Politiek & Maatschappij

Een bizarre oorlog tussen El Salvador en Honduras

22 april 2020

Auteur: Frank Bron

De voetbaloorlog ging niet alleen over voetbal.

Latijns Amerika heeft, zeker in vergelijking met Europa, weinig oorlogen tussen landen gekend. Maar er zijn uitzonderingen, zoals de vierdaagse ‘voetbaloorlog’ tussen El Salvador en Honduras van juli 1969.

Vreemd is, om te beginnen, dat het Salvadoraanse leger het noordelijke buurland binnenviel, nadat het Salvadoraanse nationale elftal de kwalificatiewedstrijd tegen Honduras gewonnen had voor het Wereldkampioenschap van 1970 in Mexico. De oorlog was dus geen voortzetting van de wedstrijd met andere middelen en de officiële naam is dan ook niet ‘voetbaloorlog’ maar ‘honderd uren oorlog’. En volgens de toenmalige Salvadoraanse president en generaal Fidel Sánchez Hernández was deze aanvalsoorlog “de oorlog van de rechtvaardige verdediging”. De officiële aanleiding was niet minder bizar: het Salvadoraanse leger viel Honduras binnen om landgenoten te beschermen – die de armoede en onderdrukking in eigen land juist ontvlucht waren!

Opgeblazen ego’s

Zoals vaak was deze oorlog een aaneenschakeling van hele en halve aanleidingen, overdreven reacties en opgeblazen ego’s, hoewel de tweeduizend slachtoffers – andere schattingen spreken van zesduizend doden, driekwart Hondurezen en het grootste deel daarvan burgers – daar niet minder dood door waren. Bovendien was een oorlog tegen een externe vijand voor beide regeringen een welkome afleiding van lokale problemen. De voorgeschiedenis begon al ver voor het eerste fluitsignaal van de kwalificatiewedstrijden. Eén van de aanleidingen was dat de grens tussen beide landen sinds de koloniale tijd nooit precies vastgesteld was.

Van recenter datum, september 1957, was dat Ramón Villeda Morales met een sociale agenda tot president van Honduras gekozen was. En op 1 januari 1959 wist Fidel Castro in Cuba aan de macht te komen waardoor zijn land in aanvaring kwam met de Verenigde Staten en hun vrienden in de regio. De communist Castro wist ook veel vrienden te maken en de Koude Oorlog werd voelbaar op het continent. Niet dat Honduras onder Villeda een communistische staat aan het worden was, maar in de toenmalige bananenrepubliek was het al bijzonder dat boerenvakbonden werden gelegaliseerd. Grootgrondbezitters zagen hun belangen bedreigd en op 3 oktober 1963, vlak voor zijn presidentiële termijn eindigde, werd Villeda door een militaire staatsgreep verdreven. De nieuwe president, luchtmacht-kolonel Oswaldo López Arellano, draaide ‘Cubaanse’ invloeden snel terug en maakte Honduras een conservatieve, militaire dictatuur. Toch bleven er sociale spanningen en nam het aantal landbezettingen en stakingen toe.

In El Salvador had het leger in de jaren veertig al met politiek links afgerekend. Daarbij waren duizenden doden gevallen en velen waren naar Honduras gevlucht. Bovendien had het kleine El Salvador te maken met overbevolking (3,5 miljoen inwoners), een snelle bevolkingsgroei (zo’n 3 procent per jaar) en werkloosheid. Om aan die situatie te ontkomen trokken tienduizenden de grens over om in het ruim vijf keer grotere en veel dunner bevolkte Honduras (2,5 miljoen inwoners) landbouwgrond te ontginnen of op de bananenplantages te werken. Uiteindelijk woonden er driehonderdduizend Salvadoranen in Honduras. De rijkeren onder hen hadden daar zo’n 200.000 hectare landbouwgrond in handen. De armeren waren bereid voor lage lonen te werken en ook dat leverde spanningen op. Hoe dan ook, volgens de Hondurese regering waren deze Salvadoranen de aanstichters van de sociale onlusten en zij stelde hen op 30 april 1969 een ultimatum om binnen 30 dagen het land te verlaten. Een verdrag dat de migratie tussen beide landen regelde, was juist dat jaar niet vernieuwd.

