Milieu & Natuur

Twee gezichten van Bolivia

25 mei 2021

Maarten Dekker

Bolivia worstelt met klimaatverandering

Bolivia probeert zich te wapenen tegen de nu al grote gevolgen van klimaatverandering. Door de bijzondere geografische en economische situatie zal klimaatverandering Bolivia bovengemiddeld hard raken, terwijl het arme land historisch maar weinig heeft bijgedragen aan de oorzaken ervan. Economische ontwikkeling door mijnbouw en andere vormen van extractivisme staat op gespannen voet met natuurbehoud. Veranderende weerpatronen dwingen de inwoners anders te leven. Daarbij putten ze uit eeuwenoude kennis en tradities.

‘De veranderingen in het klimaat zijn erg merkbaar. Voorheen konden we land om de twee of drie jaar braak laten liggen, maar nu kunnen we al na slechts een of soms twee jaar niet langer hetzelfde land gebruiken voor het verbouwen van gewassen’, vertelt Adelita Duri. Zij behoort tot de inheemse Akana-bevolking in San Lorenzo, in de Boliviaanse provincie Madre de Dios. Adelita ervaart dagelijks de gevolgen van de klimaatverandering: ‘Soms groeit de rijst niet, soms groeien de planten niet – of als ze dat wel doen, zijn ze erg klein. Het seizoen met een lage waterstand in de rivieren is langer en dat heeft grote gevolgen. Daarna komen met de regen de overstromingen. Die nemen ons alles af, ze voeren onze gewassen weg, alles wat we planten en dan kunnen we onszelf niet voeden.’

ontbossing

Kwetsbaar

Bolivia is een land van uitersten met besneeuwde bergtoppen van meer dan 6500 meter hoogte, zoutvlaktes, gletsjers en het tropische Amazoneregenwoud. Verschillende klimaten, verschillende ecosystemen, verschillende hoogtes, Bolivia heeft het allemaal. Het draagt bij aan de enorme biodiversiteit die kan bestaan door een in miljoenen jaren tot stand gekomen evenwicht. Door de verschillende leefomgevingen is Bolivia een van de meest bio-diverse landen op aarde. Nog steeds worden nieuwe dieren en planten ontdekt. Maar deze unieke leefomgevingen zijn uitermate kwetsbaar voor verandering.

De effecten van klimaatverandering zijn al duidelijk zichtbaar. Sommige dieren, zoals reptielen en insecten, worden gedwongen om te migreren naar de koelere, hogere gebieden en veel andere dieren worden met uitsterven bedreigd door verwoestende bosbranden. Temperatuurstijgingen hebben geleid tot een verlies van waterreservoirs in tropische gletsjers in het hooggebergte; tussen 1986 en 2014 is 43 procent van de gletsjers gesmolten. Dat zorgt voor veranderingen in regenval, waardoor zowel droogte als overstromingen vaker voorkomen. Wereldwijd behoort Bolivia tot de landen die afgelopen jaren het hardst zijn geraakt door natuurrampen; bosbranden, overstromingen, droogte, hagelstormen en erosie hebben veel schade aangericht. Deze apocalyptische omstandigheden zullen alleen maar erger worden.

Uitersten

De brute kracht van de natuur heeft enorme gevolgen voor de Boliviaanse bevolking. Umberto Blanco, een inwoner uit regeringscentrum La Paz, zag zijn huis wegspoelen na hevige regenval: ‘We slapen nu in een tent met de hele familie, met z’n achten. Het regende bijna dertig uur onafgebroken. De volgende dag kwam de aardverschuiving.’ Voor de bevolking is het balanceren tussen uitersten; waar je huis binnen een dag kan worden weggespoeld, is in andere tijden juist droogte een groot probleem.

Omdat het regenseizoen steeds korter en intenser wordt, is de aarde minder goed in staat om het water vast te houden. Dit is terug te zien aan het dalende waterpeil van het Titicacameer, terwijl het Poopómeer, na Titicaca Bolivia’s grootste meer, bijna helemaal is opgedroogd. Het zorgt voor grote problemen voor de meer dan twee miljoen Bolivianen die afhankelijk zijn van het smeltwater voor drinken, het opwekken van stroom én irrigatie in het droge seizoen.

