Milieu & Natuur

Schooltuinen in Boliviaanse Amazonegebied: van idee tot praktische handleiding

16 mei 2021

Maja Haanskorf

‘Alle kleine beetjes helpen’, aan dit gezegde doet het project met schooltuinen in de Boliviaanse plaats Rurrenabaque sterk denken. Wat niets afdoet aan het belang ervan, want je zult maar pal naast het Amazonewoud wonen en toch niets afweten van wat dit regenwoud voor jou en de hele wereld betekent. Sterker nog, je hebt waarschijnlijk nog nooit een stap in dat regenwoud gezet. Laat staan dat je enig idee hebt waarom je dit gebied zou moeten beschermen.

Zo ongeveer dachten ruim tien jaar geleden twee Nederlanders toen ze op hun reis door Zuid Amerika in Bolivia, in de streek rond Rurrenabaque, terechtkwamen. Ze schrokken van de vele plastic troep, de enorme ontbossing die aan de gang was en de weinige kennis onder een deel van de dorpsbewoners van de natuur, de Amazone voorop. Niet eens zo verwonderlijk, want de meeste inwoners, ruim 60 procent, zijn import. Ze zijn uit de hooglanden gekomen en werken hier vooral in het toerisme en de houthandel. Vlakbij bevindt zich de entree tot het Nationale Park Madidi, dat doorloopt in het Peruaanse Parque Nacional Bahuaja Sonene en het stroomgebied van de Madre de Dios. De corredor norte, de verbindingsweg naar hoofdstad La Paz, loopt vlak langs Rurrenabaque. De oorspronkelijke inheemse Amazonebewoners zijn hier in de minderheid en worden door een deel van de nieuwe aanwas als tweederangs burgers gezien. De twee Nederlanders wilden het liefst een stuk land kopen en er een trainingscentrum bouwen, waar lessen in natuureducatie verzorgd konden worden aan de lokale jeugd. Dat zagen ze als een startpunt voor bewustwording over het belang van de natuur en het behoud van het Amazonewoud. En dat op een praktische manier, zeg maar ‘leren door te doen’. Hoe konden ze dat realiseren?

Proefversies

Lang verhaal kort: ze legden contact met inheemse groepen, gingen in Nederland op zoek naar expertise, adviezen en fondsen en in Bolivia naar lokale ngo’s. Al snel bleek dat het opzetten en uitvoeren van educatieve projecten aan de lokale bewoners zelf moest worden overgelaten en dat de Nederlanders zich moesten beperken tot faciliteren op afstand. De inmiddels in Nederland opgerichte stichting ‘Amazon Fund’ legde toen contact met de Boliviaanse ngo ‘Alerta Verde’ (Groen Alarm). Die was gevestigd in Cochabamba en kende de techniek van schooltuinen, maar wist niets van het Amazonegebied. Er volgde een periode van twee jaar, waarin met vier basisscholen een project van schooltuinen werd opgezet. Tussen de vier- en vijfhonderd kinderen namen eraan deel. Ze experimenteerden met gewassen die geschikt waren voor het Amazoneklimaat. De Nederlanders reisden er meerdere malen heen om te helpen met zaaigoed en gereedschap en om te adviseren over de aanpak. Na die twee jaar moesten de scholen zelfstandig doorgaan, wat ook gebeurde, maar op een primitieve schaal. Voor bestendiging en uitbreiding van de schooltuinen zou een praktische handleiding nodig zijn, toepasbaar in het hele Amazonegebied. Na verschillende proefversies zag in 2020 een rijk geïllustreerde, Spaanstalige manual het licht.

Van start tot handleiding

De ‘vader’ achter deze handleiding is Bert van Barneveld, die als adviseur is verbonden aan Amazon Fund. Veel belangrijker is dat hij het grootste deel van zijn werkende leven doorbracht in Latijns Amerika, ook in Bolivia. En dat hij deskundig is op het terrein van tropische bosbouw en agro-ecologie. Reden genoeg om hem op te zoeken in zijn ‘stukje Amazone in Nederland’ (waar dat is, blijft geheim) en hem te vragen naar hoe dat nu werkt, die schooltuinen, wat er allemaal bij komt kijken, hoe er nu zo’n gedegen handleiding beschikbaar is en welke verwachtingen hij ervan heeft.


