Politiek & Maatschappij

Dertien jaar Evo Morales: opkomst en val van de eerste inheemse president van Bolivia

19 mei 2021

Maja Haanskorf

De geschiedenis van Bolivia begon op 21 januari 2006 aan een nieuw hoofdstuk. Toen vond de inauguratie plaats van Evo Morales tot president. De inheemse leider van de Beweging naar het Socialisme beloofde dat vanaf nu het volk zou regeren. Hoe heeft dat tijdens zijn dertienjarige presidentschap vorm gekregen? Een verhaal over successen, desillusies, goede bedoelingen en machtshonger.

Tijdens de massale inauguratieplechtigheid in de pre-Incastad Tiwanaku op 21 januari 2006 beloofden de nieuwbakken president Evo Morales en zijn vicepresident Álvaro García Linera dat vanaf nu het volk zou regeren. De diverse sociale, met name inheemse, bewegingen waarin de tot dan toe ‘stemlozen’ zich hadden georganiseerd, zouden voortaan deelnemen aan de besluitvorming. De Movimiento Al Socialismo (MAS, Beweging naar het Socialisme) was de politieke voorhoede van ‘het volk’. Wie dat volk nu precies was en wie dat bepaalde, zijn vragen die in de loop van het dertienjarige presidentschap van Morales voor de nodige problemen zouden gaan zorgen. Morales was niet alleen de eerste inheemse president, hij paste ook bij de ‘rode golf’ in Latijns Amerika. Rond de eeuwwisseling waren in Venezuela, Brazilië, Argentinië, Chili en Uruguay al meer of minder linkse presidenten aangetreden en Ecuador zou een jaar later volgen. Het succes van de MAS en Morales was, net als elders in de regio, een reactie op het voorgaande neoliberale beleid. Dat had geleid tot een steeds grotere ongelijkheid en toenemende armoede, waartegen met name inheemse groepen in verzet kwamen. In het geval van Bolivia was dit beleid afkomstig van Sánchez de Lozada. Onder diens presidentschap vonden de ‘wateroorlog’ in Cochabamba – tegen de voorgenomen privatisering – en de water- en gasoorlogen in de stad El Alto plaats. Sánchez ontvluchtte in 2003 de massale protesten en verdween naar de Verenigde Staten. Morales, die bij de verkiezingen van 2002 met 21 procent van de stemmen al verrassend als tweede vlak achter Sánchez was geëindigd, won eind 2005 overtuigend de verkiezingen met 53 procent van de stemmen.

Euforie

De regering Morales startte met de instelling van een grondwetgevende vergadering die in 2009 leidde tot een nieuwe grondwet. Termen als ‘plurinationale staat’ en ‘buen vivir’ (goed leven) werden er prominent in opgenomen. Voor het eerst maakten de oorspronkelijke inheemse groepen deel uit van de structuur van de staat. Hun gebruiken en rechten, zoals op zelfbestuur, werden officieel erkend, waardoor ze bijvoorbeeld lokaal recht konden spreken volgens eigen traditionele regels. Ook zouden ze een betere vertegenwoordiging krijgen in het landbestuur.

Buen vivir betekende volgens Morales: “Niet alleen denken in termen van inkomen per capita, maar ook in termen van culturele identiteit, gemeenschap, onderlinge harmonie en met Moeder Aarde”. Hij beloofde het tot leidraad van zijn beleid te maken. Ook werd, in artikel 168 van de grondwet, vastgelegd dat een president en vicepresident niet meer dan twee termijnen van vijf jaar achter elkaar aan de macht konden blijven.
Na de eerste euforie werd allengs duidelijk dat een concrete invulling van zowel de rechten van inheemsen als van buen vivir niet zo eenvoudig was. Uiteindelijk kregen inheemse volkeren maar zeven zetels in het parlement en was het lastig om inheemse gebruiken in te passen in de bestaande westerse juridische praktijk. Minstens zo lastig was de relatie tussen buen vivir en het heersende model van extractivisme. De exploitatie van grondstoffen vormde immers de belangrijkste inkomstenbron van het land.

Afnemende armoede

Voor grote groepen van de samenleving was Morales een populaire en succesvolle president. Hij bracht de geprivatiseerde hulpbronnen weer onder overheidscontrole en probeerde economische groei te combineren met armoedebestrijding. Hierbij geholpen door de hoge prijzen van grondstoffen op de wereldmarkt, zoals gas en olie. Daarnaast zorgden de snel expanderende sojasector, de exploitatie van lithium en de cocasector voor inkomsten en werkgelegenheid. Morales’ regering gebruikte het geld om scholen en gezondheidsklinieken te bouwen, het wegennet te verbeteren en subsidieprogramma’s op te zetten. Tijdens zijn presidentschap daalde de armoede van 60 tot 35 procent van de bevolking en de extreme armoede nam af van 38 tot 15 procent. Herverdeling van inkomsten gebeurde via de overheid door het toekennen van bonos (toeslagen) aan de zwakkere groepen in de samenleving. In geen land in Latijns Amerika nam de inkomensongelijkheid zo sterk af als in Bolivia: de maatstaf daarvoor, de gini-coëfficient, daalde tussen 2002 en 2018 van 61 naar 44.


