Politiek & Maatschappij

Gevolgen coronapandemie bepalen stemgedrag bij verkiezingen in Latijns Amerika

21 maart 2021

Maja Haanskorf

Snelle wisseling leiders en opkomst populisten zijn de trends

Nooit eerder zijn er verkiezingen gehouden ten tijde van een pandemie, zoals de huidige coronacrisis. Wat staat er tijdens de verkiezingen dit jaar in meerdere Latijns-Amerikaanse landen op het spel? Welke tendensen zijn waar te nemen en welke factoren – economisch, sociaal en politiek – beïnvloeden de verkiezingsuitslagen?

Ecuador heeft in februari de aftrap gegeven voor een verkiezingscyclus in Latijns Amerika die doorloopt tot 2024. Op zich niets nieuws, want iedere vier jaar vindt er wel een verkiezingsgolf plaats, zoals die in het eerste decennium van deze eeuw, toen het continent ‘rood’ kleurde, gevolgd door de ‘draai naar rechts’ in het midden van het vorige decennium. Tijdens de laatste drie electorale jaren van 2017-2019 kwam daarbij de ‘stem om de bestuurders te straffen’. Denk aan de opkomst van Bolsonaro in Brazilië en Bukele in El Salvador. Beiden zijn caudillistische personen die zich presenteerden als buitenstaanders die niets te maken hadden met de politieke elite.
Deze trend zou door kunnen zetten, vooral omdat de coronapandemie voor uitzonderlijke omstandigheden zorgt en de nasleep op sociaal en economisch gebied onzeker is. Zeker is wel dat de coronapandemie een grote rol zal spelen bij het stemgedrag van de mensen. Hoe voelen kiezers zich een jaar na de uitbraak van het coronavirus en hoe beoordelen ze de manier waarop hun regeringen met de pandemie omgaan? Kiezers zijn vooral op zoek naar iemand die ze uit de diepe put kan halen waarin ze door de pandemie zijn beland.

De tol van COVID-19

De cijfers liegen er niet om: de regio heeft een van de ergste uitbraken van COVID-19 ter wereld meegemaakt met 15,4 miljoen officiële ziektegevallen en een half miljoen doden tot 31 december 2020. Recent zijn deze aantallen weer gestegen, mede door de komst van een Braziliaanse mutatie van het coronavirus. De coronapandemie heeft Latijns Amerika onevenredig hard getroffen. De regio herbergt 7,8 procent van de wereldbevolking, maar is goed voor respectievelijk 18 procent en 28 procent  van de ziektegevallen en sterfgevallen. Naar verwachting zal COVID-19 de landen en hun economieën het grootste deel van 2021 blijven gijzelen, aangezien de uitrol van vaccins in Latijns Amerika zeer waarschijnlijk langzamer zal verlopen dan in een groot deel van de wereld. Dit vormt een ernstige uitdaging voor de gefragmenteerde en grotendeels ondergefinancierde gezondheidszorg. De Latijns-Amerikaanse regio is bijzonder kwetsbaar voor COVID-19 doordat er veel mensen werken in activiteiten die fysieke nabijheid vereisen en omgekeerd weinig mensen banen hebben die op afstand kunnen worden gedaan.

Economische krimp en traag herstel

Door de pandemie is er een drastische economische krimp in het hele continent, volgens cijfers van zowel het Internationaal Monetair Fonds (IMF) als de Commissie voor Latijns Amerika en het Caribisch gebied van de Verenigde Naties (ECLAC). De eerder geschatte daling van 8,1 procent voor 2020 is intussen door het IMF bijgesteld naar 7,4 procent; de daling van de wereldeconomie is met 4,4 procent een stuk lager. De crisis heeft een grote impact op de werkgelegenheid, vooral onder vrouwen, jonge, informele en laagopgeleide werknemers neemt de werkloosheid fors toe. Het aantal armen is het afgelopen jaar gestegen van 190 naar 230 miljoen, een stijging van zo’n 20 procent, waarmee de armoede terug is op het niveau van 2002.

Daarnaast zal de verwachte regionale groei voor 2021, circa 3,5 procent van het BBP, niet voldoende zijn om de geleden economische schade te compenseren. Volgens het IMF zal de regio pas in 2023 het productieniveau van vóór de pandemie bereiken en het BBP per hoofd van de bevolking niet eerder dan in 2025, later dan in andere delen van de wereld. Op wereldniveau verwacht het IMF dat de economie in 2021 weer zal herstellen en eind dat jaar 0,6 procent groter zal zijn dan eind 2019. Dit herstel zal vooral door China worden gedreven; de komende vijf jaar is het land goed voor zo’n 28 procent van de wereldwijde economische groei.

