als eerste land de tweede weg naar het socialisme was ingeslagen. Toen Allende als 62-jarige president werd, had hij al een indrukwekkende politieke loopbaan achter de rug. Deze arts was in 1933 een van de oprichters van de PS, waarvoor hij in 1937 parlementslid werd en in 1939 als 31-jarige minister van Volksgezondheid. Van 1945 tot 1973 was Allende senator, waarvan vier jaar als senaatvoorzitter. Viermaal was hij presidentskandidaat van een coalitie van linkse partijen, in 1970 met succes.

Gabriel Boric als student

Boric is met 36 jaar de jongste president ooit. De ex-studentenleider kwam in 2014 in het Huis van Afgevaardigden en werd vier jaar later herkozen. Hij viel snel op door zijn combinatie van radicale standpunten met het vermogen om met mensen met andere opvattingen samen te werken. Als bestuurder heeft Boric weinig ervaring, maar hij heeft afgelopen jaren politiek veel bijgeleerd.

Partijen niet meer ruggengraat

Allende had meer pretenties en uitgesprokener ideeën over socialisme dan Boric een halve eeuw later. Allende zei dat hij niet de president van alle Chilenen wilde zijn, wat deuren naar de oppositie afsloot. Boric stelt nadrukkelijk: “Ik zal de president zijn van alle Chileense mannen en vrouwen, ook van degenen die voor een ander alternatief hebben gekozen of niet hebben gestemd.”

In Allende’s tijd golden politieke partijen als de ruggengraat van de Chileense maatschappij. Sociale organisaties waren vaak sterk partijgebonden en er waren weinig onafhankelijke politici. Allende moest steeds de deelnemende partijen op een lijn krijgen. Veel politieke en bestuurlijke functies werden via partijquota verdeeld en de partijen hielden dat scherp in de gaten. Dat is zeker niet verdwenen, maar partijen hebben nu veel minder gezag. De meeste Chilenen hebben hun vertrouwen in de partijen verloren. Bij de grote demonstraties van afgelopen jaren waren partijspandoeken niet welkom. Er zijn nu veel meer onafhankelijke parlementsleden en maar een derde van de in 2021 gekozen leden van de Constitutionele Conventie (Grondwetgevende Vergadering) is partijlid. Slechts de helft van de ministers en staatssecretarissen van Boric komt uit de radicaal-linkse regeringspartijen. Dat is heel anders dan onder Allende en bij de regeringen sinds het einde van de dictatuur in 1990. Hopelijk leidt dat grotere politieke flexibiliteit en creativiteit en minder partijgebonden conflicten.

Zonder flexibiliteit en creativiteit zal Boric weinig bereiken, want hij heeft – net als Allende indertijd – geen meerderheid in het parlement. De rechtse partijen bezetten ongeveer de helft van de zetels, veel meer dan onder Allende. De tijdens Allende veruit grootste partij, de christendemocratische (DC) met toen een derde van de stemmen, haalt nu nog maar 4 procent. Boric zal de steun van de weinige DC-parlementariërs hard nodig hebben om iets bereiken. Ook met een deel van rechts zullen akkoorden gesloten moeten worden.

De regering Boric heeft een feministische agenda

Feministisch en ecologisch

Een groot verschil met 1970 is de nadruk op feminisme, ecologie en de oorspronkelijke bewoners. In de drie jaar van Allende waren er ongeveer 75 verschillende ministerschappen. Slecht een daarvan werd een half jaar vervuld door een vrouw: Mireya Baltra van de PC als minister van Arbeid. Allende had een traditioneel vrouwbeeld: “Als ik vrouw zeg, denk ik altijd aan de vrouw als moeder… Het kind is de voortzetting van de vrouw die in essentie is geboren om moeder te zijn.” Milieuproblemen werden toen nog nauwelijks gezien en de oorspronkelijke bewoners moesten het economisch beter krijgen. Ze werden vooral gezien als uitgebuite arme boeren en landarbeiders, niet als mensen met een eigen cultuur en bijbehorende rechten. De regering van Boric telt veertien vrouwelijke en tien mannelijke ministers en meerdere bewindspersonen komen uit vrouwenorganisaties, milieuorganisaties en de oorspronkelijke bevolking.

Grondwetgevende vergadering

Van één verschil blijkt binnenkort hoe belangrijk dat is. Allende moest werken met de grondwet van 1925 met veel macht voor de president. Dat was geen grote belemmering. Boric heeft de eerste tijd nog te maken met de van Pinochet geërfde, maar gedeeltelijk bijgestelde, autoritaire en neoliberale grondwet van 1980. Die maakt het invoeren van een echte sociale markteconomie en een goed milieubeleid onmogelijk. Er is een nieuwe grondwet in de maak, die rond september 2022 aan de bevolking wordt voorgelegd. Bij een ‘Ja’ komt er meer ruimte voor sociaal en ecologisch beleid. Maar met zo’n grondwet zal het verzet van Chileense en internationale grote ondernemers hard en taai zijn. Bij een ‘Nee’ tegen de grondwet staat Boric eigenlijk met lege handen.

Op grond van al die overeenkomsten en verschillen valt niet te voorspellen in hoeverre de regering-Boric zal slagen. Allerlei factoren kunnen elkaar zowel versterken als verzwakken en over effecten van bijvoorbeeld de oorlog in Oekraïne valt weinig met zekerheid te zeggen. Maar vanuit de huidige omstandigheden lijkt het onwaarschijnlijk dat Boric door een militaire staatsgreep ten val wordt gebracht, gevolgd door een militaire dictatuur. En dat alleen is al dikke winst.

Gerelateerde berichten

agsdi-globe

Politiek & Maatschappij

agsdi-portrait

Kunst & Cultuur

agsdi-camera

Vrije tijd & Toerisme

agsdi-income

Economie & Ondernemen

agsdi-leaves

Milieu en Natuur

agsdi-learn

Onderzoek & Wetenschap

Blijf op de hoogte

Adverteren op onze website?

Dat kan! Tegen een scherp tarief plaatsen wij uw advertentie.

Ontvang onze nieuwsbrief

Schrijf u in en ontvang onze digitale nieuwsbrief met een overzicht van onze nieuwe artikelen.

Volg ons op social media

Wees als eerste op de hoogte van nieuwe artikelen en deel artikelen met uw netwerk.

Share This