Het lukte gedurende een flink aantal jaren om inkomensgroei en herverdeling op een stabiele manier te combineren. Ondanks de forse overheidsuitgaven van de voorbije veertien jaar bleef de overheidsschuld beperkt tot 23,6 procent van het BNP en de inflatie tot nauwelijks 1 procent op jaarbasis. De laatste jaren komen die mooie sociaaleconomische resultaten door een afnemende economische groei echter onder druk te staan. Hier wreekt zich het fenomeen van de ‘vloek van grondstofrijkdom’. De prijzen van grondstoffen vertonen grote schommelingen, waardoor een consistent, goed beleid wordt bemoeilijkt. Voorlopig wijst nog niets erop dat Bolivia minder afhankelijk wordt van de exploitatie van grondstoffen; volgens de nieuwe president Luis Arce kan de lithiumindustrie Bolivia jaarlijks 4,5 miljard dollar opleveren.

Moeder Aarde

Ook internationaal groeide Morales’ populariteit. Hij hield krachtige toespraken over inheemse rechten en de bescherming van Pachamama (Moeder Aarde). Maar thuis werd zijn inzet voor beide zaken steeds vaker in twijfel getrokken. Vijf jaar na zijn aantreden, in 2011, zag Morales zich geconfronteerd met een reeks protesten van dezelfde sociale bewegingen die hem aan de macht hadden gebracht. Er was grote onvrede ontstaan over de mate waarin echt democratisch overleg, de beloofde participatieve democratie, gestalte kreeg. Zo waren er massale protesten tegen de te krappe loonsverhoging die de regering voorstelde. Cocatelers, landbouwers en de vakcentrale Central Obrera Bolivia (COB) trokken massaal de straat op, later gevolgd door gepensioneerden en functionarissen van het (slecht functionerende) ziekenfonds.
En er waren bloedige conflicten rondom mijnbouw. Mijnwerkers in loondienst, coöperatieve mijnwerkers en inheemse gemeenschappen die de ernstig vervuiling door de mijnbouw niet langer accepteerden, eisten allemaal ingrijpen van de regering. Daarnaast viel de snelle uitbreiding van gasexploratie, sojaproductie en mijnbouw verkeerd bij milieuactivisten en inheemse groepen. In feite handelde Morales pragmatisch. Hij kwam de agro-industrie tegemoet, wat verklaart waarom deze sector zich lang rustig hield. Bovendien had hij de inkomsten uit de export van grondstoffen nodig om zijn sociaaleconomische beleid uit te kunnen voeren.

Snelweg

De spanningen bereikten een hoogtepunt toen de regering van Morales besloot een snelweg aan te leggen door het TIPNIS-regenwoud. Dat gebeurde zonder eerst – zoals de grondwet én het door Bolivia geratificeerde verdrag 169 van de ILO van de Verenigde Naties voorschrijven – de inheemse bevolking te raadplegen. De verbinding over land tussen de hoge Andes in het westen en de subtropische gebieden in het oosten van Bolivia was heel slecht. Daarom wilde de regering een snelweg aanleggen om de departementen Cochabamba en Bení met elkaar te verbinden. Daarmee liet ze de belangen van oliemaatschappijen, cocaboeren en agro-industriëlen zwaarder wegen dan die van de inheemse bevolking. Uit protest hielden lokale gemeenschappen een lange en spraakmakende mars naar hoofdstad La Paz.


Morales reageerde met brutale politierepressie die op de nationale televisie werd uitgezonden. Toen vrouwelijke demonstranten hun mening riepen, plakte de politie hun gezicht af met plakband om hen de mond te snoeren. Tientallen mensen raakten gewond. Morales noemde de kritiek van inheemse en milieugroepen onderdeel van een westers complot om de groei van Bolivia te belemmeren. Uiteindelijk keerde de regering op haar schreden terug, maar Morales’ reputatie als natuurbeschermer had ernstige schade opgelopen. Het boterde dus niet meer zo tussen de sociale bewegingen en de regering en velen waren niet langer overtuigd van het democratische gehalte van het bestuur.

Machtshonger

Veel sociale bewegingen hadden erop gerekend onder de regering van Morales een streepje vóór te hebben, maar dat hebben ze niet altijd gekregen. Bovendien bleken bewegingen die eerder eensgezind de MAS steunden uiteindelijk verschillende en soms tegengestelde belangen te hebben. De regering stelde zich volgens velen in toenemende mate autoritair op. Ze deinsde er niet voor terug protesten tegen het beleid te diskwalificeren als ‘rechts’, ‘neoliberaal’ en ‘gesteund door de Verenigde Staten’. Dit trof ook protesten door groepen die tot de sympathisanten van de MAS gerekend werden. In plaats van de dialoog koos de regering vaak voor confrontatie. Zo beschuldigde ze kritische groepen van ‘politiek bedrijven’ en dreigde vervolgens met het uitzetten van buitenlandse ngo’s die zich mengden in de politieke aangelegenheden van het land. In 2013 keurde de regering een wet goed die ngo’s verplichtte zich aan het overheidsbeleid te houden. In feite vertoonde de regering van Morales van meet af aan al trekjes van machtshonger. Departementale en gemeentelijke bestuurders die tot de oppositie behoorden, werden met de regelmaat van de klok beschuldigd van corruptie en andere vergrijpen en gedwongen tot aftreden. Vervolgens trad vaak iemand van de MAS aan. Toch behaalde de MAS met Morales in twee verkiezingen na 2006 ruim 60 procent van de stemmen. Daarna begon Morales’ ster te tanen.

