Politiek & Maatschappij

Geschiedenisles van kopstuk in corruptieschandaal: ‘Brazilië verkeert in de middeleeuwen’

25 juli 2022

Hans Veltmeijer

Op 2 oktober zijn de Braziliaanse presidentsverkiezingen. Het is een tweestrijd tussen de rechtse president Jair Bolsonaro en de voormalige president Luiz Inácio Lula da Silva van de Arbeiderspartij. Lula leidt in de peilingen, maar als er een tweede ronde komt is de uitkomst onvoorspelbaar. In de aanloop naar de verkiezingen brengt Hans Veltmeijer een bezoek aan Henrique Pizzolato, kopstuk in een groot corruptieschandaal en vechtend om zijn onschuld te bewijzen.

Henrique Pizzolato (1952) is de vriendelijkheid en gastvrijheid zelve. Toch is de voormalige directeur marketing van de Banco do Brasil voor altijd gekoppeld aan het corruptieschandaal o Mensalão (het dikke maandsalaris) dat sinds 2005 in het nieuws is. Onder het bewind van president Lula da Silva werden parlementsleden met publiek geld omgekocht om regeringsvoorstellen te steunen. Niet alleen leden van de Arbeiderspartij (PT), maar ook van andere partijen waren hierbij betrokken. Lula is overigens zelf nooit veroordeeld in dit schandaal en bleef in het zadel als president. Pizzolato noemt zichzelf ‘militante petista’, hij is oprichter van de PT in deelstaat Rio Grande do Sul.

Als directeur marketing van de nationale bank Banco do Brasil is hem passieve corruptie en witwassen van geld (destijds circa 20 miljoen euro) ten laste gelegd, wat hem in 2012 een veroordeling van twaalf jaar en zeven maanden gevangenisstraf opleverde. Hij vluchtte in 2013 naar Italië – het land van zijn ouders waar hij ook een paspoort van bezit -, kwam op de lijst van Interpol en werd opgepakt wegens valse identiteitspapieren.

Vervolgens zat hij in het Italiaanse Maranello een deel van zijn in Brazilië opgelegde gevangenisstraf uit, van februari 2014 tot september 2015, tot hij werd overgeplaatst naar een gevangenis in Brasilia. Vanwege goed gedrag en omdat hij een derde van zijn straf had uitgezeten is hij sinds december 2017 voorwaardelijk op vrije voeten en wacht in zijn met veel hout smaakvol ingerichte penthouse in de wijk Copacabana van Rio de Janeiro op de naar eigen zeggen ‘tientallen vervolgprocessen’ die hem te wachten staan. In een soortgelijke situatie als voormalig president Lula da Silva. Hij moet ook maandelijks een aflossing doen om zijn boete van rond de vier ton euro’s te betalen.

Operatie Condor

Pizzolato stond in de internationale arena van vakbonden, ngo’s en samenwerkingsprojecten voor een socialere en duurzamere wereld. Een ecologische bank was hij aan het opzetten, nu is alles weg, kapot. Hij weet het zeker: hij is slachtoffer van een groot rechts complot tegen links. Een complot dat te vergelijken is met Operatie Condor uit de jaren zeventig, een samenwerkingsverband van Zuid-Amerikaanse militaire dictaturen die elkaar hielpen om gevluchte dissidenten en politieke tegenstanders op te pakken, te martelen en in sommige gevallen vanuit vliegtuigen in zee te gooien. Dit met stilzwijgende steun uit de Verenigde Staten. Pizzolato serveert een espresso en gaat er eens goed voor zitten. Wil ik weten hoe het allemaal zover gekomen is, de huidige toestand van Brazilië en eigenlijk van geheel Latijns-Amerika? Wat volgt is een twee uur durende geschiedenisles, die voert van WO II tot aan het heden.

