Politiek & Maatschappij

Een uniek historisch proces

9 mei 2021

Jan de Kievid

Chili op weg naar een nieuwe grondwet

In een diepe politieke, sociaaleconomische en gezondheidscrisis met weinig vertrouwen in de instituties kiezen de Chilenen op 15 en 16 mei een Constitutionele Conventie. Dit gezelschap gaat een nieuwe grondwet ontwerpen. De Conventie zal meer vrouwen, inheemse bewoners, jongeren, niet-partijgebondenen en mensen zonder politieke ervaring tellen dan in de Chileense politiek gebruikelijk is. Een nieuwe grondwet kan een grondslag leggen voor een rechtvaardiger en democratischer Chili, maar dit unieke proces kan ook nog mislukken.

“Dit jaar gaan we een van de grootste uitdagingen aan uit onze geschiedenis, het kiezen van degenen die een nieuwe grondwet voor Chili gaan maken.” Dat is belangrijker dan het kiezen van een president. Aldus Matias Poblete, die op 15 en 16 mei als onafhankelijk lid in deze Constitutionele Conventie hoopt te worden gekozen. Deze verkiezing is het voorlopig hoogtepunt van een bijzondere maatschappelijke en politieke ontwikkeling die in oktober 2019 begon met massale protesten tegen sociale ongelijkheid, de ‘sociale uitbarsting’ genoemd. Daardoor werd  een proces in gang gezet dat kon leiden tot een nieuwe grondwet. Eerst zouden de kiezers in een referendum bepalen of ze dat wilden. Deze dynamiek en de grote protestgolf werden echter al snel verstoord en vertraagd door de coronacrisis.

Door de pandemie werd dat referendum een half jaar uitgesteld tot 25 oktober 2020. Toen stemde 78 procent van de kiezers voor een nieuwe grondwet, op te stellen door een speciale Constitutionele Conventie, waarin geen parlementsleden of bestuurders plaats kunnen nemen. Dat laatste had veel te maken met het diepe wantrouwen tegen de starre en weinig flexibele of creatieve rechtse president Sebastián Piñera en de hele gevestigde politiek.

Vanaf de Olympus

De leden van deze Conventie zouden worden gekozen op 10 en 11 april 2011, maar opnieuw strooide het virus roet in het eten. In weinig landen zijn al zoveel mensen gevaccineerd als in Chili (eind april had al de helft van de bevolking een prik gehad), maar tegelijk liep het aantal besmettingen op om lange tijd niet of nauwelijks te dalen. Veel Chilenen hadden de zomervakantie van januari en februari te uitbundig in eigen land gevierd of van een Braziliaanse vakantie de daar heersende coronavariant  meegenomen.

Opnieuw een strenge lockdown leek de enige oplossing. Maar dat moest zonder arme mensen nog dieper in de problemen te brengen. Enrique Paris, minister van Volksgezondheid moest toegeven waar het neoliberale model had gefaald. Half maart zei hij: “Chili heeft geen adequaat systeem van sociale zekerheid… Er zijn talrijke mensen die geen creditcard hebben… die het huis uit moeten om te gaan werken…. Een mens kan sterven of de baby kan sterven omdat ze niet te eten hebben… Het is heel makkelijk om vanaf de Olympus een lockdown af te kondigen en alles te sluiten, maar hoe helpen we die mensen?” Er wordt in Chili veel gemopperd over het coronabeleid, maar Paris is met 34 procent goedkeuring de hoogst gewaarde minister, ver boven de 10 procent voor zijn baas Piñera.

Uitstel

Eind maart ging Chili voor zo’n 90 procent van de bevolking vrijwel op slot. Van de scholen die na de zomervakantie wat ruimer waren geopend, bleef slechts een op de zes nog een beetje fysiek onderwijs aanbieden. Besmettingen en sterfgevallen daalden niet of nauwelijks. Na Brazilië, Peru, Colombia, Paraguay en Argentinië heeft Chili in Latijns Amerika het hoogste aantal coronadoden per 100.000 inwoners.

Medici en sommige politici riepen op de verkiezingen uit te stellen. De centrumlinkse oppositie stemde pas  voor uitstel naar 15 en 16 mei toen de regering effectieve maatregelen tegen de pandemie en meer steun voor de armste groepen toezegde. Ondanks de vaccinaties daalden de coronacijfers  echter nauwelijks.