Destabilisering

Voor de meeste kiezers die dit jaar  – en mogelijk ook nog daarna – naar de stembus gaan, zal daarom de economie het belangrijkste thema zijn, naast de aanpak van de pandemie. De coronapandemie heeft al bestaande structurele problemen verergerd: institutionele zwakte, inefficiëntie van overheidsdiensten (gezondheidszorg voorop) en een representativiteitscrisis van de politieke partijen. Daarmee is ook de wijdverbreide ontevredenheid onder de burgers verder toegenomen over de hoge niveaus van armoede en criminaliteit, de ontoereikende sociale zekerheid, de corruptie bij de overheid en de sociaaleconomische ongelijkheid. Met name de steeds groter wordende kloof tussen arm en rijk, die juist tot voor een paar jaar geleden iets was verkleind, leidt tot frustraties bij de bevolking. Dit alles heeft de binnenlandse politiek in veel landen de afgelopen jaren gedestabiliseerd en politieke partijen verzwakt.

Veel landen hebben geprobeerd financiële, belasting-, pensioen- en andere hervormingen door te voeren om financiële tekorten te verminderen, economische ontwikkeling te bevorderen en de levensomstandigheden te verbeteren. Dat is doorgaans onvoldoende gelukt. In veel landen blijken de politieke elites en partijen nauwelijks in staat om hun land te regeren en kunnen ze de grote uitdagingen onvoldoende aan. Daarnaast kampen veel regeringen ook met een hoge schuldenlast en burgers die de straat op gaan om effectieve maatregelen te eisen tegen de pandemie en zijn economische en sociale gevolgen. Alles bij elkaar verhindert dit een snelle uitweg uit de crisis en staat het stabiliteit in de weg. De ontevredenheid en het wantrouwen in de politiek zouden ook kunnen leiden tot de opkomst van meer populistische leiders en nieuwe straatprotesten; de politieke richting van de regio kan zowel in de stembus als op straat worden bepaald. Daarmee kan het functioneren van de democratie en de rechtstaat – verder – in het geding komen.

Balanceerkunst

Mogelijk wordt ook een al eerder gesignaleerd fenomeen versterkt: de neiging leiders of hun partijen na een termijn weg te stemmen. Herverkiezing van de zittende president komt steeds minder vaak voor. Het maakt daarbij niet uit of het gaat om linkse of rechtse regeringen. Denk aan de nederlaag van Mauricio Macri in Argentinië en de verijdelde poging van Evo Morales om zichzelf in Bolivia aan de macht te houden, allebei in 2019. Dat zou ook  in 2022 in Brazilië kunnen gebeuren. Binnen de regering van de rechtse president Bolsonaro worden conflicten steeds ernstiger. Zeker nu voormalig president Lula da Silva van de Arbeiderspartij (PT) weer op vrije voeten is en zich in 2022 kandidaat kan stellen, kan dat leiden tot een volgende wisseling van de wacht.

Het versnelde verloop van regeringen en de proteststemmen kunnen leiden tot meer machtswisselingen en korte politieke cycli. Regeringen zonder duidelijke meerderheden en zonder stabiele politieke steun zullen een weerspiegeling zijn van gepolariseerde en gefragmenteerde samenlevingen. Daar worden het bereiken van consensus over het aanpakken van de huidige problemen en het besturen nog lastiger dan het al was. Het vereist een balanceren tussen maatregelen die inspelen op de behoeften van de burgers en een verantwoordelijk fiscaal beleid. Met dat laatste kunnen regeringen toegang krijgen tot hulppakketten van internationale kredietverlenende instellingen, opnieuw onderhandelen met crediteuren en investeerders aantrekken. Degenen die falen in deze balanceerkunst, riskeren een heropleving van de sociale protesten van eind 2019 en begin 2020.

Populisme

Het grootste risico is dat door de ontevredenheid van burgers en het gebrek aan vertrouwen in de traditionele partijen de huidige verkiezingscyclus kan leiden tot de opkomst en het succes van nieuwe populistische leiders. Bij de verkiezingen van 2017–2019 waren die tendensen al te zien, zoals proteststemmen tegen de machthebbers en een hoge mate van polarisatie. Zo zijn Bolsonaro in Brazilië, López Obrador in Mexico en Bukele in El Salvador aan de macht gekomen. Een herverkiezing van de eerste twee kan worden bemoeilijkt omdat juist in hun landen COVID-19 de meeste slachtoffers heeft gemaakt. Dat kan ertoe leiden dat ze bij verkiezingen worden ‘afgestraft’. Beide populistische presidenten staan sceptisch ​​tegenover het opleggen van maatregelen om de pandemie te bestrijden, zoals lockdowns. In andere delen van de wereld zijn de pandemie en de beperkende maatregelen om deze in te dammen een aanjager geworden voor de groei van anti-systeembewegingen, die een deel van de consensus over democratie en de rechtsstaat in twijfel trekken.