Veertien families

De Salvadoranen werden tot zondebok gemaakt doordat Honduras, onder druk van stakingen, toch een begin wilde maken met de onder president Villeda geplande landhervormingen. Richtlijn daarbij was “dat niemand van zijn land verdreven zou worden als hij het vijf jaar voor afkondiging van de wet in eigendom had”, maar dat gold niet voor niet-Hondurezen (lees: Salvadoranen). Hun vertrek zou dus een groot deel van de problemen moeten oplossen, De Amerikaanse United Fruit Company, die 10 procent van alle landbouwgrond in handen had, bleef echter buiten schot.

Aan de Salvadoraanse kant zou remigratie van honderdduizenden de sociale problemen flink verergeren en moest dus voorkomen worden. Ook hier speelde toegang tot land een grote rol: 1 procent van de bevolking had 43 procent van de landbouwgrond in handen. De militaire overheid had de migratie van landloze boeren naar Honduras juist altijd gestimuleerd om de druk van de bevolkingsketel te halen en aan landverdeling te ontkomen – zowel de militaire leiders als de grootrondbezitters kwamen voort uit dezelfde ’veertien families’ die vrijwel alle macht in het land in handen hadden.

Dode ratten

Tegelijkertijd stond het WK voetbal van 1970 voor de deur. In de eerste halve finalewedstrijd van de regionale CONCACAF-kwalificatiereeks stonden beide landen op 8 juni tegenover elkaar in het stadion van Tegucigalpa. Deze gevoelige wedstrijd eindigde in 1-0 voor thuisland Honduras na een doelpunt in de laatste minuut. Dat de emoties bij voetbal hoog kunnen oplopen, bewees de zelfmoord die de 18-jarige Amelia Bolaños pleegde met het pistool van haar vader uit schaamte over de nederlaag. Haar begrafenis werd live uitgezonden op de staatstelevisie om de bevolking op te jutten voor de tweede wedstrijd, een week later in San Salvador.

De ontvangst van het Hondurese elftal daar was vijandig. Een grote menigte hield het team de hele nacht wakker door lawaai te maken buiten hun hotel en door dingen tegen de ramen te gooien (wat het team van El Salvador eerder in Tegucigalpa trouwens ook overkomen was). Tonín Mendoza, de toenmalige Hondurese aanvoerder, herinnert zich tijdens een interview met de Spaanse krant El País in 2009 nog de rotte eieren, dode ratten en stinkende doeken die hun ‘gastheren’ het hotel ingooiden. De volgende ochtend verliet de selectie slechts onder militaire bescherming hotel Intercontinental, omdat het gerucht ging dat ‘fans’ het zouden bestormen.

De wedstrijd zelf verliep in een uiterst gespannen sfeer. Voorafgaand aan het eerste fluitsignaal zou het publiek door het Hondurese volkslied heen gefloten hebben en het gedroeg zich daarna ook uiterst intimiderend tegen de gasten. De wedstrijd eindigde in 3-0 maar daarmee was het Salvadoraanse publiek niet tevreden: de Hondurese spelers voelden zich flink bedreigd. Ze maalden niet om de nederlaag want het doelsaldo telde toch niet mee. De Hondurese trainer Mario Griffin was zelfs blij dat zijn team de wedstrijd verloren had omdat ze anders, letterlijk, de wedstrijd en de terugreis waarschijnlijk niet overleefd hadden.

Stuk hout

Omdat het doelsaldo niet meetelde, moest er een beslissingswedstrijd komen, en die zou eind juni in Mexico Stad gespeeld worden. Ondertussen was de sfeer tussen Salvadoranen en Hondurezen flink verslechterd. Na de nederlaag van- en het geweld tegen hun team op 15 juni, reageerden Hondurese ‘fans’ hun frustratie af op winkels, auto’s en bedrijven van in Honduras wonende Salvadoranen. Daarbij vielen een dode en verschillende gewonden. Slogans als ‘Hondureño, toma un leño y mata a un Salvadoreño’ (Hondurees, pak een stuk hout en dood een Salvadoraan) deden de ronde. Criminele bendes, losjes verenigd onder de naam La Mancha Brava (de boze vlek), bedreigden en terroriseerden ‘Guanacos’ die niet uit zichzelf wilden vertrekken. Een groeiende vluchtelingenstroom kwam op gang. De Spaanse krant El País sprak in het genoemde artikel uit 2009 zelfs over ‘concentratiekampen’ voor Salvadoranen.