Basisloon & superrijken

Zo’n 40 procent van de Chileense huishoudens had coronasteun van de overheid gekregen. Maar dat was vaak onvoldoende. Daarnaast vielen veel mensen buiten de steuncriteria. Ondanks hevige tegenstand van Piñera werd – met gedeeltelijke steun van de regeringspartijen – een wetsvoorstel aangenomen om mensen toe te staan voor een derde keer 10 procent van hun geld uit het pensioenfonds op te nemen. Zo’n driekwart van de verzekerden gaat dat ook doen, ze hebben dat geld hard nodig. Veel mensen hadden hevig geprotesteerd tegen Piñera’s pogingen om de wet te blokkeren, waarbij ze vaak – zoals bij veel acties – te maken kregen met harde repressie. Ondertussen doet de oppositie voorstellen voor een soort tijdelijk basisloon voor de armste groepen en een extra belasting voor de superrijken om sociale maatregelen te financieren.

Het worden 15 en 16 mei bijzondere verkiezingen. Er wordt gekozen voor burgemeesters, gemeenteraadsleden, regionale gouverneurs en de Constitutionele Conventie. De laatste twee zijn nieuw; regionale gouverneurs werden eerder door de regering benoemd. Nieuw is ook dat de stembureaus twee dagen open zijn: vier verschillende stembiljetten kost meer tijd en door corona mag het bij de stembureaus niet te druk worden.

Vrouwen bovenaan

Echt nieuw is dat op de kandidatenlijsten voor de Conventie om en om vrouwen en mannen moeten staan, met een vrouw bovenaan. Bovendien zijn voor het eerst plaatsen gereserveerd voor de oorspronkelijke inheemse bevolking, totaal 17. Met 138 leden die worden gekozen volgens het kiesstelsel van de Kamer van Afgevaardigden brengt dat de Conventie op 155 leden. Ook niet- partijgebonden onafhankelijken kunnen meedoen, op aparte lijsten en op partijlijsten.

Voor die 138 leden wordt in 28 districten gestemd voor per district – afhankelijk van het aantal inwoners – 3 tot 8 zetels. Binnen zo’n district geldt evenredige vertegenwoordiging, maar met zo weinig zetels maken slechts weinig lijsten kans op zetels, behalve als organisaties samen een lijst vormen. Daarom gaan de rechtse regeringspartijen – ondanks forse meningsverschillen – als ‘Vamos Por Chile’ (Wij gaan voor Chili) met een lijst de verkiezingen in. Centrum en links werden het echter niet eens en komen met zes lijsten: Lista del Apruebo (Lijst van Ik keur goed, de keus bij het referendum van 25 oktober 2020) van christendemocraten met sociaaldemocraten/socialisten, Apruebo Dignidad (Ik keur goed – Waardigheid) van radicalere linkse partijen en nog vier kleine.

‘Onverantwoordelijk gedrag’

Door zoveel lijsten zullen zeker zetels voor centrumlinks verloren gaan. De aftredende socialistische senaatvoorzitter Adriana Muñoz uitte zich bitter: “We hadden met een lijst of maximaal twee moeten gaan… De eigen weg van partijen heeft voorrang gekregen. Het is onverantwoordelijk gedrag van de politieke krachten… Wij hebben niet waargemaakt wat dit historische moment van ons vroeg”. Bij een onvoldoende meerderheid blijven de veranderingen uit die de burgers vragen.

Voor het aannemen van de nieuwe grondwet en onderdelen daarvan is een tweederde meerderheid van de Conventie nodig. Bij de parlementsverkiezingen van de afgelopen drie decennia – na de dictatuur – haalden de centrumlinkse partijen echter samen hoogstens 55 procent van de stemmen. Misschien zou dat na de sociale uitbarsting tweederde kunnen worden, maar het vertrouwen van de bevolking is niet alleen erg laag in de president, maar nog lager in de politieke partijen van rechts tot links. En met zes lijsten tegenover een rechtse lijst wordt het extra moeilijk. Rechts is verdeeld in een extreem deel (partij UDI) dat de autoritaire en neoliberale elementen van de huidige grondwet (oorspronkelijk van dictator Pinochet in 1980) wil handhaven en een gematigder deel (RN), waarvan sommige leden wel echte wijzigingen willen met een grotere rol van staat. Maar gaat bij rechts strikte fractiediscipline heersen of krijgen afgevaardigden enige vrijheid om voorstellen te steunen van centrumlinks die Chili sociaal rechtvaardiger en democratischer willen maken.