Aan het maken van de handleiding is een heel traject vooraf gegaan. Hoe moet ik me dat voorstellen?
“Het starten van een dergelijk project valt of staat met leerkrachten die zich ervoor willen inzetten. In Rurrebanaque waren er een aantal basisscholen die met schooltuinen aan de slag wilden en daarvoor hulp vroegen. De ngo Alerta Verde uit Cochabamba kon technische ondersteuning bieden, want die werkte al langer met schooltuinen. Maar de klimatologische omstandigheden in de Amazone zijn heel anders, dus dat betekende experimenteren. Met ondersteuning van de stichting Agromisa uit Wageningen zijn ze op zoek gegaan naar gewassen die het goed doen in het klimaat en de bodemgesteldheid van de Amazone. Dat is belangrijk, want als het mislukt, hebben die kinderen er geen zin meer in. Je wilt wel een product hebben tegen de tijd dat er geoogst kan worden. Een stimulans was dat de oogst kon worden gebruikt voor schoolmaaltijden en sommige scholen hebben zelfs een deel van de oogst vermarkt. Dat was ook van meet af aan een tweede doel: het ontwikkelen van betere voedingsgewoonten. In Bolivia zijn mensen uit het Amazonegebied, of het nu inheemsen zijn of import, er niet aan gewend om groenten te eten. Door juist dit soort gewassen te telen, kun je ook de ouders en de gemeenschap enthousiast maken voor de schooltuinen. Deze periode heeft ruim twee jaar geduurd. Daarin zijn er workshops ontwikkeld voor leerkrachten en lesmateriaal voor de leerlingen. Om de voortgang van het project mogelijk te maken en het ook uit te breiden naar andere Amazonelanden, was er behoefte aan een praktische handleiding voor het opzetten van schooltuinen, voorzien van lesmateriaal.”


Hoe is die handleiding tot stand gekomen en zijn er reacties op?
“De eerste aanzet gaf Alerta Verde. Intussen was er in Puerto Maldonado in Peru ook een project met schooltuinen gestart door de ngo Picaflor met financiële steun van het Amazon Fund. Die leverde ook input voor de handleiding. De eerste versies waren erg dik, zo’n 130  pagina’s, met lange zinnen, heel typisch voor Bolivia. Die zijn getest in Bolivia en Peru. Toen werd ik gevraagd daar eens naar te kijken en zo mogelijk in te korten. Dat heb ik in samenwerking met Picaflor gedaan, zodat de handleiding nu 70 pagina’s telt. We hebben zo veel mogelijk foto’s en illustraties gebruikt als instructiemateriaal en praktische werkbladen voor de leerlingen gemaakt. De handleiding staat sinds eind 2020 op internet en is gratis te downloaden. Dat is sindsdien al ruim 1600 keer gedaan in bijna alle landen van Zuid-Amerika en zelfs een paar keer in Duitsland, Spanje en Rusland. Opvallende afwezigen zijn Nederland en Suriname. Wat er met de downloads is gebeurd, weten we niet. Maar als 1 procent van de circa vijftigduizend basisscholen in het Amazonegebied er iets mee doet, is dat al een succes. Zo iets moet groeien.

En toen kwam COVID. Wat betekent dat voor de schooltuinen?
“Om te beginnen werd het nut van de schooltuinen heel duidelijk. Door COVID is er geen toerisme meer, geen handel. Mensen lijden honger. Die gaan nu zelf tuintjes aanleggen om voedsel te verbouwen. Om daarmee behulpzaam te zijn, hebben we op basis van de handleiding een tekst gemaakt over ‘schooltuinen in tijden van Covid-19’, die op de website staat. Die tekst is in drie maanden tijd al vierhonderd keer gedownload. Veel inheemse bewoners zijn teruggegaan naar hun oorspronkelijke dorpen uit angst voor besmettingsgevaar en omdat ze geen inkomsten meer hebben. Daar leggen ze nu ook tuintjes aan. Scholen zijn dicht en geven onderwijs op afstand. Maar dat werkt niet echt, want kinderen hebben geen laptops of iPads of ze kunnen geen geheugen kopen. In het Amazonegebied zijn scholen toch weer in deeltijd begonnen. Daar krijgen kinderen ook instructies over hoe ze met hun ouders aan de slag kunnen met schooltuinen.”