Vooral de Bolivianen met een laag inkomen worden buitenproportioneel hard geraakt in een land waar een derde van de bevolking onder de armoedegrens leeft. Ziektes als malaria en dengue worden nu gemakkelijker door muggen verspreid omdat ze door de oplopende temperaturen steeds hoger kunnen overleven. Vroeger kwamen muggen niet boven 1400 meter, maar nu tot 2300 meter. Arme gemeenschappen kunnen vaak geen behandeling of medicatie betalen. De grote gelijkmaker, zoals het wel eens wordt genoemd, is het klimaat dus niet.

Poopómeer

Conferentie van Cochabamba

Gezien de eigen ervaringen met klimaatverandering is het geen verrassing dat Bolivia kritisch is op de weinig ambitieuze doelen van de internationale gemeenschap, die sterk worden bepaald door de rijke landen. Daarom dringt Bolivia aan op hardere maatregelen. Vooral president Evo Morales (2006-2019) kritiseerde de focus van welvarende landen binnen de Global North op marktmechanismen. Daarbij werd alleen een prijskaartje gehangen aan de uitstoot van broeikasgassen in plaats van dat een halt toe te roepen.

Toen de klimaattop van de Verenigde Naties in 2009 in Kopenhagen teleurstellend eindigde zonder heldere streefdoelen of enige verplichting voor de grote mogendheden voor emissiereducties, organiseerde Morales in april 2010 in Cochabamba de ‘Wereldconferentie van de volken over klimaatverandering en de rechten van Moeder Aarde’. Hier kwamen meer dan 30.000 mensen bijeen, waaronder officiële delegaties uit 47 landen. Ze tekenden de ‘Cochabamba-overeenkomst’ die opriep om de temperatuurstijging op één graad Celsius te stabiliseren én de koolstofmarktmechanismen verwierp die de primaire verantwoordelijkheid voor het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen bij de arme landen legde. De overeenkomst sprak zich uit voor een geïntegreerd beheer van bossen, ‘zonder marktmechanismen en het verzekeren van de volledige deelname van inheemse volkeren en lokale gemeenschappen.’ ‘Cochabamba’ riep de rijke landen op om 6 procent van hun bbp te besteden aan de strijd tegen klimaatverandering en daarmee een deel van hun klimaatschuld door hun uitstoot terug te betalen.

Buen Vivir

Deze afspraken lagen in de lijn met het idee van Buen Vivir (goed leven), een filosofie die is geworteld in de tradities van inheemse volken uit de Andesregio, zoals de Quechua en Aymara. Die filosofie is gericht op de gemeenschap, legt de nadruk op ecologisch evenwicht en heeft bovendien oog voor de culturele elementen van de Andesvolken. Bien Vivir is een tegenhanger van het heersende model van economische groei ten koste van de natuur.

Sinds 2009 geldt in de grondwet Buen Vivir als richtlijn voor overheidsbeleid. In navolging hiervan werd in 2010 de wet van de Rechten van Moeder Aarde getekend, gericht op milieubehoud, een balans tussen menselijk en duurzaam leven en nadruk op inheemse stemmen. Bovendien werden de rechten van de natuur erkend; Moeder Aarde heeft recht op leven, biodiversiteit, schoon water en lucht, evenwicht, herstel en een leven zonder vervuiling.

In 2010 keurde Bolivia een nationale klimaatveranderingsstrategie goed, waarin specifiek de rol van bossen wordt vermeld bij het verminderen van klimaatverandering en het helpen van lokale mensen om zich aan te passen. Binnen het ministerie van Milieu en Water werd de ‘Plurinationale Autoriteit van Moeder Aarde’ opgericht om dit proces te ondersteunen. Deze instantie is verantwoordelijk voor een groot deel van de ontwikkeling van projecten, programma’s en onderzoek over klimaatverandering.

Tegenstrijdigheden

Aanvankelijk leek dit beleid vruchten af te werpen. Uit gegevens van de Boliviaanse Bos en Land Autoriteit (ABT) en het World Resources Institute (WRI), een internationale ngo, bleek dat het ontbossingspercentage tussen 2010 en 2013 met 64 procent was afgenomen. Maar Morales begon steeds verder af te dwalen van het idee van Buen Vivir en richtte zich steeds meer op economische ontwikkeling. De drastische afname van armoede en ongelijkheid onder Morales werd betaald uit de exploitatie en export van gas- en lithiumvoorraden. Natuurgebieden werden vrijgegeven aan bedrijven voor de bouw van stuwdammen, wegen en de mijnbouw. Dit ‘neo-extractivistische’ ontwikkelingsmodel gebruikt extreme hoeveelheden natuurlijke hulpbronnen en dat heeft grote ecologische en humanitaire gevolgen.