Huidige politieke functionarissen en bekleders van allerlei bestuurlijke posities kunnen geen lid van de Conventie worden. Veel Chilenen hadden liefst helemaal geen partijmensen in de Conventie gezien. Ze zijn teleurgesteld dat ook partijen aan de verkiezingen deelnemen en mogelijk weer de dienst gaan uitmaken. Dan hebben ze massaal geprotesteerd, maar gaat de ‘oude’ politiek er weer met de buit vandoor.

Eigendom van het water

Dat is een begrijpelijke angst, maar er zijn wel degelijk nieuwe elementen. Naast partijgebonden kandidaten doen veel onafhankelijke mee: niet minder dan 61 procent van alle kandidaten. Een deel van die onafhankelijken staat op partijlijsten tussen partijkandidaten, terwijl het andere deel op lijsten met alleen onafhankelijken de verkiezingen ingaat. Van alle 1468 kandidaten heeft slechts een kwart eerdere politieke of bestuurlijke ervaring en is 30 procent jonger dan 35 jaar. Wel zijn de meeste kandidaten – partijgebonden of onafhankelijk, met of zonder politieke ervaring – hoogopgeleid, net als de huidige parlementariërs.

Naast meer vrouwen en inheemse bewoners zal de Conventie er dus echt anders uitzien dan het huidige parlement. Maar niet zo sterk als het hierboven kan lijken. Kandidaten met politieke en bestuurlijke ervaring, zowel partijleden als onafhankelijken, staan gemiddeld hoger op de lijsten dan degenen zonder zo’n achtergrond. De waarschijnlijke verkiezing van veel onafhankelijken en politiek onervaren leden heeft voor- en nadelen. Ze kunnen waarschijnlijk makkelijker los van vastgeroeste patronen en partijbelangen denken en ook andere burgers bij het opstellen van de grondwet betrekken, waardoor de ze meer door de bevolking vertrouwd worden. Maar ze kunnen ook ervaring missen met discussiëren, onderhandelen en compromissen sluiten. Zulke vaardigheden en zo’n mentale instelling, hoewel vaak geassocieerd met de smerige kanten van politiek, zijn nodig om belangrijke punten in de nieuwe grondwet te krijgen.

Er zal discussie komen over de staatsstructuur: hoeveel macht voor de president, bevoegdheden van het parlement, mogelijke decentralisatie, positie van de militairen en nog veel meer. Ook mensenrechten en sociale rechten als gezondheidszorg, onderwijs, huisvesting, pensioenen, minimumloon en bijstand zullen aan bod komen. Daarnaast komt een betere fundering van de rechten van vrouwen en inheemse inwoners (erkenning van autonomie, taal enzovoort) zeker op de agenda. En natuurlijk duurzaamheid, waaronder bijvoorbeeld het eigendom van het water. Bij dit alles spelen de verplichtingen en bevoegdheden van de overheid op sociaaleconomisch gebied een centrale rol. Er valt dus veel opnieuw of soms voor het eerst in de grondwet te regelen. Als de Conventie aan z’n werk is begonnen, komt La Chispa met een artikel hierover.

Uitslag onduidelijk

Voor de legitimiteit van de Conventie en een nieuwe grondwet is de opkomst bij verkiezingen van belang. Verwacht wordt dat het ongeveer hetzelfde zal zijn als de 56 procent bij het referendum van oktober 2020. Dat was hoog voor de laatste jaren in Chili, maar eigenlijk nog steeds vrij laag.

Bij een ‘gewone’ verkiezing weten we  meestal snel wie president wordt of welke partij(en) een meerderheid hebben. Nu zal de uitslag veel onduidelijker zijn. Je weet wel wie gekozen zijn, maar hoe stellen onafhankelijken (buiten partijlijsten) zich op, wat doen de oorspronkelijke bewoners en hoe sterk zal fractiediscipline zijn? Dat kan allemaal per onderdeel van de grondwet weer verschillen. En zullen Chilenen regelmatig massaal de straat opgaan om specifieke wensen kracht bij te zetten, en in hoeverre zullen de gekozenen daarnaar luisteren?