Marta Lagos, directeur van het Chileense peilingsbureau Latinobarómetro, denkt dat protesten in de regio weer de kop zullen opsteken wanneer regeringen besluiten de financiële steun te beëindigen aan door de pandemie getroffen bedrijven en personen. Dat effent de weg voor populisten, want meent ze: “Kiezers kijken naar het heden en “populisme is het heden: proberen op te lossen wat nu een probleem is zonder enige visie op de toekomst”. Grofweg zijn er twee typen kandidaten te onderscheiden: buitenstaanders die beloven vanaf nul te beginnen en kandidaten die een terugkeer naar de jaren 2000 beloven, de tijd van de hoogconjunctuur in Latijns Amerika.

Ieder land is anders

Naast algemene tendensen en factoren kent elk land natuurlijk eigen specifieke omstandigheden die de verkiezingen zullen bepalen. Zo is Chili een volwassen democratie, maar met een enorm wantrouwen van de bevolking in de politiek, zijn Ecuador en Peru wisselvalliger en is Haïti disfunctioneel. De sterke man van Nicaragua, Daniel Ortega, heeft de democratie uitgeroeid en Nayib Bukele doet dat misschien in El Salvador. Chili en Peru hebben hun economieën goed beheerd. Argentinië en Ecuador zijn onlangs in gebreke gebleven met hun schulden. Wie de verkiezingen gaat winnen, is meer een mysterie dan ‘normaal’. Er is een overvloed aan presidentskandidaten; zo heeft Ecuador zestien presidentskandidaten en telt Peru er achttien. Dit wordt vaak beschouwd als symptoom van de zwakte van het partijsysteem.

Vooral Midden-Amerika baart zorgen. Daniel Ortega, hoewel niet populair in Nicaragua, weet van geen ophouden. De overwinning van Bukele’s partij Nieuwe Ideeën bij de parlementsverkiezingen heeft zijn greep op het bestuur verstevigd. De waarschijnlijke kandidaten om in Honduras Juan Orlando Hernández op te volgen, wiens herverkiezing als president in 2017 algemeen als oneerlijk wordt beschouwd, bieden weinig uitzicht op verbetering. Buiten Midden-Amerika zijn er tot dusver maar weinig sterke leiders in de dop. Toch zou er zo maar ergens een ‘outsider’ met mooie beloften aan de macht kunnen komen. In een context van sociale crisis wordt kritiek op het systeem makkelijk verzilverd door populisten.

Verkiezingskalender 2021

In 2021 vinden er zowel presidents – als parlementsverkiezingen plaats in Ecuador (7 februari), Peru (11 april), Chili (21 november), Honduras (27 november) en Nicaragua (7 november). Waarschijnlijk is in veel gevallen een tweede ronde nodig om een president te kiezen. Vier van de vijf zittende presidenten in deze landen zijn niet herkiesbaar, alleen Ortega in Nicaragua wel. Dat betekent dat een nieuwe rits leiders en mogelijk ook partijen aan de macht komt, die de crisis in de volksgezondheid en economie erven. Er zullen ook parlementsverkiezingen plaatsvinden in El Salvador (28 februari), Mexico (6 juni) en Argentinië (24 oktober; voor een deel van het parlement). Daarnaast zijn er in meerdere landen lokale en regionale verkiezingen en kiest Chili op 11 april ook de leden van een grondwetgevende vergadering.

Presidentsverkiezingen 2021-2024

 

Jaar Land
2021 Ecuador, Peru, Nicaragua, Chili en Honduras
2022 Costa Rica, Colombia en Brazilië
2023 Guatemala, Argentinië en Paraguay
2024 Mexico, El Salvador, Panama, Dominicaanse Republiek, Uruguay en Venezuela

Gerelateerde berichten

Wat te doen met een dode terrorist?

Wat te doen met een dode terrorist?

Op 11 september dit jaar overleed in zijn cel op 86-jarige leeftijd Abimael Guzmán, tussen 1971 en zijn arrestatie in 1992 (foto) de leider van de Communistische Partij van Peru, oftewel de terroristische organisatie Sendero Luminoso (Lichtend Pad). Sindsdien worstelen de autoriteiten met de vraag wat te doen met zijn stoffelijk overschot.

Lees meer
agsdi-globe

Politiek & Maatschappij

agsdi-portrait

Kunst & Cultuur

agsdi-camera

Vrije tijd & Toerisme

agsdi-income

Economie & Ondernemen

agsdi-leaves

Milieu en Natuur

agsdi-learn

Onderzoek & Wetenschap

Blijf op de hoogte

Adverteren op onze website?

Dat kan! Tegen een scherp tarief plaatsen wij uw advertentie.

Ontvang onze nieuwsbrief

Schrijf u in en ontvang onze digitale nieuwsbrief met een overzicht van onze nieuwe artikelen.

Volg ons op social media

Wees als eerste op de hoogte van nieuwe artikelen en deel artikelen met uw netwerk.

Share This