Politici en journalisten in beide landen grepen de kans aan om de andere kant zwart te maken. Al op 19 juni stuurde de Hondurese Minister van Buitenlandse Zaken Tiburcio Carias Castillo een brief op poten aan zijn Salvadoraanse collega Francisco José Guerrero, waarin hij protesteerde tegen het geweld tegen zijn landgenoten in het zuidelijke buurland op 15 juni en de onverschillige reactie van de autoriteiten daartegen. Hij had het ook over geweld tegen de Hondurese spelers zelf, waarbij één van hen gewond zou zijn geraakt toen hem met geweld een vlag afgepakt werd. Pas eind juli verklaarde de Wereld Voetbalfederatie FIFA dat er in en rond het Flor Blanca stadion niets onreglementairs gebeurd was en dat de Hondurese spelers veilig het land verlaten hadden, maar toen was de oorlog al weer voorbij.

Ongeveer gelijk met de brief van Carias aan Guerrero van 19 juni, had deze laatste een vergelijkbare brief aan de eerste geschreven waarin hij het opnam voor de “onschuldige Salvadoraanse slachtoffers van het geweld veroorzaakt door een sportieve ontmoeting tussen beide landen”. Rond die tijd hadden volgens schattingen van de Amerikaanse ambassade zo’n 10.000 Salvadoranen Honduras al verlaten. Oproepen om Salvadoraanse winkels en producten zoals lucifers, margarine en meubels te boycotten verschenen overal op straat. Dat had trouwens ook te maken met een andere Hondurese wrok tegen hun buren; met hun sterkere economie met meer lichte industrie (30 procent van de handel in de Midden-Amerikaanse Vrijhandelszone was in handen van Salvadoranen) hadden de Salvadoranen steeds grotere delen van het Hondurese midden- en kleinbedrijf in handen gekregen, terwijl Hondurezen vooral landbouwproducten produceerden.

Tegen deze achtergrond speelden beide elftallen op 26 juni opnieuw tegen elkaar, in het Azteca station in Mexico Stad. Na verlenging won El Salvador met 3-2 (foto rechts). Diezelfde dag verbrak El Salvador de diplomatieke betrekkingen met het buurland. Een dag later werden buitenlandse diplomaten rondgeleid door vluchtelingenkampen aan de grens met uit Honduras verdreven Salvadoranen. Velen van hen waren vies, moe, berooid en hongerig. Bovendien heerste er angst vanwege de vele verhalen over moord, verkrachting en mishandeling. De beschuldigingen van ‘volkerenmoord’ waren volgens de Britse ambassadeur in Honduras, Lawrence l’Estrange, echter overdreven.

Propellervliegtuigen

Begin juli maakten beide landen melding van schending van hun luchtruim door de andere partij en El Salvador trok troepen samen langs de 275 kilometer lange grens. Een oorlog werd onafwendbaar.

Deze brak op 14 juli 1969 echt uit, toen rond 18.00 uur de Salvadoraanse luchtmacht bombardementen uitvoerde op de luchthaven van Tegucigalpa om de Hondurese luchtmacht uit te schakelen. Ook zeven steden werden gebombardeerd, waaronder Nueva Ocotepeque, Santa Rosa de Copán en Choluteca. Salvadoraanse troepen trokken bovendien Hondurees grondgebied binnen om hun “landgenoten te beschermen”. De westelijke grensstad Ocotepeque werd veroverd, net als de centraal gelegen pas van Amatillo en de oostelijke grensplaats Goascorán. Met name aan het westelijk front verschoof het Salvadoraanse leger de slecht afgebakende grens tot soms 10 kilometer verder naar het noorden.

Bij wijze van antwoord bombardeerde de niet-uitgeschakelde Honduras luchtmacht doelen in El Salvador, zoals de olieraffinaderij in Acajutla, olie-installaties in de haven van La Unión en het militaire vliegveld Ilopango nabij de hoofdstad San Salvador. Dit was de laatste oorlog waarbij propellervliegtuigen een prominente rol speelden – beide luchtmachten maakten gebruik van Amerikaanse gevechtsvliegtuigen geproduceerd voor gebruik tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Hondurezen hadden er daar ruim twee keer zo veel van: twaalf Corsair gevechtsvliegtuigen, om precies te zijn.