Het klinkt allemaal mooi, maar hoe kunnen schooltuinen bijdragen aan meer kennis over het Amazonewoud en meer milieubewustzijn?
“Het begint ermee dat je kinderen in de basisschoolleeftijd vertrouwt maakt met de hen omringende natuur. Het mooie van schooltuinen is dat het heel praktisch en concreet is, met je handen in de aarde wroeten. Tegelijk doen de kinderen op een speelse wijze kennis op over de natuur en het milieu: wat is de invloed van het klimaat op de groei van gewassen, welk gewas is geschikt voor welke bodem, hoe maak je compost, ga zo maar door. Juist die combinatie van theorie en praktijk maakt dat ze zich bewust worden van wat de natuur te bieden heeft, dat je natuur nodig hebt en dat die het verdient beschermd te worden. Die kennis en dat bewustzijn ontbreken nu te veel.
Er is sowieso niet veel kennis over het Amazonewoud. De meeste bewoners van het Amazonegebied komen van elders in het land, van de hooglanden en uit de steden. Dat geldt ook voor de leerkrachten in het basisonderwijs. Informatie over kleinschalige landbouw, agro forestry, komt pas de laatste jaren van de grond. Dat komt ook omdat het in de hooglanden, door het klimaat, veel makkelijker is om meer soorten gewassen te verbouwen. De grond in de Amazoneregio is niet heel vruchtbaar. Vandaar dat de wijze van verbouw daar slash and burn (zwerflandbouw) is en die zorgt voor gemiddeld een derde van de ontbossing.”

Hoe zal het verder gaan met de schooltuinen en de natuureducatie?
“Het zou het beste zijn als de schooltuinen onderdeel zouden worden van het gewone curriculum. Ze zijn een prachtig voorbeeld van transversalidad, vakoverstijgend onderwijs in verbinding met de directe leefomgeving van de kinderen. In feite kan leerstof van alle vakken er aan bod komen. Daar worden in de handleiding ook voorbeelden van gegeven. Daarnaast leren de kinderen ook om samen te werken en trainen ze vaardigheden als verantwoordelijkheid dragen en discipline. Om kennis over en behoud van de Amazone mogelijk te maken is specifiek, praktisch onderwijs over dit thema nodig, want de jongeren zijn de beslissers van morgen. Dit type onderwijs bestaat op dit moment niet. Het project is daarom in feite een diepte-investering in de toekomst van het gebied. Tegen onderwijsvernieuwing bestaat vaak weerstand. Uit onderzoek van 2019 bleek dat in Peru het onderwijs in de Amazoneregio slechter was dan in de sierra, het hoogland. Dat komt onder andere doordat het onderwijs in het hele land hetzelfde is. Het advies luidt nu om onderwijs meer aan te passen aan de realiteit van het gebied en dus van de leerling. Uiteindelijk moet het uit de mensen zelf komen.”

Kijk voor de handleiding op: https://leccionesamazonicas.org       
Kijk voor meer info over Amazon Fund op: https://www.amazonfund.eu

Deze bijdrage is onderdeel van de Bolivia Special (april-mei 2021)

 

Gerelateerde berichten

Oerbossen Bolivia branden in stilte weg

Oerbossen Bolivia branden in stilte weg

Internationaal is er diepe verontwaardiging over de bosbranden in het Braziliaanse Amazonewoud. De extreemrechtse president Bolsonaro krijgt bakken kritiek over zich heen. Maar in buurland Bolivia voltrekt zich een vergelijkbare, stille ramp. In 2019 brandde meer dan zes miljoen hectare aan bos af, een gebied ter grootte van Nederland, Luxemburg en Vlaanderen samen.

Lees meer

Stikken in het paradijs

Documentaire over vervuiling Isla-raffinaderij Dit jaar bestaat het Koninkrijk der Nederlanden 200 jaar. Curaçao is een van de parels aan de kroon, een geliefd eiland bij veel (Nederlandse) toeristen. Wat de vakantiegangers vaak niet weten, is dat in dit paradijs een...

Lees meer
agsdi-globe

Politiek & Maatschappij

agsdi-portrait

Kunst & Cultuur

agsdi-camera

Vrije tijd & Toerisme

agsdi-income

Economie & Ondernemen

agsdi-leaves

Milieu en Natuur

agsdi-learn

Onderzoek & Wetenschap

Blijf op de hoogte

Adverteren op onze website?

Dat kan! Tegen een scherp tarief plaatsen wij uw advertentie.

Ontvang onze nieuwsbrief

Schrijf u in en ontvang onze digitale nieuwsbrief met een overzicht van onze nieuwe artikelen.

Volg ons op social media

Wees als eerste op de hoogte van nieuwe artikelen en deel artikelen met uw netwerk.

Share This