Ook onder Morales’ opvolger van eind 2109 tot eind 2020, interim-president Jeanette Áñez, werd natuurgebied vrijgegeven aan landbouw- en mijnbedrijven. Naast de drastische toename van ontbossing leidde dit ook tot een recordaantal branden. Afgelopen jaren ontwikkelden branden, die waren bedoeld om land vrij te maken, zich tot alles vernietigende vuurzeeën. Zo ging tijdens een brand, die in 2019 van juli tot september woedde, meer dan 50.000 vierkante kilometer bos in vlammen op: een gebied iets groter dan Nederland en 4,5 procent van de oppervlakte van Bolivia. Vooral de departementen Beni en Santa Cruz, voornamelijk bestaand uit droog bos en savanne, werden zwaar getroffen.

Ook Luís Arce, de eind 2020 aangetreden president van dezelfde partij als Morales (MAS-Beweging naar het Socialisme), heeft verklaard de lithiumdroom van Morales te willen voortzetten. Met Duitse bedrijven zijn onderhandelingen begonnen om de lithiumwinning verder te industrialiseren om met de inkomsten armoede te verminderen. Door de jaren heen heeft het beleid zich nooit gericht op het ontwikkelen van veerkracht en capaciteiten om zich aan te passen aan de klimaatcrisis. Het toont de twee gezichten van het Boliviaanse milieu- en klimaatbeleid. Want ondanks de internationale rol als aanjager en de uitgebreide wettelijke bescherming van de natuur, wordt het binnenlandse beleid gekenmerkt door tegenstrijdigheden.

Beschermers van Moeder Aarde

De bouw van stuwdammen, de exploitatie van gas- en lithiumvoorraden en de aanleg van een nieuwe verbindingsweg van meer dan 290 kilometer dwars door natuurgebieden en inheems woongebied in nationaal park TIPNIS hebben geleid tot protesten. De exploitatie van natuurlijke rijkdommen om sociale programma’s te kunnen financieren wordt bestreden door inheemse, ecologische en andere maatschappelijke organisaties. Vooral de inheemse bevolking heeft zich opgeworpen als beschermers van Moeder Aarde. Grootschalige protesten hebben de overheid meermaals gedwongen om natuurvernietigende projecten terug te draaien. (tekst gaat verder onder foto)

Inheemse gemeenschappen worden gedwongen om alternatieven te zoeken. Bij reageren op de klimaatverandering, duurzaamheid en conservering van het bos speelt inheemse kennis een belangrijke rol. De bossen slaan enorme hoeveelheden de planeet verwarmende kooldioxide (CO₂) op. Onderzoek suggereert dat de gezondheid van deze uitgestrekte ecosystemen grotendeels afhangt van hoe de bevolking daarmee omgaat. In de door de inheemse bevolking onderhouden bosgebieden is de ontbossing lager, wordt meer koolstof opgeslagen en minder uitgestoten, blijft de biodiversiteit beter behouden en worden hulpbronnen duurzamer en eerlijker beheerd. Het is daarom niet toevallig dat IPCC (Internationaal Panel over Klimaatverandering van de Verenigde Naties) oproept om communautaire landrechten veilig te stellen om klimaatverandering te bestrijden.

Oude manier

Het is niet zo dat de inheemse manier van bosbeheer geen sporen achterlaat. Sterker nog, al duizenden jaren lang hebben inheemse populaties in Bolivia bosbodems, hydrologische systemen en vegetatie getransformeerd. Onderzoekers uit Bolivia en de Verenigde Staten stellen dat de bosdiversiteit in de Boliviaanse laaglanden gedeeltelijk het gevolg is van menselijk landgebruik in het verleden. Vóór de Spaanse invasie maakten de bewoners bijvoorbeeld enorme aarden wallen die de waterhuishouding veranderden om savanne en boseilanden te creëren. Het Boliviaanse tropische regenwoud is geen ‘ongerept’ natuurlandschap; het is eerder een cultuurlandschap als resultaat van vele generaties actief landbeheer en -gebruik.

De Boliviaanse historicus Lijerón Casanovas van de Universiteit Autónoma del Beni, legt uit: ‘Duizenden jaren ervaring… om te weten hoe te leven met de bossen en hun natuurlijke rijkdommen, om ze te gebruiken zonder ze te vernietigen, zal van nu af aan een wetenschappelijk instrument zijn om de ecologische waarden te herstellen van de regio’s die door hebzucht achteruit zijn gegaan.’ De oude manier heeft zich bewezen en biedt een alternatief voor de methodes gericht op extractie en groei.