Munitie op

Daarnaast beschikten beide legers over ongeveer vijfduizend man, maar geen van beide partijen had de beschikking over zware wapens. Hoewel het Salvadoraanse leger beter georganiseerd en moderner bewapend was, was het bergachtige terrein in het voordeel van de Hondurezen en was hun luchtmacht sterker en doelmatiger. Op de grond werden, volgens Hondurese bronnen, de Salvadoraanse veroveraars gevolgd door bendes plunderaars en verkrachters die veel schade aanrichtten in de veroverde gebieden en veel slachtoffers maakten.

Maar mocht het al de bedoeling geweest zijn door te stoten naar de Caribische kust, dat doel werd bij lange na niet gehaald want al snel liep de Salvadoraanse opmars vast. Dit kwam deels door gebrek aan brandstof – de Hondurese luchtaanvallen op de olie-installaties waren effectief geweest – maar ook raakte de munitie op, net als aan de Hondurese kant. Beide landen vroegen militaire bijstand aan de VS, die beide verzoeken afwees.

Haviken

Om snel een eind te maken aan het conflict, stuurde de OAS, de Organisatie van Amerikaanse Staten, onmiddellijk bemiddelaars naar de strijdende partijen. Deze delegatie stelde een staakt-het-vuren voor met terugtrekking van de troepen naar het eigen land en enkele andere voorwaarden.

Honduras was bereid hier op in te gaan, vooral omdat er zich geen Hondurese troepen op Salvadoraans grondgebied bevonden. El Salvador was echter minder meegaand: haviken in de regering eisten eerst herstelbetalingen voor het leed dat hun landgenoten aangedaan was, en wilden zelfs een 30 kilometer brede strook Hondurees grondgebied als ‘onderpand’ houden totdat dit geregeld zou zijn. Anderen, ook militairen, zagen in dat de oorlog het land aan het uitputten was en dat de logistieke problemen bovendien steeds groter werden. Uiteindelijk zwegen de wapens om 22.00 uur op 18 juli, honderd uur nadat de oorlog uitgebroken was.

Formeel werd de ‘voetbaloorlog’ beëindigd op 22 juli 1969, maar pas op 2 augustus kondigde El Salvador aan haar troepen uit het buurland terug te trekken. Dit nadat de OAS met sancties gedreigd had. Schietpartijen langs de grens kwamen nog regelmatig voor, totdat op 4 juni 1970 een formeel verdrag tussen beide landen getekend werd. Dat was een dag na de 3-0 nederlaag van El Salvador tegen België op het WK in Mexico.

Ryszard Kapuściński

Het zal inmiddels duidelijk zijn dat voetbal hooguit de lont in het kruitvat tussen beide landen was. Sterker nog, de naam ‘voetbaloorlog’ is bedacht door de Poolse journalist Ryszard Kapuściński. Die had in Mexico gehoord van de spanningen in Midden-Amerika en was spoorslags naar het zuiden vertrokken. Hij kwam precies op 14 juli, toen de oorlog uitbrak, in Honduras aan. Het was Kapuściński die de directe relatie tussen de onlusten bij de voetbalwedstrijden en de oorlog legde door zijn boek over de gebeurtenissen De Voetbaloorlog te noemen. Een boek met zo’n titel zou goed verkopen, zou hij hebben gezegd tegen de Salvadoraanse journalist Christian Guevara. Toch geeft zijn verslag een boeiend beeld van de strijd, bijvoorbeeld als hij beschrijft hoe een Hondurese soldaat het vooral belangrijk vond om laarzen van gevallen soldaten te verzamelen omdat zijn familieleden geen schoenen hadden.

De oorlog was met vier dagen weliswaar kort geweest maar ook wreed en gewelddadig, en de gevolgen waren groot. Er vielen duizenden dodelijke slachtoffers naast zo’n 15.000 gewonden, nog afgezien van de aanzienlijke materiële schade. El Salvador moest tussen de 60.000 en 130.000 uitgezette landgenoten opvangen (foto). Bovendien waren niet alleen de betrekkingen tussen de buurlanden voor lange tijd verzuurd; ook de Midden-Amerikaanse gemeenschappelijke markt stortte in – waarop El Salvador’s economische groei van de jaren zestig juist gebaseerd was. Hoewel het land de oorlog militair misschien gewonnen had, waren de economische verliezen enorm. Volgens sommigen ligt er een rechte lijn tussen de crisis die toen volgde en de bloedige burgeroorlog die in 1979 uitbrak – al was het alleen maar doordat het land zich flink ging herbewapenen alsook door de sociale spanningen die volgden op het afsluiten van de aloude veiligheidsklep: emigratie naar Honduras.

