Foto’s van werkende handen in El Salvador
Handen zijn het iconografische beeld van de arbeidersklasse. Voor deze fotoreportage zijn handen gefotografeerd van mensen die passeerden in het historisch centrum van de hoofdstad San Salvador. Op de grote rotonde in het centrum komen iedere dag meer dan twee miljoen mensen voorbij, de overgrote meerderheid behoort tot de arbeidersklasse. “Bajar al Centro” (“Ik ga naar beneden”), zeggen mensen uit de hogere klasse die naar het centrum gaan. Dat heeft voor hen een dubbele betekenis: ook gaan naar ‘lager op de sociale ladder’.
Het wettelijk minimumloon in El Salvador ligt rond de driehonderd US-dollar per maand voor mensen die werken in de handels- en dienstensector of arbeiders in de textielindustrie, dus meestal in een stedelijke omgeving. Op het platteland, in de agrarische sector geldt voor vaste arbeiders zoals koffieplukkers of suikerrietsnijders een minimumloon van tweehonderd dollar per maand. Bijna de helft van de beroepsbevolking werkt echter in de onzekere informele sector van kleine bedrijfjes, kleine winkeltjes en straatverkoop, waarop het minimumloon niet van toepassing is. Daar liggen de inkomsten bijna altijd onder het minimumloon. Als je een dag niets verkoopt, heb je geen inkomen. In deze fotoserie zien we de handen met vlekken, rimpels en littekens van deze mensen met onzekere en lage inkomens.
In El Salvador is het basisonderwijs voor kinderen tussen zes en vijftien jaar verplicht: negen klassen verdeeld over drie cycli van drie jaar. Veel mensen in de informele sector hadden niet de mogelijkheid om al die negen jaar naar school te gaan, laat staan een diploma te behalen in het voortgezet onderwijs of een universitaire titel. Daarom verdienen ze nu minder dan het minimumloon voor werk waarvoor ze niet hebben gekozen.
Kolenverkoper Jesús Molina is zestig jaar, hij woont in het centrum in de wijk Zurita. Jesús verkoopt al meer dan twintig jaar houtskool op zijn fiets. Hij leeft alleen en zijn maandelijkse inkomen van 150 dollar dient om in zijn basisbehoeften te voorzien. “Het leven is hier moeilijk, ik heb geen pensioen, dus ik ga kolen verkopen zolang ik het kan”.
SchoenpoetserCarlos Rivera is negentien jaar. Twee jaar geleden besloot hij schoenen te gaan poetsen in het park Libertad. Op deze manier verdient hij zo’n 250 dollar per maand. Ongeveer tweehonderd dollar draagt hij bij aan kost- en inwoning bij zijn ouders. Hij volgt het middelbare onderwijs via thuisstudie. “Mijn idee is niet om dit mijn hele leven te doen, daarom blijf ik studeren, ik hoop dat ik op een dag naar de universiteit kan gaan en een ingenieursopleiding volgen”.
Geroosterde maïs- en koffieverkoperGloria Hernández is 53 jaar. Gloria had niet de mogelijkheid om naar school te gaan, ze woont in een gehuurde kamer in de wijk San Esteban. Toen ze 35 was, sneed ze haar vinger met een machete (kapmes) terwijl ze probeerde een kokosnoot te schillen in haar vorige bedrijfje dat kokoswater verkocht. Nu verkoopt ze geroosterde maïs en koffie en de maandelijkse winst is ongeveer 175 dollar. Dat dekt al haar uitgaven, maar ze geeft toe dat ze aan het einde van de maand bijna altijd geld moet lenen om rond te komen.
Reizende muzikantGeovanny Martínez is 22 jaar. Oorspronkelijk komt hij uit San Miguel, een plaats buiten San Salvador, nu woont hij bij vrienden in Lourdes, Colón in het centrum van de stad. Hij zat op school tot de negende klas, nu speelt hij gitaar in het openbaar vervoer. Het gaat goed met hem, hij is aan het uittesten of hij op deze manier genoeg kan verdienen. In goede maanden haalt hij tweehonderd dollar op. “Mijn doel is om zoveel mogelijk geld in te zamelen om naar de Verenigde Staten te gaan”.
LingerieverkoopsterMirna Cornejo is 49 jaar. Ze verkoopt ondergoed in het historisch centrum, ze woont in Soyapango, een voorstad van San Salvador. Mirna is moeder van twee kinderen, een is 23 jaar, het andere kind werd gedood toen hij 26 was. Tot de negende klas heeft ze op school gezeten, ze heeft nooit een formele baan gehad. Haar gemiddelde inkomen is 150 dollar per maand.
MedicijnverkoperFidel Abarca is vijftig jaar. Tot de zevende klas ging hij naar school, hij woont in Cuscatancingo, een voorstad van San Salvador. Zijn geld heeft hij altijd verdiend met ambulante handel. Fidel slaagt erin om ongeveer 250 dollar per maand te verdienen, waarvan hij en zijn vrouw leven. Toen zijn kinderen klein waren, was het moeilijker om rond te komen, nu hoeft hij niet meer in hun onderhoud te voorzien; ze verkopen zelf ook. Hij vindt dat hij er representatief uit moet zien voor zijn klanten, vandaar de ringen aan zijn vingers.
Bron en foto´s: Elfaro.net
Deze bijdrage is onderdeel van de special El Salvador, voorjaar 2020