De Conventie krijgt negen maanden om een nieuwe grondwet te maken, met maximaal drie maanden verlenging. Lukt dat niet, dan blijft de oude grondwet geldig. Het voorstel wordt vervolgens in een plebisciet aan de bevolking voorgelegd. Na goedkeuring kan de nieuwe grondwet half 2022 van kracht worden. Piñera zal die niet afkondigen, want op 21 november 2021 kiezen de Chilenen een nieuwe president en presidenten zijn niet herkiesbaar. Pas na half 2022 kan de grondwet effectief en juridisch invloed hebben op wetgeving over mensenrechten, sociaaleconomische zaken en ongelijkheden.

Meer steun voor democratie

De Conventie gaat aan de slag terwijl Chili in een diepe politieke, sociale, economische en gezondheidscrisis verkeert. Het vertrouwen in de politieke en maatschappelijke instituties en de tevredenheid met de bestaande democratie is  fors gekelderd. Maar blijkens het opinieonderzoek van Latinobarómetro is in Chili de steun voor democratie toegenomen en parallel daaraan de voorkeur voor militaire of andere autoritaire oplossingen gedaald. Latinobarómetro schrijft in het rapport eind 2020: “Verschillende indicatoren geven een verbetering aan van de houding tegenover democratie midden in de pandemie van 2020 in Chili. De hypothese dat de protesten en sociale bewegingen hebben geholpen om meer democratie te eisen, valt, in elk geval voor Chili, te verdedigen”. Er zijn sinds eind 2019 in Chili geen partijen, bewegingen of personen van betekenis opgekomen die autoritaire oplossingen beloven. En dat is een goed teken.

In deze crises begint Chili een uniek politiek proces. Hier wordt geprobeerd elementen van de crisis aan te pakken, maar niet door eenzijdig ingrijpen van bovenaf door regering, partijen of militairen of via bestaande procedures. Het moet komen van een nieuw, in Chili en de meeste landen niet eerder vertoond tamelijk open proces met verkiezingen met grotendeels niet-partijpolitiek gebonden kandidaten. Die moeten er discussiërend, onderhandelend en samenwerkend uitkomen. In welke mate dat gaat lukken, moet nog blijken. In eerdere artikelen stelde ik dat de sociale uitbarsting en de gevolgen daarvan Chili socialer, rechtvaardiger en democratischer kunnen maken, maar dat het ook vreselijk kan mislukken of behoorlijk tegenvallen. Dat is nog steeds zo. Maar als het lukt, heeft deze Constitutionele Conventie geschiedenis geschreven.

Gerelateerde berichten

Luis Arce treedt in voetsporen van Morales – eerste halve jaar als president van Bolivia

Luis Arce treedt in voetsporen van Morales – eerste halve jaar als president van Bolivia

Na een onderbreking van een jaar, met een interim-regering onder de rechts-conservatieve Jeanine Añez, is de linkse partij MAS opnieuw aan de macht in Bolivia. In oktober 2020 behaalde Luis Arce in de eerste verkiezingsronde 55 procent van de stemmen, waarmee hij de nieuwe president werd. Hij erfde een politiek verdeeld land met een kwakkelende economie en een diepe gezondheidscrisis. Hoe heeft hij in het eerste half jaar van zijn presidentschap deze problemen aangepakt?

Lees meer
agsdi-globe

Politiek & Maatschappij

agsdi-portrait

Kunst & Cultuur

agsdi-camera

Vrije tijd & Toerisme

agsdi-income

Economie & Ondernemen

agsdi-leaves

Milieu en Natuur

agsdi-learn

Onderzoek & Wetenschap

Blijf op de hoogte

Adverteren op onze website?

Dat kan! Tegen een scherp tarief plaatsen wij uw advertentie.

Ontvang onze nieuwsbrief

Schrijf u in en ontvang onze digitale nieuwsbrief met een overzicht van onze nieuwe artikelen.

Volg ons op social media

Wees als eerste op de hoogte van nieuwe artikelen en deel artikelen met uw netwerk.

Share This