Nabespreking

Na de overwinning in Mexico op 26 juni, plaatste El Salvador zich voor de finale van de regionale kwalificatiereeks, in september en oktober tegen Haïti. Na opnieuw drie wedstrijden kwalificeerde het land zich voor het eerst voor een WK. Wel werd het land, net als Honduras, uitgesloten van deelname aan het CONCACAF-kampioenschap in Costa Rica later dat jaar vanwege de oorlog tussen beide.

Op het WK van 1970 verloor El Salvador alle drie de wedstrijden met grote cijfers. Het was het eerste team in de geschiedenis dat op een WK geen enkele goal wist te scoren.

De diplomatieke betrekkingen met Honduras werden pas weer hersteld nadat in oktober 1980 een formeel vredesverdrag getekend was, een paar weken voordat beide landen voor het eerst weer een onderlinge voetbalwedstrijd speelden (2-1 voor El Salvador) voor de kwalificatie van het WK in 1982 in Spanje. Volgens het verdrag zouden grensconflicten onderling opgelost worden of voorgelegd aan het Internationaal Gerechtshof in Den Haag en dat gebeurde.

Voor wat betreft het WK van 1982, daarvoor wisten beide landen zich uiteindelijk te kwalificeren om al in de groepsfase uitgeschakeld te worden – El Salvador opnieuw zonder punten en na onder meer een 10-1 nederlaag tegen Hongarije.

Tien jaar later, in 1992, sprak het Internationaal Gerechtshof zich uit over de resterende grensconflicten, waarbij El Salvador strategisch grondgebied verloor en Honduras bovendien een directe uitweg naar de Stille Oceaan kreeg in de Golf van Fonseca, tussen Salvadoraanse en Nicaraguaanse wateren door. De landgrens tussen beide landen werd in 2004 definitief gemarkeerd.

In de Golf van Fonseca bleef de dreiging van wapengekletter echter bestaan. Nog in 2014 leidde de aanleg van een Hondurese helikopter landingsplaats op het vlak voor de kust gelegen Isla Conejo tot felle protesten vanuit El Salvador dat het eilandje van nog geen halve vierkante kilometer tot haar grondgebied rekende, gebaseerd op koloniale provinciegrenzen. Een maand later werden Salvadoraanse vissers bij het eiland door de Hondurese marine opgebracht, wat opnieuw tot spanningen leidde. Isla Conejo, het Konijneiland, werd niet uitdrukkelijk genoemd in de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof van 1992, hoewel El Salvador er tussen 1982 en 1983 een kleine militaire basis had. Toch lijkt een nieuwe ‘voetbaloorlog’ op zee tussen beide buurlanden nu ondenkbaar, daarvoor zijn de herinneringen aan de vorige nog te sterk.

Deze bijdrage is onderdeel van de special El Salvador

Bronnen, o.a. National Archives, worldometers, El País, On War, Euronews

Gerelateerde berichten

Een uniek historisch proces

Een uniek historisch proces

In een diepe politieke, sociaaleconomische en gezondheidscrisis met weinig vertrouwen in de instituties kiezen de Chilenen op 15 en 16 mei een Constitutionele Conventie. Dit gezelschap gaat een nieuwe grondwet ontwerpen. De Conventie zal meer vrouwen, inheemse bewoners, jongeren, niet-partijgebondenen en mensen zonder politieke ervaring tellen dan in de Chileense politiek gebruikelijk is. Een nieuwe grondwet kan een grondslag leggen voor een rechtvaardiger en democratischer Chili, maar dit unieke proces kan ook nog mislukken.

Lees meer
agsdi-globe

Politiek & Maatschappij

agsdi-portrait

Kunst & Cultuur

agsdi-camera

Vrije tijd & Toerisme

agsdi-income

Economie & Ondernemen

agsdi-leaves

Milieu en Natuur

agsdi-learn

Onderzoek & Wetenschap

Blijf op de hoogte

Adverteren op onze website?

Dat kan! Tegen een scherp tarief plaatsen wij uw advertentie.

Ontvang onze nieuwsbrief

Schrijf u in en ontvang onze digitale nieuwsbrief met een overzicht van onze nieuwe artikelen.

Volg ons op social media

Wees als eerste op de hoogte van nieuwe artikelen en deel artikelen met uw netwerk.

Share This