Begin van de ontbossingen

Tijdens de Tweede Wereldoorlog sloot president Getúlio Vargas (in twee periodes president van Brazilië, van 1931-1945 en 1951-1954) een deal met president Franklin Roosevelt: de Amerikanen kregen luchtmachtbases op het paradijselijke eiland Fernando de Noronha (dat president Bolsonaro nu wil omvormen tot een tweede Acapulco om Brazilië uit de crisis te helpen) en in de stad Natal. Ook voerde Brazilië in het Amazonegebied de productie van rubber en andere grondstoffen op, voor de Amerikaanse oorlogsindustrie. In ruil daarvoor kreeg Vargas technologie voor de eigen ontwikkeling van Brazilië. “Daarmee werd de keten van koffie en melk gebroken, Brazilië begon van alles te produceren. Grondstoffen werden geëxploiteerd en het staatsoliebedrijf Petrobras zag het licht. Vargas was een echte nationalist, hij is Brazilië nooit uit geweest.” De VS produceerden na de oorlog de tractoren en andere landbouwvoertuigen voor Latijns-Amerika als alternatief voor de ingestorte oorlogsindustrie. Het was het begin van de agrobusiness en de ontbossingen. “Brazilië had het grootste reservaat van Aurakanierbomen. Alles is verbrand voor soja en dat proces is nu nog gaande.” Pizzolato noemt de Amerikaanse economie “een economie van roof met Latijns-Amerika als voornaamste slachtoffer”.

Creatie van een arbeidersklasse

Sociaaldemocraat Juscelino Kubitschek (1956-1961) voerde zijn plan ‘vijftig jaar vooruitgang in vijf jaar’ uit met steun van de PT en de communistische partij. Hij legde het binnenland open voor ontwikkeling en liet de nieuwe hoofdstad Brasília aanleggen. João Goulart (1961-1964) introduceerde het minimumloon, pensioenen en andere arbeidsrechten en begon met landhervormingen. De linkse president creëerde een arbeidersklasse om producten als auto’s en koelkasten van nationale makelij te kopen en de ontwikkeling van het land te versnellen. “Dat is niet gelukt”, concludeert Pizzolato. In 1964 kwam de militaire dictatuur aan de macht waarin werd afgerekend met ‘de linkse terroristen’. “Brazilië werd het land van voetbal, carnaval en telenovelas.”

Achtertuin van de VS

Het bewind van president Dwight Eisenhower in de vijftiger en zestiger jaren tijdens de Koude Oorlog is volgens Pizzolato de basis van de latere klopjachten tegen links. De Amerikanen intervenieerden direct in Latijns-Amerika op drie fronten: de pers, de grote ondernemers en de militairen. Want Eisenhower ging er vanuit dat als één land in Zuid-Amerika communistisch zou worden, de rest snel zou volgen. President John F. Kennedy (1961 -1963) moest weinig hebben van het linkse, nationalistische beleid van Goulart en wilde dat Latijns-Amerika de achtertuin van de Verenigde Staten bleef. De alliantie van door de VS in Panama getrainde militairen, rechtse ondernemers en de pers ‘als megafoon’ deden hun werk en veranderden Brazilië weer in een agrarisch land. Dat zou zo blijven tijdens de militaire dictaturen van 1964 tot 1985.

Sprongen onder Lula

Tancredo Neves (opgeleid door Getúlio Vargas) was de eerste democratisch gekozen president na het einde van de dictatuur, maar hij werd in 1985 een dag voor zijn aantreden in Brasília getroffen door een hersenbloeding die hem een jaar later fataal werd. Vicepresident José Sarney nam het over. De nieuwe democratische machthebbers besloten tot algehele amnestie, zowel voor de linkse ‘terroristen’ als hun rechtse martelaren. Pizzolato heeft het niet zo op Fernando Henrique Cardoso, maar moet erkennen dat deze president in de jaren negentig het land weer op de rit kreeg. Maar onder het wat linksere beleid van zijn opvolger Lula da Silva werden pas echt sprongen gemaakt, benadrukt hij. “We verdwenen van de hongerkaart en er kwam een zekere vrijheid en onafhankelijkheid van de Verenigde Staten.” Hij roemt Lula om het niet ondertekenen van het vrijhandelsakkoord NAFTA dat president Bill Clinton en Cardoso hadden voorbereid. Nee, Lula besloot de regionale Mercosul te versterken, een douane-unie tussen Brazilië, Argentinië, Uruguay, Paraguay en Venezuela.. “Dat was een nationalistisch beleid, zoals Vargas dat ook voerde.” Brazilië sloot bilaterale verdragen met Duitsland, China en andere grootmachten en haalde zowel het WK voetbal (2014)  als de Olympische Spelen (2016) binnen.