Hoopgevend en somber

Hierop voortbordurend werd het project Land en Bosbouw Systeem (SAF) ontwikkeld door het Boliviaanse Centrum voor Onderzoek en Promotie van Boeren (CIPCA), samen met andere ngo’s en universiteiten in het noorden van Bolivia. De doelstellingen van SAF zijn het vergroten van voedselzekerheid en inkomen, bijdragen aan milieubehoud, opvang van koolstof, verbetering van de bodemkwaliteit en herstel van aangetaste gronden. Daarmee wil het een sociaal en economisch alternatief bieden voor het dominante agro-industriële model. Doris Domínguez, voorzitter van de coördinerende instantie die 90 productieve verenigingen in Pando groepeert, zei tegen ontwikkelingsorganisatie Oxfam: ‘Volgens ons SAF-systeem zaaien we gewassen voor zowel de korte als de lange termijn. We branden het bos niet plat en houden geen dieren op gekapt land. We proberen het gebied te herbebossen. Wat we stimuleren, is de zorg voor ons Amazonegebied en voor onze bossen.. om in harmonie met de natuur te kunnen leven.’

Uit een studie van CIPCA uit 2015 bleek dat boeren die de SAF-methode introduceerden hogere inkomens hadden dan bij andere landbouwsystemen in de regio. Het leverde ook extra voedselbronnen voor consumptie op. De percelen legden gemiddeld 16,6 ton koolstof per hectare vast, wat bijdroeg aan afzwakken van de klimaatverandering, en vertoonden een grotere diversiteit aan flora en fauna. Bovendien, zo bleek uit een studie van Oxfam, konden de SAF-percelen zich beter aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering dan andere land- en bosbouwsystemen. Deze methodes maken de gemeenschap en de natuur veerkrachtiger om de schokken van de klimaatverandering op te vangen.

Dat is hoopgevend en noodzakelijk, want de vooruitzichten zijn somber. Berekeningen van de overheid suggereren dat tegen 2030 maar liefst 24 procent van het Boliviaanse grondgebied getroffen zou kunnen worden door overstromingen en 27 procent door aanhoudende droogte. Het fundamentele punt blijft dat in Bolivia – een land met zeer weinig historische en huidige verantwoordelijkheid voor de oorzaken – het veranderende klimaat de dreigingen vermenigvuldigt. Hopelijk vinden regering en bevolking een manier om hiermee om te gaan.

Deze bijdrage is onderdeel van de Bolivia special (april/mei 2021)

Bronnen: Oxfam, World Resource Institute, the Guardian, International Union for Conservation of Nature, Earthsight

Gerelateerde berichten

Oerbossen Bolivia branden in stilte weg

Oerbossen Bolivia branden in stilte weg

Internationaal is er diepe verontwaardiging over de bosbranden in het Braziliaanse Amazonewoud. De extreemrechtse president Bolsonaro krijgt bakken kritiek over zich heen. Maar in buurland Bolivia voltrekt zich een vergelijkbare, stille ramp. In 2019 brandde meer dan zes miljoen hectare aan bos af, een gebied ter grootte van Nederland, Luxemburg en Vlaanderen samen.

Lees meer

Stikken in het paradijs

Documentaire over vervuiling Isla-raffinaderij Dit jaar bestaat het Koninkrijk der Nederlanden 200 jaar. Curaçao is een van de parels aan de kroon, een geliefd eiland bij veel (Nederlandse) toeristen. Wat de vakantiegangers vaak niet weten, is dat in dit paradijs een...

Lees meer
agsdi-globe

Politiek & Maatschappij

agsdi-portrait

Kunst & Cultuur

agsdi-camera

Vrije tijd & Toerisme

agsdi-income

Economie & Ondernemen

agsdi-leaves

Milieu en Natuur

agsdi-learn

Onderzoek & Wetenschap

Blijf op de hoogte

Adverteren op onze website?

Dat kan! Tegen een scherp tarief plaatsen wij uw advertentie.

Ontvang onze nieuwsbrief

Schrijf u in en ontvang onze digitale nieuwsbrief met een overzicht van onze nieuwe artikelen.

Volg ons op social media

Wees als eerste op de hoogte van nieuwe artikelen en deel artikelen met uw netwerk.

Share This