Inschattingsfout

Carlos Mesa

De deelname van Morales aan de presidentsverkiezingen in 2019 was van begin af aan omstreden en omgeven door protest. De bron ligt in 2016, toen in een door de regering uitgeschreven referendum de Bolivianen zich met een kleine meerderheid uitspraken tegen een vierde presidentstermijn van Morales. Maar dat accepteerde Morales niet en hij liet door het geheel uit zijn aanhangers bestaande Hooggerechtshof bepalen dat hij niet alleen voor een vierde termijn, maar desnoods onbeperkt verkiesbaar kon zijn. Het leidde ertoe dat ook onder zijn aanhangers het verzet toenam. Mijnwerkers, de machtige vakcentrale COB en ook inheemse groepen sloten zich bij de oppositie aan en stemden in 2019 veelal op Carlos Mesa, de kandidaat van gematigd rechts. Morales had een totaal foute inschatting gemaakt met zijn gemarchandeer met de grondwet. Daarin staat immers duidelijk dat een president maar twee aaneengesloten termijnen mag regeren. Het leek erop dat Morales de bedoeling had president te worden voor het leven. Door het hele land braken protesten uit onder de noemer ‘Bolivia zei nee’. Maar Morales was niet van plan op te stappen. Tijdens de verkiezingen van 20 oktober 2019 behaalde hij met de hakken over de sloot de overwinning in de eerste stemronde. Het leidde tot beschuldigingen van fraude en tenslotte moest Morales, hiertoe gedwongen door het leger, aftreden.

Persoonlijkheidscultus

Het had niet zo ver hoeven komen. Wanneer Morales het referendum had gerespecteerd en opvolgers had geduld, was hij zijn derde termijn geëindigd als de beste president van Bolivia ooit. Zelfs na veertien jaar kreeg hij nog meer stemmen dan elke andere kandidaat. De MAS en Morales zijn er niet in geslaagd om een gezond systeem van checks and balances, verdeling van bevoegdheden, in te voeren. In het parlement, de wetgevende macht, overheersten de leden van de MAS, waardoor er beperkt institutioneel toezicht was op de acties van de president. Bolivia heeft nooit politieke partijen gehad die hun leiders in toom konden houden; ze zijn vooral opgebouwd rond persoonlijkheden en verdwijnen vaak weer met hun val.
Ook de MAS, die begon als de politieke arm van een beweging van boeren en inheemsen, werd geleidelijk een verlengstuk van een steeds machtiger leider. Doordat veel leiders van sociale organisaties door Morales in de regering zijn gehaald, verstomde hun kritiek op het beleid van de regering. Het maakte de weg vrij voor een persoonlijkheidscultus rond de figuur van Morales en een verdere monopolisering van staatsinstellingen, ook van de in principe onafhankelijke, zoals de rechterlijke macht, de rekenkamer en de ombudsman voor de mensenrechten.

Deze bijdrage is onderdeel van de Bolivia Special (april-mei 2021)

 

Bronnen o.a.: Researchgate, Open Democracy, El Universo, El Deber, Nodal, www.cadtm.org, Americas Quarterly, Telesur

Gerelateerde berichten

Luis Arce treedt in voetsporen van Morales – eerste halve jaar als president van Bolivia

Luis Arce treedt in voetsporen van Morales – eerste halve jaar als president van Bolivia

Na een onderbreking van een jaar, met een interim-regering onder de rechts-conservatieve Jeanine Añez, is de linkse partij MAS opnieuw aan de macht in Bolivia. In oktober 2020 behaalde Luis Arce in de eerste verkiezingsronde 55 procent van de stemmen, waarmee hij de nieuwe president werd. Hij erfde een politiek verdeeld land met een kwakkelende economie en een diepe gezondheidscrisis. Hoe heeft hij in het eerste half jaar van zijn presidentschap deze problemen aangepakt?

Lees meer
agsdi-globe

Politiek & Maatschappij

agsdi-portrait

Kunst & Cultuur

agsdi-camera

Vrije tijd & Toerisme

agsdi-income

Economie & Ondernemen

agsdi-leaves

Milieu en Natuur

agsdi-learn

Onderzoek & Wetenschap

Blijf op de hoogte

Adverteren op onze website?

Dat kan! Tegen een scherp tarief plaatsen wij uw advertentie.

Ontvang onze nieuwsbrief

Schrijf u in en ontvang onze digitale nieuwsbrief met een overzicht van onze nieuwe artikelen.

Volg ons op social media

Wees als eerste op de hoogte van nieuwe artikelen en deel artikelen met uw netwerk.

Share This