Brazilië als voortrekker

Zelf was Pizzolato de voorman van Latijns-Amerika’s grootste pensioenfonds in die tijd en ijverde hij met succes voor arbeidsrechten en verduurzaming van grote bedrijven als Petrobras en mijnbouwconcern Rio do Vale Doce. Vliegtuigfabrikant Embraer kreeg grote opdrachten uit onder meer Nederland, Braziliaanse bedrijven bouwden wegen in Portugal en “met banktechnologie waren we heel ver. Brazilië bruiste, Brazilië was een voortrekker in de wereld”, stelt Pizzolato weemoedig. Onder president Barack Obama (2009-2017) ging het weer de verkeerde kant op, vervolgt hij zijn geschiedenisles. De VS waren gebroken door de Golfoorlog en Obama moest veel geld uitgeven om de economie en de gezondheidszorg weer op orde te krijgen. Dat ging samen met hernieuwde interesse in Latijns-Amerika als ‘roofplek’.

Val van links

Er werd een nieuwe ‘Operatie Condor’ op poten gezet, waarin pers, militairen, ondernemers en het justitiële apparaat werden klaargestoomd voor de val van links in Brazilië, meent Pizzolato. Dat is lastig te begrijpen, juist in de periode van de sociale, linkse Obama. Maar de val van Dilma Rousseff (na vijf jaar presidentschap in 2016 afgezet na massale protesten van rechts vanwege haar weinig daadkrachtige en ‘warrige’ beleid, plus beschuldigingen van vriendjespolitiek) en de vermeende grote corruptieschandalen binnen de PT vonden wel plaats tijdens de regeerperiode van Obama. Pizzolato: “Van de Democraten in Amerika is 20 procent echt sociaal, 80 procent is imperialistisch.” Tussenpaus Michel Temer (2016-2019), die vicepresident was onder Rousseff, verkocht, aangezet door het Hooggerechtshof, de Braziliaanse olie aan buitenlandse multinationals. Dit om Petrobras als monopolist, en daarmee kwetsbaar voor corruptie, te ontmantelen. De grote inkomsten uit de olie die het onderwijs, de gezondheidszorg en de sociale voorzieningen ten goede kwamen, droogden ineens op. Petrobras was tot dan verantwoordelijk voor 10 procent van alle investeringen in Brazilië.

Roofspel

De uitstekende petroleum op twee kilometer diepte, onder de zoutlaag, werd voor een habbekrats de Amerikanen in de schoot geworpen, na jarenlang kostbaar Braziliaans onderzoek. De tijd van het oogsten van de rijkdom was net begonnen en nu alweer voorbij. “Corruptie bij Petrobras is er altijd geweest, sinds de tijd van Vargas”, weet Pizzolato. “Maar de grootste corruptie is het weggeven van Petrobras. Van dat roofspel zijn een heleboel mensen persoonlijk rijk geworden.” Wie dan, wil ik weten. “Nou president Temer, rechter Sérgio Moro, de rechters van het Hooggerechtshof en de eigenaren van O Globo.”
De voedingsbodem voor een rechtse nationalistische populist groeide, met name onder de middenklasse. O Globo stookte het vuurtje op en lanceerde Jair Bolsonaro. “O Globo heeft het monster gecreëerd waardoor het nu wordt opgegeten”, zegt Pizzolato met het nodige leedvermaak. Het zijn nu immers aartsvijanden, O Globo en Bolsonaro. 

Toch was Bolsonaro aanvankelijk niet de kandidaat die voor de verkiezingen van 2018 op de steun van de VS kon rekenen. Dat was Geraldo Alckmin van de PSDB (Braziliaanse Sociaaldemocratische Partij). Maar ‘deze zwakkeling’ bleek zo kansloos dat de VS – onder Donald Trump – toch maar inzetten op die onberekenbare tropische versie van Trump. Kort na het interview met Pizzolato lieert Alckmin, de centrumrechtse politicus, zich aan de linkse partij PSB (Braziliaanse Socialistische Partij). Daarmee is de weg vrij om running mate te worden van Lula en later vicepresident. Een ontwikkeling die analisten niet voor mogelijk hadden gehouden. Aangenomen wordt dat Alckmin ondernemers over de streep moet trekken om Lula te steunen.

 

Middeleeuwen

“Bolsonaro weet überhaupt niet wat hij aan het doen is”, zegt Pizzolato. Hij vergelijkt hem met Adolf Hitler die door Goebbels werd aangestuurd. Tijdens de coronapandemie vertolkte Olavo de Carvalho die rol voor Bolsonaro, aldus Pizzalato. Deze Braziliaanse onderwijshervormer, conservatief filosoof en schrijver emigreerde in 2005 met zijn gezin naar de VS. Tijdens zijn laatste jaren gold hij als een belangrijke inspirator voor Bolsonaro met veel invloed op diens beleid. Vooral de atypische aanpak van de coronapandemie zou door hem zijn voorgekauwd; tegen lockdowns en afstand houden, geen mondkapjes en vooral je niet laten vaccineren. De Carvalho overleed op 24 januari 2022 op 74-jarige leeftijd aan een infectie met Covid-19.

Waardeloos, vindt Pizzolato het regeringsbeleid van de afgelopen jaren. “We leven in de middeleeuwen. De armen hebben niets te eten en dan komen rechts en de kerken op.” Het zijn de geschikte omstandigheden voor cliëntelisme, een lange politieke traditie in Latijns-Amerika. Bind desperate kiezers aan je met beloften en gunsten, geld of een barbecue. Links heeft het duidelijk laten liggen bij zo’n 30 procent van de bevolking, de aanhangers van evangelische kerken, stelt Pizzolato vast. “Links heeft moeite de dominee te begrijpen. Want diens preken zijn vaak radicaal, maar de wanhopige mensen kunnen daar wel terecht. Ik denk dat Lula dit wel begrijpt, maar de PT-machine niet.”

Lula gaat de verkiezingen winnen, zoveel is zeker volgens Pizzolato. Alleen een ramp kan dat voorkomen. Maar hij voorziet nu al de teleurstelling die na de verkiezingen zal komen. “Ik ben bang dat hij niet kan brengen wat het volk wil. Als de PT geen goed gesprek met het volk voert, zie ik zelfs een nieuwe coup aankomen.” Dat het Hooggerechtshof nu constant in de clinch ligt met Bolsonaro verbaast hem niet. “Het Hooggerechtshof heeft vier jaar lang de uitspraak van rechter Sérgio Moro gesteund dat Lula schuldig is. En nu ineens niet meer. Want Bolsonaro moet eruit. Die achten ze nu dreigender dan Lula.”

Leven als een gegijzelde

Foto: Hans Veltmeijer

Pizzolato voelt zich het slachtoffer van ‘lawfare’, een oneerlijke oorlogsvoering tegen politieke tegenstanders vanuit het justitieel apparaat, actief gesteund door de pers. “Ik ben afgebrand door de krant O Globo.”  Hij beschouwt het als allemaal nepprocessen, vol leugens: tegen Lula, diens stafchef José Dirceu en tegen hemzelf.  Zijn leven nu staat in het teken van de strijd om eerherstel en gerechtelijke genoegdoening. De ‘slachtoffers’ en hun medestanders hebben zich georganiseerd en proberen via boeken, projecten, nieuwsbrieven en de website lawfarenuncamais.org (nooit meer lawfare) ook op het internationale podium aandacht voor hun zaak te krijgen. Daar zijn Pizzolato en zijn vrouw druk mee. Zijn schoonvader, een advocaat, heeft zelfs een boek geschreven om de onschuld van zijn schoonzoon aan te tonen. De afgedrukte bonnetjes moeten het aantonen: Pizzolato heeft nooit gerommeld en zeker niet met publiek geld. Intussen voelt Pizzolato zich een gegijzelde. “Wat er is gebeurd, is een holocaust. Ze hebben mijn bewijzen van onschuld verstopt of genegeerd. We moeten hangen, hoe dan ook. Ik zie de rechters van het Hooggerechtshof daarom als huurmoordenaars. En mijn grootste frustratie is dat ons leven is verwoest en niemand erbij heeft gewonnen.”

Lees ook het eerste en tweede artikel van Hans Veltmeijer over Brazilië in de aanloop naar de verkiezingen

Alle beeld is van Wikicommons, foto's van Pizzolato zijn van Hans Veltmeijer

Gerelateerde berichten

agsdi-globe

Politiek & Maatschappij

agsdi-portrait

Kunst & Cultuur

agsdi-camera

Vrije tijd & Toerisme

agsdi-income

Economie & Ondernemen

agsdi-leaves

Milieu en Natuur

agsdi-learn

Onderzoek & Wetenschap

Blijf op de hoogte

Adverteren op onze website?

Dat kan! Tegen een scherp tarief plaatsen wij uw advertentie.

Ontvang onze nieuwsbrief

Schrijf u in en ontvang onze digitale nieuwsbrief met een overzicht van onze nieuwe artikelen.

Volg ons op social media

Wees als eerste op de hoogte van nieuwe artikelen en deel artikelen met uw netwerk.

Share This